zondag 15 juli 2018

Beleef-de-lente-zwarte-sterns: gevaarlijke reigers




Als ik op de BDL-webcam kuuk 10B niet op zijn eigen nestvlotje zie zitten, dan wordt het voor mij moeilijk om niet even ter plekke te gaan kijken waar hij dan wel uithangt. Woensdag zat hij op vlot 9. Eén vlotje verderop. Waar hij een stuk beter te bekijken was dan op z'n eigen flink begroeide vlot.




Het waaide weer flink. Waardoor het vissen niet te doen is. De kuikens werden dan ook nauwelijks gevoerd. Ook niet met insecten. Laat staan met wormen. (Onbereikbaar in de harde, uitgedroogde grond.) Soms werden de kuikens minutenlang alleen gelaten. Ik heb de blauwe reiger(s) nog nooit zo dicht in de buurt van de nesten zien komen. Desondanks lijkt 10B het nog goed te doen. Op de foto, terug op z'n oude vlotje, een van de weinige momenten dat hij een insect kreeg gevoerd.




Zijn vleugels zijn inmiddels enorm gegroeid.



En dat mag-ie graag laten zien.




Ja, ja, van achteren zijn ze ook heel mooi.


  
Visdiefjes die tussen de vlotjes willen vissen worden niet gewaardeerd. Wegwezen!




Zó dicht bij de kuikens had ik de blauwe reiger nog niet waargenomen. De sterns zijn duidelijk onderbemand. Ze hebben er een dagtaak aan het grote gevaarte te verjagen.







Allemaal energie die ze liever in voer voor hun jongen zoeken zouden willen steken.




Jongen die dat voer onmiddellijk weer uitpoepen. Wel netjes buiten het vlotje.


   


Hoe vaak ik die witoogeend al niet gedipt heb. Ik geloof niet dat ik het wil weten. Ontmoeting met een medevogelaar bij de laatste dip, na een fietstocht van drie kwartier: “ja, hij was heel mooi te zien. Maar ik kwam te dichtbij. Hij is net precies weggevlogen.”    


  
Donderdag kreeg ik hem dan eindelijk te zien. Bij de hondenuitlaatplek in de Hatertse vennen. Voor mij normaal gesproken een plek om te mijden als de pest. Alleen al omdat je wordt aangekeken alsof je niet goed bij je hoofd bent als je je niet door zo’n harig mormel een arm uit de kom laat trekken.    



En dan cóntinu dat geblaf en gegrom om je heen. En de honden hielden zich ook niet stil. De eend liet zich echter goed zien en trok zich weinig aan van de wild badderende viervoeters. Wat mij gelijk deed vrezen dat we wel eens met een ‘escape’ te maken zouden kunnen hebben. Nou ja, het wás in ieder geval een witoogeend. En die had ik nog nooit eerder gezien. En ik hoef hem nu gelukkig nooit meer te twitchen. Deze nieuwe, tamelijk saaie Gelderse vogel.   


   
Waarnemingen diezelfde donderdagmiddag: kuifeend, blauwe reiger, roodborsttapuit, buizerd, oeverloper, gekraagde roodstaart, kokmeeuw en deze juveniele groene specht op zeer grote afstand.   




En wederom, na de ooijpoldermieren, een verstekeling. Bruinrode heidelibel. Ik wilde de libellen dit jaar eigenlijk aan me voorbij laten gaan. Maar als ze dan op je fiets gaan zitten...   

Geen opmerkingen:

Een reactie posten