Posts tonen met het label Bladkoning. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bladkoning. Alle posts tonen

zondag 9 oktober 2016

Bladkoning [3]

Toch nog even naar de Goffert fietsen om te kijken of het zeldzame bladkoninkje er nog rondhangt. Aangekomen heb ik al snel een fietsende G. achter me. We lopen samen verder en stuiten op een telefonerende J. die het beestje natúúrlijk alweer gehoord heeft. J.’s man E. voegt zich bij de groep, en vogelaar B., die als een gek uit Beuningen is komen fietsen, sluit zich ook aan. Na een tijd met gespitste oren luisteren en zoeken in het struikgewas krijgen we het beestje heel even prachtig, zonbeschenen in beeld. Helaas een paar minuten nádat G. was vertrokken en een paar minuten vóórdat er nog drie vogelaars onze kant uit kwamen. Nou ja, die moeten de plaatjes die J. met haar fototoestelmitrailleur heeft geschoten maar bekijken. Uiteindelijk bleken er zich twee bladkoningen in de Goffert te bevinden. (En stiekem misschien nog wel meer...)

Mooi vogeltje hoor, de bladkoning. Maar omdat hij voor een beginnend vogelaar niet énorm afwijkt van de eveneens in het gebladerte rondfladderende (vuur)goudhaantjes, vrouwtjesvinken en tjiftjafs, raakte ik niet door het dolle heen van vreugde toen hij mij werd aangewezen. (Laat dat maar aan B. over.) Daarvoor heb ik naar ik vrees minstens een hop, steltkluut of pestvogel nodig. De ervaring om met een groepje mensen naar een piepende speld in een hooiberg te zoeken was echter leuk en amusant.

De baardmannetjes die momenteel in de Ooijpolder schijnen te zitten bewaar ik maar voor een andere keer. (Ik krijg nog uitputtingsverschijnselen van al dat gevogel!)

maandag 3 oktober 2016

Bladkoning [2]

Dat bruine vogeltje dat me niet de kans gaf om hem door mijn verrekijker te laten bekijken, toen ik onderlangs de bult bij De Bruuk liep, zit me dwars. Als ik aan hem denk word ik héél onrustig. Het zal toch niet de bladkoning zijn geweest...? Ik zal het verdikkie nooit weten!

zondag 2 oktober 2016

Bladkoning

Trektelpost De Bruuk. Vier professionele vogelaars veren tegelijkertijd op bij het horen van een vogelroepje. 'Bladkoning! Márs, bladkoning!' Verwachtingsvol kijken ze me aan. Ik peuter langzaam de iPhone uit m'n broekzak en mompel: 'hebbes'. Alom gelach. 

'Vijfentwintig graspiepers, twaalf vinken' de getallen vliegen me om de oren, maar om de vogels daadwerkelijk te kunnen zien moet je je kijker op een lege plek in de lucht richten. Met een beetje geluk zie je dan een paar flapperende, zwarte vlekjes. Eerlijk is eerlijk, soms vliegen ze zo laag dat zelfs ik ze kan determineren. Visueel. Qua piepende zwarte stipjes herken ik vooralsnog voornamelijk de witte kwikstaart, de spreeuw en de boerenzwaluw. Komende maand ben ik van plan vaker een trektelpost te bezoeken, in de hoop wat bij te leren. En vooral in de hoop eens honderden gevederde vrienden tegelijkertijd te zien overvliegen. Liefst met als krenten in de pap wat vis-, zee- en slangenarenden...

Een grote, donkerbruine roofvogel — lange vleugels met zwarte punten — vliegt laag over de grond richting een boom. Dat moet haast wel een bruine kiekendief zijn. Ik doe een paar stappen opzij om de drie luid blatende schapen achter mij voorbij te laten, zodat ze zich bij de rest van de kudde vóór mij kunnen voegen. Iets blauws schiet het struikgewas in. IJsvogel! Ik loop een stukje achter de schapen aan, richt mijn verrekijker op wat boompjes verderop en zie een groene specht in het gras zitten. Na nog een paar meter doorlopen draai ik me om, om alsnog een zweefvliegtuig boven een bos wat nader te bestuderen. Door mijn kijker zie ik hoog in de lucht een dertigtal grote, schroevende vogels vliegen. Rommelig, knik in de vleugels. Ze doen me wel heel sterk aan ooievaars denken*. Dit alles in nog geen tien minuten tijd over een afstand van zo'n honderd meter. Vogelen is zó leuk!

*Waarschijnlijk was het een zwerm grote, zeer hoog vliegende meeuwen. Maar dat is niet goed voor m'n verhaal.




















Door zijn wenkbrauwstreep hoopte ik héél even dat de bladkoning zich alsnog aan mij liet zien. Maar het was een minstens zo mooie winterkoning die ik op een vijftal meter afstand druk kon zien kwetteren.