Posts tonen met het label Collega L.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Collega L.. Alle posts tonen

donderdag 14 mei 2020

Vogelen met collega L. [3]



Toevalligerwijs precies in de week dat de Eppo met de herdruk van Gleevers dagboek verscheen, over ons vogelavontuur, hadden collega L. en ik een nieuwe jaarlijkse vogelafspraak gepland. Op gepaste afstand, want jeweetwel. (Ik heb een heel slechte adem.) In nummer 10 - 2020 staat dat verhaaltje, als je het graag ouderwets op papier in een stripblad wilt lezen. Maar het staat natuurlijk ook al tijden op mijn blog. Net als mijn verslag van die ochtend in 2016.




Aan de ene kant hadden we geen mooiere dag kunnen kiezen. ‘Ons’ natuurgebiedje barstte bijkans uit elkaar van de vogels. En het was prachtig weer, tótdat er een flinke regenbui losbarstte. 




Voor die tijd konden we echter genieten van een tweetal kemphanen. Deze jongeman lijkt me al een behoorlijk eind in prachtkleed. Naast hem een tureluur.




En hier passeert een kemphaan een getrouwde scholekster.



Ik kon L. zelfs zijn eerste baardmannetjes voorschotelen. Auditief én visueel. De foto’s in dit bericht heb ik overigens veelal voor en na onze wandeling gemaakt. Waarbij dit plaatje een puur lucky shot was. Van een vogelgraaf met veel geduld. De vogeltjes zaten diep in het riet verborgen. Om af toe tsjilpend op te stijgen voor een kort vluchtje. En dan lag er ook nog een flinke plas water tussen rietveld en mij.




Traditiegetrouw werden de vogelsoorten geteld. We kwamen tot 61 vogels in zo’n drie uur tijd. Zonder de regenbui hadden het er nog wat meer kunnen zijn. Met de kleine plevier (gele oogring)...




... en de wat zeldzamere bontbekplevier (oranje snavel) hebben we een beetje gesjoemeld. Bijna zeker kort gezien. Maar door de regenbui niet met 100% zekerheid kunnen identificeren.




Dit gehavende kneutje poseerde prachtig voor ons. Zijn karmijnrode borstje mochten we echter niet zien.




Dit mannetje roodborsttapuit hield zíjn mooie oranje borstje dan weer half verborgen in de schaduw. Het leven van een vogelgraaf gaat niet over rozen!




Het gewoonste maar mijns inziens ook mooiste sterntje in Nederland. Met de lelijke naam 'visdief'. Alsof je een Ferrari een 'rammelkar' noemt. Ik vind dat we de visdief moeten omnoemen naar Rudolf Nureyev-stern. Óf Vaslav Nijinsky-stern. Wie is beter? Zoveel verstand heb ik nu ook weer niet van ballet. Lees: ik heb er helemaal geen verstand van. Maar ik heb wel Google op mijn computer geïnstalleerd.




Ik vertelde L. dat toen de kluten hier een paar jaar geleden kwamen broeden, ze heel vijandig naar mensen waren. 




Inmiddels zijn ze zo gewend aan de stroom van te hard voorbijrijdende auto’s, joelende fietsscholieren, al dan niet bewusteloos op de grond liggende rollerskaters (ambulance stond erbij) coronazweet spuiende hardlopers, vogelaars in vogelkijkhutten op vier wielen en wandelaars. En broeden ze gewoon open en bloot op een tien, twintig, dertigtal meter afstand van de straat.




L. miste, zoals gezegd, ook wat vogels die ik zelf voor en/of na onze wandeling tegenkwam. Zoals mijn eerste 2020-bosruiter.




Én, hoogtepunt van de dag, op het weerzien van mijn oude vriend na, een razendsnel voorbijvliegende roerdomp. Een verborgen vogel, die ik hoopte te horen. Maar dit was beter! Door deze waarneming weet ik nu ook vrij zeker dat ik hem ‘s nachts, in silhouet, bij de Oude Waal heb zien vliegen. Kortere, sneller flappende vleugels dan die van de blauwe reiger en de grote zilverreiger.




Op de terugweg. Rudolf Nureyev-stern op een paaltje.





En een gezinnetje wilde eend dat door twee mannetjes werd lastiggevallen.

‘s Nachts niet van vogels gedroomd. Maar van smalle gangen en knel-trapportalen. Waarin ik rakelings mensen moest passeren. En ook nog even bij mijn arm gegrepen werd door een donkere man, omdat er nóg meer mensen onze trap op kwamen lopen. Is corona toch nog in mijn nachthoofd doorgedrongen.

Dit was een snel tussendoorblogje. In de planning: nieuwe mei 2020-vogels en de 2020-uitgeklede-versie-Big-Day.

maandag 20 februari 2017

Vogelen met collega L. [2]

Juni vorig jaar schreef ik een berichtje over hoe ik collega L. mee op sleeptouw nam naar Meinerswijk bij Arnhem. In de hoop hem aldaar wat leuke vogels te kunnen laten zien. Dat inspireerde L. tot het maken van een heel grappige aflevering van zijn strip Gleevers dagboek. En ik kreeg zomaar toestemming om die pagina's hier te plaatsen. Veel leesplezier! 
































Van Gleevers dagboek zijn twee albums verschenen. Met qua vogels alleen een hier en daar verdwaalde postduif. Maar wel boordevol verhalen over het zwáre leven van een stripmaker. (Breek me de bek niet open!)

zondag 12 juni 2016

Vogelen met collega L. [1]

Vogelen in Meinerswijk met collega L. leek op een lichte teleurstelling uit te draaien. Het ijsvogeltje dat ik hem beloofd had werd alleen door mijn eigen ogen waargenomen, het puttertje dat hem volgens mijn gepoch, vermits goed in beeld, ter plekke een vogelverslaving zou bezorgen, liet zich alleen bovenin een métershoge boom zien. Op honderd meter afstand. Met tegenlicht. De rietgors zat ook meters te ver weg en de roodborsttapuit was nog niet rijp. (De fletste robotap die ik ooit heb gezien.) 

Zelfs in een klein bos wat verderop kwamen we niet verder dan de roep van een grote bonte specht en kon L. nog maar net de gele vleugelstreep van een groenling ontwaren. 


Op de fietstocht terug naar huis volgde echter het spektakel: een jagende boomvalk, prachtig in beeld! Zelfs de tot dan toe uiterst slaperige en verschillende keren geeuwende L. (hij had van mij al om ácht uur klaar moeten staan) was in één klap wakker en, voor zijn doen, schrikbarend enthousiast over deze prachtige, felle, roodgebroekte roofvogel. Het beestje ving verschillende insecten, iets muisachtigs, en had bijna een zwaluw te pakken. 

Ik kon L. tevreden bij zijn partner afleveren en vogelde zelf vervolgens nog een paar uur door. (Vijf uur 's ochtends opgestaan, zeven uur 's avonds weer thuis. Nieuw record, geloof ik...)








































Ongelooflijk artistieke foto van een Konikmoeder met haar rustende jong.












Ongelooflijk artistieke selfie.




















Collega L. verrekijkt naar een puttertje hoog in de boom.



Op de plek waar ik vorig jaar verschillende keren naar een roodborsttapuit ben wezen kijken, was ik nu niet meer welkom. (De roodborsttapuit zal ook wel door de tureluurs verjaagd zijn.)