dinsdag 22 juli 2014

Determinatie ellende

'Ha, een lekker makkelijk te determineren vogeltje!’ dacht ik nog, toen ik hem vlak voor m'n neus op een tak zag zitten.

























Afbeelding: ANWB Vogelgids van Europa

Eindelijk heb ik de 'fwieet fwieet'-vogel gezien! (Tante P. zat er vorige week nog naar te fluiten en ik hoorde hem gisteren hier nog in de straat.) Van onder is-ie beige, van boven bruin. Hij heeft een vrij lang, spits snaveltje en iets oogstreepachtigs. Zijn geluid kan ik helaas niet terugvinden in m'n vogel-app, dus ik weet nog steeds niet met wie ik te maken heb. (Als het al een en dezelfde vogel is...)

Ooijpolder


- Dagpauwoog
- Atalanta
- Prachtig lichtbeige/bruinig zangvogeltje met fel rood/oranje borstkleur, doorlopend richting rug. Met vlak bij hem zijn vrouwtje of zoon/dochter (denk ik). Beige/bruin met spikkels. Helemaal op de top van een boom. Te veraf om ze goed te kunnen determineren. Geen vink, roodborst of roodborsttapuit in ieder geval. Althans, die meen ik inmiddels goed te herkennen. Edit: waarschijnlijk was het een kneu.
























- Kleine vos
- Ooievaar
 Als ik tijdens mijn lunch in een weiland mijn kijker naar de zwarte, bewegende stipjes hoog in de lucht richt, heb ik in één 'shot' een roofvogel (zal wel een buizerd geweest zijn) en een ooievaar in beeld.
- Icarusblauwtje
Een glans- of een matkop.
- Bosmuis
- Vrouwtjesfazanten en kinderen, of toch patrijzen? Je schrikt je een ongeluk als ze vlak voor je neus luid roepend opvliegen en hebt nauwelijks tijd om ze goed te bekijken omdat ze na een paar meter alweer in het struikgewas verdwijnen.



zondag 20 juli 2014

Tarzan en de rietgors

Hè, wat jammer. Deze keer is mijn roodborsttapuit niet thuis. Aanbellen helpt niet.

Ik besluit niet door te lopen naar het Waalstrandje - daar zouden met dit warme weer wel eens enge, blote mensen kunnen liggen die niet zitten te wachten op een man met een verrekijker - maar loop terug richting het veilige riet aan de andere kant van de weg.

Aan de overkant van een grote plas water val ik met mijn vogelaarsneus in de boter. Ik zie een grote kolonie aalscholvers (zeker een stuk of vijfentwintig, dertig), een zevental blauwe reigers, nog een hoop kleinere watervogels en een groepje grauwe ganzen. Maar het mooiste is dat er twee grote (waarschijnlijk) zilverreigers tussen staan. Na tien minuten kijken wordt het hele spul opgejaagd door een hardloper die de dijk komt afstuiven. Dat bezorgt me onbedoeld extra kijkgenot, want veel beweging zit er normaal gesproken niet in die beestjes.

Zeven minuten later zie ik dezelfde man achter me stilstaan. Over het smalle pad was hij mijn richting uit komen rennen. Doorweekt van het zweet, slechts gekleed in een kort broekje en een paar schoenen. Terwijl ik helemaal anti-insectenbeet sta te zijn in een t-shirt met lange mouwen en sokken over mijn lange broek. 'Ik jaag toch niet je vogels weg?’ vraagt hij op fluisterende toon. Ik vertel hem dat hij dat wel deed en bedank hem er vriendelijk voor.

Tijd voor het echte werk. Ik duik het riet in en wandel een stuk over de tot puzzelstukjes uitgedroogde waterbedding waar ik een paar weken eerder nog werd opgejaagd door een stel boze kieviten die dachten dat ik hun zoon/dochter wilde fijnstampen. Ik kom de atalantavlinder tegen en ben trots dat ik zijn naam heb onthouden. Dan merk ik een vogeltje op dat ik nog niet eerder heb gezien. De naam rietgors spookt door mijn hoofd, maar als ik hem op mijn vogelherkenningskaart opzoek begin ik toch te twijfelen. Z’n koppie klopt niet helemaal. Het zou natuurlijk een vrouwtje of een juveniel (puber) kunnen zijn maar ik besluit uiterst streng hem niet als volwaardige waarneming in mijn aantekeningenboekje op te nemen.

Nog geen tien minuten later sta ik oog in oog met een ónmiskenbaar echte rietgors! Een mus met een zwartwit-masker op. Het slanke, maskerloze vogeltje naast hem moet haast wel zijn vrouwtje zijn. Vrolijk door het ontdekken van deze niet eerder gespotte vogel loop ik door en zie ik honderd meter verderop een groengele zangvogel in een struik zitten. Een groenling?! Zitten die ook in moerasachtige gebieden? In ieder geval wéér een niet eerder gedetermineerde vogel gezien. Dat gaat lekker!

Het pad loopt verder tussen water en weiland. Voor me ligt een bosachtig gebied. In de verte hoor ik trommels. In het bos zie ik een groepje donkere mensen druk bezig met foto’s maken van 'iets’ in het struikgewas.  Als ik ze passeer weet ik niet wat ik zie! Op een grote omgevallen boom staan vier indianen. Gekleed in rode schaamlappen, lange franjes en hier en daar een witte veer. In hun handen houden ze messen en speren vast. Dat ik dat nog mag meemaken; de ontdekking van een nieuwe indianenstam in de Bemmelse waard! Van ontroering houd ik het haast niet droog. Ik besluit toch maar snel door te lopen, want de 'Als-je-lacht-steek-ik-een-speer-in-je-donder'-indianen zien er niet ongevaarlijk uit.

Een paar uur later arriveer ik weer bij het beginpunt van de ontdekkingstocht en besluit ik toch nog even te kijken of mijn goede vriend nu wél thuis is. Het getsjilp van de druk rond mijn hoofd vliegende boeren- en/of huiszwaluwen maakt het niet makkelijk, maar een eindje van zijn vaste boom vandaan hoor ik dan toch zijn fijne 'wiet trak-trak'-roep. Ik richt mijn kijker naar het geluid en de roodborsttapuit zit weer helemaal netjes midden in beeld. Een vriend waar je op kunt bouwen!

















De wilde zwaan ziet er steeds slechter uit. Ik begin me nu toch zorgen te maken over zijn gezondheid.

















Deze vis maakt het ook niet lang meer.

Bemmelse waard

- Aalscholver
- Blauwe reiger
- Grote zilverreiger 
- fuut
- Grauwe gans
- Meerkoet
- Kluten + juvenielen. Eén kluut werd in de lucht achtervolgd door een meeuw. Wat voor meeuw weet ik niet, want vooralsnog vind ik het té stomme beesten om ze te leren onderscheiden. (Komt nog wel.)
- Scholekster
- Putter (Altijd leuk.)
- Kievit
- Kleine karekiet (Ik begin langzaamaan zijn geluid te leren kennen.)
- Groenling (Moet haast wel.) Edit: Het zou wel eens een gele kwikstaart geweest kunnen zijn. Die schijnen daar te zitten.
- Rietgors
- Dagpauwoog
- Kleine vos
- Atalanta
- Boerenzwaluw en/of huiszwaluw
- Buizerd (Denk ik. Hij hield z'n kop.)
- Graspieper (Vast.)










zaterdag 19 juli 2014

Vierendertig graden

Een tsjirpend, solo vliegend zangvogeltje, met een lange staart, dat zich golvend door de lucht voortbeweegt. Op honderd meter afstand. Zoiets wil je als beginnend vogelaar echt niet zien. Als je een half uur eerder met je stomme kop hebt besloten om je kijker thuis te laten. Omdat je alleen om wat koelte te versieren wilde gaan fietsen.

Nou ja, met een beetje geluk was het een 'ordinair’ kwikstaartje.

vrijdag 18 juli 2014

Meer leed

Gezien: drie kleine zilverreigers.
Kosten: Chinees linkeroog.
Balans: het was het waard.


De insectenbeet van eergisteren op m’n rechterbeen is getransformeerd van een muggenbult tot een dieprode plek ter grootte van een 50 eurocentmunt.
Onderbeen en voet zijn behoorlijk opgezwollen. Daartussen moet nog ergens een enkel zitten. De gedachte aan amputatie begint langzaam vaste vormen aan te nemen.
Vandaag kreeg de huid boven mijn linkerooglid een steek te verduren. Met dat treurig, afhangende, opgezwollen plooitje huid ziet mijn oog er nog Chinezer uit dan-ie van nature al doet.

Terug naar de vogels!


Waalbandijk (richting Afferden)

Koffie en kersen bij tante N. en oom H.

Witte kwikstaart
- Kleine zilverreigers (volgens mijn vogel-app)
- Aalscholver
- Buizerds
- Grote Canadese ganzen
- Kwartels of patrijzen 

Westkanaaldijk Weurt

- Tientallen wegvluchtende konijnen



woensdag 16 juli 2014

Jeuk

Ik schrik me voor de spiegel een hoedje van de fikse bult op m’n linkerslaap. En ik begon net een beetje bij te komen van de schrik van de nog grotere opgezwollen plek boven m’n rechterenkel. En jeuken dat 't doet. Stomme insecten! (Mijn eerste vogelaarsdip.)

dinsdag 15 juli 2014

Blauwe kamer

Helaas geen zilverreiger of visarend in de 'Blauwe kamer', wél een egel in het Beuningse bos.

Vogelen met tante P. en oom G.

Blauwe kamer (noordelijke oever Nederrijn tussen Rhenen en Wageningen.)

- Kolonie lepelaars
- Kolonie aalscholvers
- Puttertjes
- Konikspaarden
- Gallowayrunderen

Wamel

- Weidewandelpad waarop het wemelde van de kleine, bruine, wegspringende kikkertjes. (Ik heb er vast ongewild een paar vermoord.)
- Groene kikkers
- Pony (die een angstaanjagende erectie kreeg toen tante P. uit de auto sprong om hem te fotograferen.)
- Muilezel (en veel bijzondere ezels, paarden en koeien) in wei.
- Beestje in hol in grond (muis, rat?) dat drie keer achter elkaar zijn kop 0,06 seconden liet zien.
- Atalanta
- Bont zandoogje (vermoedelijk)

'Het roodslag' Beuningen

- Egel
- Meerdere lawaaierige buizerds (ik herken ze inmiddels aan hun roep.)
- Zwarte mezen ( en/of glanskop? matkop?)
- Lijster

Beuningse dijk

- Blauwe reiger op kunstwerk van Ronald Tolman, staande op één poot.

---------------------------------------------------------------------

Twee insectenbeten opgelopen, waaronder een behoorlijk forse op mijn linkerslaap. Verdikkie.



maandag 14 juli 2014

Veer

Ooit zal ik weten van welk merk kanarie deze veer is.





















Edit: ooit is nu, 30 januari 2017. De veer is van een buizerd.

zondag 13 juli 2014

Goffertpark

Strafexpeditie gemaakt naar Hatertse Vennen om fiets op te halen. Geen zware verrekijker meegenomen. Gelukkig kon ik het boomklevertje in het Goffertpark op slechts twee meter afstand bekijken.

Goffertpark 

- Boomklevertje

zaterdag 12 juli 2014

Eikel

Lange wandelroute nemen bij de Hatertse Vennen. Op driekwart geen blauw paaltje meer kunnen vinden. Voor de zekerheid dezelfde route terug lopen. Alsnog verdwalen. Dan maar de fietsroute richting Nijmegen volgen. In Dukenburg de trein naar huis nemen. Morgen fiets ophalen.

Wél een winterkoninkje gezien.


Hatertse Vennen

- Vink
- (jonge/slanke) roodborstjes
- Vlaamse gaaien
- Houtduif
- Winterkoning

donderdag 10 juli 2014

Mooie flitsen

Berendonk

- Bosmuisje

De Wijchense Berg

- Boomklevertje
- Te zien aan de golvende manier van vliegen en de tegen het lichaam gehouden vleugels: een specht.
















Heumensoord

- Prachtig geel vogeltje en prachtig vogeltje met knalrode staart. Beide in de verte, met fel tegenlicht en zeer kortstondig, ze werden verjaagd door geschreeuw van vierdaagse-tentenkampopbouwers. Verdikkie.

Wiet trak-trak

Wat een attent vogeltje is mijn roodborsttapuit toch. Altijd thuis als ik hem weer op zijn vaste plek kom bezoeken. Nooit even boodschappen doen. Op afstand hoor je hem al zijn ketsende kiezelsteentjesgeluid maken. (ANWB-vogelgids: 'wiet trak-trak, wiet…’) En richt je dan je kijker naar het geluid dan blijkt-ie gewoon midden in beeld te zitten!

De dode zwaan van een paar dagen geleden ligt er nog steeds. Duidelijk zichtbaar vanaf het fietspad. Dus men laat gewoon de natuur haar gang gaan. Mooi. Deze keer bood hij mij een blik in zijn ribbenkast... Een heel snel schetsje want het begon te druppelen en dat tekent rot.














Bemmelse waard
- Een heel stuk wegdek bezaaid met tientallen naaktslakken. Daar zie je er sowieso ontzettend veel van deze zomer. Hebben die beestjes dan geen natuurlijke vijand?
- Een roofvogel (sperwer?) met prooi.
- Juveniele koolmezen, of toch zwarte mezen?












- Juveniele putters + volwassenen
- Wilde zwaan
- Grauwe gans
- Grasmus
- Overstekend mini-padje (1 cm)
- Slakken mét huisjes (geel en bruin)
- Kievit
- Scholeksters

maandag 7 juli 2014

Hatertse Vennen




















Kan dat wel volgens de statistieken? Binnen twintig minuten een groene specht, een zwarte spechten-echtpaar en een kleine bonte specht zien? (Nee, ik was niet in de dierentuin.)

Mijn broer mailt dat mijn dode moedertje eindelijk haar grafsteen heeft, dus ik besluit om mijn voorgenomen wandelvogeltocht vanaf de begraafplaats te starten.


Het graf ligt er netjes bij, mede dankzij de bloemetjes die tante P. en ik er toevallig een paar dagen eerder geplant hadden. Geen taal- en/of spelfouten op de steen, dus dat is ook mooi meegenomen. Vader en moeder samen in een graf. 'Zwart op wit', in steen gebeiteld dat ik nu officieel een weesje ben. Ik kan er niet meer onderuit. Somber volg ik met mijn oog de enorme libel die al rond mij vliegt sinds ik bij het graf stond. Da's natuurlijk de geest van mijn moeder die nog even afscheid komt nemen. Ze vliegt tamelijk stuurloos, dus is blijkbaar nog steeds zo dement als een deur. Ik besluit nog even rond te lopen op het kerkhof, stiekem hopend op het zien van een mooi vogeltje.


Een graf met een blauw vlaggetje met de cijfers veertien trekt mijn aandacht. Ik loop erheen. Er ligt een groen kunststof grasmatje voor de steen. Cruijff lééft toch nog...? Iets verderop zie ik iets bewegen in een boom. Een klein bol vogeltje, met een oranje borst en een spits snaveltje waarmee hij tegen de boom tikt. Te klein voor een specht. Het moet haast wel een boomklevertje zijn. Op hetzelfde moment verschijnt er een eekhoorn in beeld. Ik volg hem en zie hoe hij een andere eekhoorn tegen het lijf loopt. Beide zien er jong uit en hebben opvallend rafelige staarten. En beide lijken niet van elkaars gezelschap 
te zijn gediend. Een achtervolging begint. Met als hoogtepunt een razendsnelle horizontale sprint langs de dikke stam van een grote boom. Een eekhoorn-twister! Het is een wonderlijk gezicht, en als na zeker vijf rondjes om de stam hun wegen scheiden, voel ik me weer behoorlijk opgeknapt.

In de Hatertse Vennen is het een drukte van belang. Hardlopers, fluoriserende bejaarden met skistokken, kinderen, honden en campinggasten. Ik geloof nooit dat ik hier met die drukte een bijzonder vogeltje ga zien, maar besluit toch de zesenhalvekilometerwandeling te nemen.


Bij de eerste grote plas zie ik een wit kwikstaartje. Maar ís het wel een kwikstaartje...? Een kwartier lang bestudeer ik zijn uiterlijk, volg ik zijn golvende manier van vliegen, probeer ik zijn geluid te onthouden en teken ik hem in m'n schetsboekje. Dan kijk ik op mijn vogelherkenningskaart. Het is een wit kwikstaartje...





















Drie kwartier later is het al wat minder druk op de wandelroute. In een kale boom op een grote vlakte zie ik een viertal kraaien zitten. Achter ze heen vliegt een vogel langs. Een vaal geel/groene vogel. Het zal toch niet een vrouwtjeswielewaal zijn....?! 's Ochtends heb ik nog in Hans Dorrestijns boek 'Dudeljo!' een aantal onderhoudende verhalen gelezen van mensen die deze zeer schuwe, prachtig geel/zwarte vogel (het mannetje) ooit hebben gezien. Nee, dat zou té toevallig zijn. Bovendien komt die vogel hier bij mijn weten helemaal niet voor.

Ik loop even een heuvel op om het uitzicht te bekijken en wandel dan per abuis het pad weer in waar ik juist vandaan kwam. Dan zie ik hem weer. Deze keer heb ik voldoende tijd om hem in mijn kijker te vangen. Het is een specht! Een groene specht, volgens mijn kaart. Ook mooi, bedenk ik, en ik draai me weer om in de juiste wandelrichting. Héél in de verte zie ik in een (andere) kale boom twee zwarte vogels zitten. Ik ben in staat om te verdwalen in een wandelroute waar je alleen maar om de vijftig meter een geel paaltje hoeft te volgen, maar ik heb een oog voor detail als geen ander. Dat mag ik mezelf tenminste graag wijsmaken. Voor kraaien zijn ze niet groot genoeg, bedenk ik als ik dichter in hun buurt kom. De ene is wat kleiner dan de andere. Een koppeltje, neem ik aan. Het mannetje heeft een hamerkop en een middelgrote spitse snavel. Verdikkie, weer een specht! Een zwarte spechten-echtpaar! Best bijzonder, want Hans Dorrestijn is er ooit, met een klein kind achterop, vanaf het fietspad met zijn fiets een dennenbos voor in gevlogen om er een te kunnen zien. Nog geen kwartier later, iets verderop in het bos, hoor ik een geluid dat ik laatst ook al in de Bemmelse waard hoorde. Ik zie eenzelfde zwart/wit koppie als toen achter een stam. Als hij wegvliegt weet ik het zeker: de kleine bonte specht.

Drie soorten spechten binnen twintig minuten! Mijn dag kan niet meer stuk.

Jonkerbos

- Libel (een heel grote)
- Boomklevertje
- Eekhoorns

Hatertse Vennen

- Witte kwikstaart
- Groene specht
- Zwarte spechten
- Kleine bonte specht
- Roofvogelgokje: buizerd

zaterdag 5 juli 2014

Op je af stormende paarden houdt het vogelen een beetje spannend

De roodborsttapuit woont blijkbaar op een vaste plek. Ik heb hem nu al drie keer bij, en in dezelfde boom gezien. (De laatste twee keer ging ik er speciaal voor dit leuke vogeltje even kijken.)


In het bomengroepje op het Waalstrand zag ik een specht vliegen.
Hij verborg zich goed, maar aan de zwart/witte kleuren meende ik een grote, of een kleine bonte specht te herkennen.

Ik besluit op de buitenrand van het strand te blijven en klim bij de eerstvolgende krib over het prikkeldraad.
Als ik eenmaal op gang ben laat ik me door niets of niemand tegenhouden! (Het was een laag paaltje.)
In de verte zie ik door de hoge beplanting op het weiland (distels en van die lange planten met kleine, gele bloemetjes*) een groepje paarden mijn richting uit staan kijken. Voor de veiligheid besluit ik daarom uit zicht bij het strand te blijven.

In de lucht zie ik een parkietachtige roofvogel, ter grootte van een ekster, vlak bij een boom ruzie maken met laatstgenoemd beestje.
Ik denk dat het een sperwer was. Beige vogel, witte onderkant, zwarte randjes aan de vleugels. Zijn vrouwtje - of haar mannetje - was er ook.
Een passerende scholekster kreeg ook nog een schijnaanval van de vogel te verduren.

Met mijn kijker volg ik in de lucht twee wilde zwanen. Ze maken een opvallend hijg-achtig geluid tijdens het vliegen.
Zou dat door die lange, bobbelige nek komen? Of maken hun vleugels dat geluid? Terwijl ik daar over peins hoor ik vlak voor me een stampend hoefgetrappel.
Ik laat mijn kijker zakken en zie vier grote bruine paarden recht op me af komen rennen. (Het merk weet ik niet; galopperende bruine paarden staan niet in m’n vogel-app.) Gek genoeg schrik ik me geen ongeluk; het is net alsof ik naar een natuurfilm sta te kijken.
Daarnaast lijkt vertrappeld worden door paarden in de Bemmelse waard me een verrassende en originele dood. Ook al heb ik eigenlijk nog wel wat vogels te ontdekken de komende tijd.
Gelukkig zwenken ze vlak voor me af en blijven ze wat verderop stilstaan aan het water van de rivier.
Terwijl ik me zo rustig mogelijk uit de voeten maak - hopend dat er geen stieren in de volgende wei staan - zie ik over m’n schouder hoe ze me nastaren.
Ik wist niet dat die beesten zo gemeen konden kijken!

Even later loop ik weer op asfalt. Vanaf de dijk zie ik in een weiland een grote, opgewonden stier een kalf bespringen.
Hij breekt zowat de rug van het arme beestje, dat zich snel op de grond laat vallen om van haar aanrander (papa?!) af te komen.

In de verte, ik loop inmiddels onder aan de dijk aan het water, zie ik een groepje ganzen zitten. Ik probeer ze te besluipen maar te horen aan hun gakgeluiden hebben ze me al opgemerkt. Als ik nu snel op één been ga staan zien ze me misschien voor een ooievaar aan, bedenk ik me. Maar voordat ik ze kan determineren verdwijnen ze al de lucht in.

Ik zie iets wits aan de oever liggen.
Het blijkt een enorme, wilde zwaan te zijn. Morsdood.
Hij ziet er nog puntgaaf uit. Zouden ze zo’n beest heel natuurlijk daar laten liggen of brengt de dierenambulance hem morgenvroeg naar het crematorium?
Onderwijl zakdoekjes uitdelend aan overstuurde passanten.
Ik maak wat snelle schetsjes. Bij de aanblik van zo’n imposante dode vogel voel je jezelf extra leven.




























De terugweg vervolg ik een honderdtal meter verderop en een stukje hoger op het asfaltpad. Daar zie ik achterelkaar twee hoenderachtige vogels geschrokken uit het hoge gras opspringen. Met mijn kijker probeer ik er een te volgen maar hij is al verdwenen in een gat in het struikgewas, vlak voor het meterslange hoge hek waarachter zich het zandwinningsbedrijf bevindt. Als ik loodrecht boven het gat naar de bovenkant van het hek kijk, zie ik precies daar een vogeltje zitten dat wel héél bijzonder moet zijn.
Zijn lichtroze borstje valt me het meeste op. Verder een grijs koppie met opstaande veertjes en een paar bruin/zwarte vleugels.
Eenmaal thuis kan ik helaas niet anders dan tot de conclusie komen dat het een grasmus geweest heeft moeten zijn.
Bah, wat ordinair.

Twee putters laten hun gezichtjes ook nog even zien. Altijd fijn.
(Hebben vogels eigenlijk een gezicht…?)

Bemmelse waard
- Roodborsttapuit
- Pimpelmeesje
- Witte kwikstaartjes
- Grote bonte specht
- Scholeksters
- Grauwe ganzen
- Sperwers (vermoedelijk) Edit: of torenvalkjes?
- Wilde zwanen (waarschijnlijk)
- Patrijzen (denk ik)
- Grasmus
- Bosrietzangers
- Putters (eigenlijk is 'distelvinken’ een mooier woord)
- Blauwe reigers

* Koolzaad.

donderdag 3 juli 2014

Een gans op een prikkeldraadpaaltje

Voor mij zag het er bizar uit.

Waarschijnlijk stond hij op de uitkijk. Toen ik té dicht in zijn buurt kwam vloog hij het water in en zwom weg met een groepje er jong uitziende familieleden.





































Bemmelse waard

- Wederom de gehavende roofvogel
- Oeverloper?
- Kluut
- Kievit
- Dwergstern?
- Dagpauwoog

- Nijlgans
- Roodborsttapuit
- Vele niet uit elkaar te houden rietvogels...

woensdag 2 juli 2014

Gulp

Gemeten aan het aantal tegemoetkomende, lachende mensen moet ik ongeveer anderhalf uur met een open gulp hebben gelopen.

Mol



















Bijzondere vondst vandaag: een kersverse dode mol in een weiland. (Niet Albert, deze was nog jong.) Die moest natuurlijk even snel getekend worden. Dan onthoud je beter hoe zo'n beestje er nou precies uitziet als-ie dood op z'n ruggetje ligt. Nog geen tien minuten later: weer een dode mol! Deze lag letterlijk dubbelgevouwen op straat en was zo plat als een dubbeltje. Toch ook maar even tekenen. En ter geruststelling de verbaasd kijkende, voorbijrennende hardloopdames vriendelijk groeten. Tien minuten later: wéér een dode mol! Een harde, uitgedroogde deze keer. Onder aan de dijk. Maar toen was ik wel klaar met het tekenen van die dooie stumpers.

dinsdag 1 juli 2014

Patrijsjes

Gisteren wist ik de af en toe uit het hoge gras opspringende hoenderachtigen niet te determineren. Maar vandaag zaten er twee op een modderspoor in een weiland en kon ik ze tot op een veertigtal meter benaderen en goed bestuderen. Totdat die @€&#!!! tractor langs kwam sjezen en de patrijsjes van schrik de lucht in schoten om een meter of vijftig verderop in het gras te verdwijnen.

Verder geen idee wat voor merk die roofvogel op dat paaltje was. Terwijl hij toch netjes voor mij poseerde. Ik merk nu de beperkingen van mijn vogel-app. (Twee à drie fotootjes per vogel.)

Ook: twee ooievaars en een grote zwerm spreeuwen.