vrijdag 13 april 2018

Reuzenstern




Afgelopen zondag kon ik met mijn vogelkennis veel indruk maken op wat vrienden. Die overigens nog geen pimpelmees van een koolmees kunnen onderscheiden. Ik vier jaar geleden, zeg maar. Deze 
sperwer (het is er maar een) zag ik echter voor een havik aan. Daar hoop ik zelf over vier jaar dan weer mee te kunnen lachen.




Mijn slechtvalk-op-de-Waalbrug-determinatie werd wat wantrouwend ontvangen. Hoe kun je nou zien dat dat kleine, donkere vlekje een slechtvalk is? Deze keer had ik het echter bij het rechte eind. Gelijk een bewijsplaatje in hun WhatsApp geschoven!






De wekelijkse vogelcursusexcursie ging goed van start met zeven geoorde futen in zomerkleed. 

Tijdens de excursies fotografeer ik niet, of zo min mogelijk. Ik heb ze dus pas na afloop goed vastgelegd. Het zijn schermafbeeldingen uit een filmpje dat ik ter plekke schoot. 











Op de foto's stonden vooral veel dobberende geoorde futen en veel verdwijnende geoorde futenkontjes. Want ze doken het grootste gedeelte van de tijd onafgebroken onder water. Eén aardig actiemoment zat er ook tussen.



Het filmpje is vrij slecht. Maar je kunt door de windruis heen wel mooi hun zang horen.





Normaal gesproken stuit ik ná een excursie op de mooiste waarnemingen. Nu kon ik er slechts met pijn en moeite één gele kwikstaart uitpersen. Ik herkende zijn roepje. 

Anders had ik mijn kijker nooit op die begroeiing gericht. Waarin hij zo goed als onzichtbaar zat te zijn. 
Eerste gefotografeerde 2018-gele kwik bij de Kraaijenbergse plassen! 
(Af en toe moet je een wedstrijdelementje voor jezelf verzinnen om het vogelen een beetje spannend te houden.)




Hij was een hele tijd bezig om deze joekel van een vis te verorberen. 

Nét niet lang genoeg om mij de kans te geven mijn lens scherp te stellen, helaas. Fuut.





Hoe vaak zie je nou een vrouwtje zwarte roodstaart op een liggend bootje op het land...?


(ti) CET-ti CET-ti, CET-ti

(Geen foto maar een aanklikbaar geluidje.)

De eerste keer hoorde ik hem samen met powervogelaar P. in de Biesbosch. Een jaar geleden. De tweede keer hier tien minuten verderop, deze week in de Ooijpolder, wederom met P. 
In functie als dinsdagavondvogelexcursieleider. 
Een buitengewoon geslaagde eerste 2018-dinsdagavondvogelexcursie. Met dus een zeldzame en 'zingende' cetti's zanger. En verder o.a. drie blauwborsten, twee zomertalingen, een slechtvalk, vierendertig kneutjes, een 'zingende' havik en onze eerste sprinkhaanzanger van het jaar.





Een reuzenstern in Waterrijk-Oost! Mijn favoriete net buiten het werkgebied liggende, door mensen aangelegde natuurgebiedje. Die kunnen we natuurlijk niet links laten liggen. De buidelmees die zich precies halverwege de route in een rietveldje ophoudt pikken we gelijk mee. Ter plekke voldoet één enkel buidelmeesroepje vooralsnog voor mij. Heb ik weer een bijzondere waarneming op m’n jaarlijst 2018. (De jaarlijst waar ik me dit jaar niet meer zo mee bezig zou houden...) En kan ik snel door naar m’n reuzenstern.




Goede keuze, want ik heb nog maar een handjevol foto’s van de stern genomen of hij gaat ervandoor langs rivier De Linge. Ik besluit zijn richting uit te fietsen. Want wie weet landt hij nog ergens in de buurt. Een visdiefje doet mij even stoppen. Goede gelegenheid om op m’n vogel-app het verschil tussen deze vogel en de reuzenstern te bestuderen. Niet nodig! Precies op dat moment komt de reus terug langszeilen. Ik kan nog net wat vage vluchtfoto’s van hem schieten.





Weer terug op dezelfde plek steekt hij zijn kop in de veren voor een middagdutje. Goed moment om even naar het vogelscherm te fietsen. Daar zag ik al het nog steeds aanwezige dwergmeeuwtje rondfladderen. Onderweg weet ik nog een aardige foto te schieten van een nestmateriaal verzamelende veldleeuwerik. (Of was het nou toch een graspieper? Die klerevogels lijken allemaal op elkaar.) 


Edit: graspieper dus. Ik ga nu echt heel snel het boek Vogeldeterminatie kopen. Daarin staan illustraties van belachelijk veel op elkaar lijkende vogels netjes op één pagina afgebeeld.




Ik heb weer eens vogelaarsgeluk. De reuzenstern blijkt zich naar een vrij dichtbij het vogelscherm gelegen eilandje verplaatst te hebben. De dwergmeeuw foerageert rondom hem. Zou het me lukken om beide hier zeldzame vogels op één plaatje vast te leggen? Dat zou leuk zijn! Het antwoord op deze vraag lees je achter deze zin. Ja. (De foto staat ook gewoon boven deze tekst.)






Na een tijd flink wat foto’s van de geringde (onleesbaar, maar misschien zegt de kleur wel wat) vogel genomen te hebben maak ik me op voor buidelmees-twitch deel twee.





Die blijkt zich verplaatst te hebben naar een plek waar meer rietsigaren staan. Of lisdodden zoals ze officieel heten. Na een tijdje krijg ik hem, balancerend op een betonblok (ik, niet de buidelmees), in beeld. Een scherpe foto is teveel gevraagd. Niet te doen met al dat riet voor hem. Dan maar een stukkie bibberfilmen (opwinding!) in de hoop dat ik er thuis een enigszins toonbare schermafbeelding weet uit te slepen. Als bewijsplaatje. Zie boven.




Voor de liefhebbers nog wat bewegende beelden van de reuzenstern. Nou ja, vooral het water rondom hem beweegt...

Ondertussen nog steeds geen aardige 2018-blauwborstfoto weten te maken. Een vogelgraaf onwaardig! Hopelijk in het volgende blogbericht.

zondag 8 april 2018

Arnhemse Engelse kwikstaart




Mijn verzameling kwikstaartwaarnemingen begint aardig ‘uit te dijen’. Na de witte, de gele en de rouwkwikstaart kan ik er nu een Engelse kwikstaart aan toevoegen.




Ik was juist van plan om Waterrijk-Oost langzaamaan te gaan verlaten toen ik fotograaf R. tegenkwam. Die meldde mij dat hij de vogel eerder die middag had waargenomen.




Samen met twee oudere, met telescopen gewapende vogelaars zochten we het weiland af waar hij hem gezien had. De Engelse kwik vonden we niet. Wel lieten de medevogelaars enthousiast weten een hier minstens zo zeldzame rouwkwikstaart in het vizier te hebben. Erg overtuigend rouw bleek hij niet te zijn, toen ik mijn foto’s thuis bestudeerde. Dat vond de waarneming.nl-moderator ook. “Op die foto is de stuit niet goed te beoordelen, al lijkt deze niet zwart te zijn. Daarnaast is de rug niet vlekkerig wat zou duiden op een vrouw Rouwkwikstaart. Een donkere (hybride) witte kiwkstaart is dus ook niet uit te sluiten.”

Een uurtje later vond ik alsnog, solo, de Engelse kwikstaart. Tot vreugde van de blijkbaar op dat moment telescoopvogelende J. Zo las ik op waarneming. “Zag Mars in sluipgang gaan. Moest dus wel iets bijzonders zijn ..... (Dank Mars!)” Voordat ík in sluipgang treed moet er zich inderdaad minstens een roodbeletterde vogel voor mijn lens bevinden. (Graag gedaan, J.!)




Met mijn hoofd vol kwikstaarten meende ik in deze jongen een juveniele gele kwikstaart te herkennen. Alleen zat hij daar veel te stil voor. En zijn buik is niet gelig maar licht zalmroze. Bovendien moeten de meeste vogeleieren nog gelegd worden, dus hij kán helemaal niet juveniel zijn. Leucistisch is hij ook niet. Het bleek een waterpieper in zomerkleed te zijn. Geen moment aan gedacht! Het blijft gewoon hondsmoeilijk, dat vogelen. Vooral als je met mijn type klonterhersenen zit opgescheept.






Weer zo’n lastige vogel. Grutto, ja. Maar zou het een IJslandse kunnen zijn? Dat weet ik op het moment van schrijven nog niet. Op waarneming vraag ik het me openlijk af. Waarschijnlijk met gevolg dat ik mezelf en mijn schrale vogelkennis wederom te kijk zet...





Eerder op de dag vond ik de ongeringde vogel van de grutto’s hierboven ook al een twijfelgeval. Gelukkig vraagtekenloos ingevoerd op waarneming.nl. Het bleek inderdaad een ‘gewone’ grutto te zijn. Wel een idee om te kijken of ik de roodblauw-geringde grutto vaker ga tegenkomen. Bij gebrek aan een zwartbuikwaterspreeuw.




Ietsje verderop poseerde een gele kwikstaart. Ze zijn nog maar net terug in Nederland en ik struikel al bijkans over deze vogels! Maar ja, zo’n heerlijk geel vogeltje kún je toch niet ongefotografeerd laten?




Nee, dit is geen vliegend euroteken in spiegelbeeld. Mijn oeverzwaluwblunder van eerder deze week heb ik hopelijk een béétje kunnen compenseren met deze foto van een daadwerkelijke boerenzwaluw. Mijn eerste van dit jaar. 




Net als dit visdiefje.






Behalve voor het twitchen van de Engelse kwikstaart kwam ik voor dit leuke doortrekkende dwergmeeuwtje. Dat zich gelukkig mooi liet bekijken. Zoals duidelijk moge zijn een van de kleinste meeuwsoorten. Dé kleinste las ik zelfs ergens.












Even verderop zaten deze aalscholvers met elkaar te flirten (dat maak ik er tenminste van). Terwijl een van de vogels steentjes aan het doorslikken was. Dit schijnen ze te doen om makkelijker en dieper te kunnen duiken.




Een opvallende waarneming tussen de waterpieper en de ‘rouwkwikstaart’ in was deze snoek. Die mij in een ondiepe sloot op z’n gemak passeerde. Op de foto lijkt hij klein. Maar het was een flinke joekel van zeker veertig centimeter.




Toen ik tijdens het fotograferen van deze kluut opzij keek, bleek er opeens een fotograaf naast mij zitting te hebben genomen. Dat voelt toch een beetje alsof iemand jouw vogeltje steelt. Maar laat ik niet al te kleinzerig doen.














Deze geringde kleine plevier had een lekkere rups gevonden. Door zijn ringen zou je bijna denken dat hij uit New York afkomstig is. Maar dat is niet zo héél waarschijnlijk... Hij bleek niet erg schuw te zijn. Na het nuttigen van het insect begon hij luid te roepen. Terwijl ik heel voorzichtig mijn camera naar een steeds lager standpunt bracht. Eindigend op de grond. Op de foto's kun je mooi zien dat dat mooiere plaatjes oplevert. Op de grond kon ik hem ook nog even filmen, tot mijn accu ermee ophield. 




Een lege accu is een goed excuus om dan toch eindelijk op huis aan te gaan. In de hoop dat ik niks moois meer zou tegenkomen natuurlijk. Je voelt je als vogelgraaf zo naakt en kwetsbaar zonder werkende camera. Helaas kwam ik nog een prachtig in beeld zingende zwarte roodstaart tegen. Op de Waalbrug zag ik zelfs een slechtvalk achter een stadsduif aanjagen. Soms ben ik een echte pechvogel... (Van die laatste vogel toch maar een duifloos beroerd plaatje geschoten met m’n iPhone.)

dinsdag 3 april 2018

Paasvogelen





Godzijdank! De schrijnend lege plek van de zwartbuikwaterspreeuw is ingenomen door een paartje grote gele kwikstaart. Ik hoop tenminste dat het een paartje is. En dat ze gaan paren. En broeden. En minstens twee legsels produceren. Dan heb ik de komende maanden weer wat ontspannend studiemateriaal om handen.




Een van de (relatief) makkelijkst te fotograferen vogeltjes. De roodborsttapuit. Je ziet hem denken: "Donder nou eens op met dat fototoestel! Je ziet toch dat ik aan het baltsen ben!" Witte stuit.



Het is even goed kijken. In een groep van zo'n veertig kneutjes bleek één keep te zitten. Het voordeel van fotograferen is dat je zoiets thuis nog mooi kunt ontdekken.





Een van de eerste uit het zuiden terugkerende vogels is de boerenzwaluw. Hebbes, dacht ik dus toen ik deze jongen boven Waterrijk oost zag vliegen. Thuis het plaatje nog even determineren. Geen karakteristieke buitenste staartveren te zien, maar die zullen wel weggevallen zijn door de slechte kwaliteit foto. Het moét de boerenzwaluw zijn. En zo zit je jezelf met je stomme kop toch weer voor de gek te houden. Het is een oeverzwaluw.



Gelukkig maakte ik geen IJslandse grutto’s van deze gewone grutto’s. Ondanks enige kortesnaveltwijfel van mijn kant. Anders was ik deze week twee keer op mijn gezicht gegaan. Die wazige streep komt doordat ik dwars door het prikkeldraad heen zat te fotograferen.




Hij ziet ons niet! Hij ziet ons niet! Ik zag ze wel. Mijn tweede paartje al deze week. Waarschijnlijk is mijn patrijsradar het afgelopen jaar ongemerkt flink aangescherpt.






Deze twee bonte pieten (scholeksters) poseerden wel heel mooi voor me in het zonnetje.
Langzaamaan leer ik ook steeds beter hoe ik vogels moet benaderen. Zonder ze te doen opvliegen. (Want dat ervaar ik als een nederlaag.)






Stiekem hoopte ik dat ik het vogelwerkgroeplid was dat de eerste 2018-gele kwikstaarten heeft waargenomen. Maar ze waren twee dagen eerder al overvliegend gezien. En fotograaf R. had er natuurlijk allang alweer een fraai op de plaat gezet.






Ik laat ik op dit blog qua foto's de krenten uit de pap zien. Uit de letterlijk honderden foto's die ik schiet kies ik de minst onscherpe. Die ik in Photoshop rechtzet en bijsnijd. Beroerde foto's van zeldzaamheden of bijzondere gebeurtenissen plaats ik hier wel schaamteloos. Foto's als hierboven maak ik héél veel. Maar bespaar ik jullie zoveel mogelijk. Graspieper.




Nooit geweten dat een ooievaar er van achter zo mooi uitziet. Het lijkt wel kunst!





In de schemering zat deze sperwer vermoedelijk te wachten op rietslaapplaats bezoekende zangvogeltjes.







De zomergasten blijven binnenstromen. De blauwborst liet zich vooralsnog alleen nog maar horen en als vluchtig klein bruin vlekje in een struik kort zien. Deze normaal gesproken schuwe zomertalingen waren zo aardig om helemaal mijn kant richting oever te zwemmen. Jammer dat het zo'n bewolkt weer was. En jammer dat een jogger (met dikke billen) (dat zal haar leren!) zo nodig onder aan de dijk, vlak langs het water meende te moeten rennen. En daarbij tientallen vogels de lucht injoeg. Terwijl ze ruim van tevoren had kunnen zien hoe ik heel voorzichtig en behoedzaam diezelfde vogels aan het fotograferen was. (Behalve dikke billen had ze ook een onnozele blik.) 




Heel even zag ik hem om begrijpelijke redenen voor een zeldzame kuifaalscholver aan. Het is een gewone aalscholver in zomerkleed. Door het fotograferen met telelens merk ik dat alleen een verrekijker tekort schiet bij het vogelen. Die groene ogen, die witte vlek en dat kuifje; het is me vrees ik nooit eerder zo opgevallen.




Weer een onscherpe keep rechts op de foto. Samen met een mannetje vink en drie groenlingen (vrouwtje links).




Later voegden er zich ook nog wat puttertjes aan het gezelschap toe. Zo leuk, al die verschillende merken vogels bij elkaar in één boompje.

Volgende keer hopelijk een plaatje van een 2018-blauwborst. Dan hebben we dat ook weer gehad.