woensdag 17 mei 2017

Schutkleur



Ik zág een blauwborst, verschanste me vervolgens snel met m’n camera in een droge sloot en kreeg toen deze kleine karekiet voor de lens. Eigenlijk leuker. Want die had ik nog niet eerder gefotografeerd. De blauwborst zag ik niet meer terug.



Regelmatig schrijf ik hier hoe een vogeldag alleen al met de waarneming van zo'n vrolijk kwetterend puttertje gelijk al goed is. Maar als je hem op deze foto bekijkt, omringd door prikkeldraad, heeft hij best wel een boos, duivels gezichtje. Kan zo worden gebruikt voor de hoes van de nieuwe Iron Maiden.



Zie ik nou een witte kwikstaart? Is het een stuk papier? Door de verrekijker kan ik het niet zien. Zelfs met m'n verder inzoomende camera blijft het witte plekje voor mij ondefinieerbaar. Zojuist op m’n computerscherm zag ik pas dat het een kievit was. Met lof geslaagd voor z'n schutkleurexamen.



De zwarte sterns zijn teruggekeerd op hun vlotjes in de Oude Waal! En zo te zien komt het met het nageslacht dik in orde.

Alle vogels

'Van Zomeren ziet een ortolaan: 'Schoonheid wordt gevoed door zeldzaamheid. Wat dat betreft staat de ortolaan nu vrijwel aan de top. Hij verdwijnt mét de kleinschaligheid uit ons landschap. Er zijn er nog zo'n dertig, veertig. Nog een paar jaar zal de ortolaan almaar mooier worden, dan in schoonheid sterven.' De roep van de bosuil, die 'klinkt als een akoestische vorm van duisternis'. Over uilen gesproken, vintage Van Zomeren: 'Als ik God was en ik wou het scheppingsverhaal verdedigen, dan beriep ik mij op uilen. (...) De uil, zou ik zeggen, is een kunstwerk. Bij uilen geloof je het minst in toeval, het meest in een bedoeling. Op uilen heeft iemand ontzettend zijn best gedaan.'

Uit een recensie (€) van Alle vogels van Koos van Zomeren door Jean-Pierre Geelen. (Ik ben op twaalf februari jarig.)

dinsdag 16 mei 2017

Drie vage geluidsopnames

Gisteravond ging ik nog even op zoek naar een fluiter in het bos. Niet gevonden. Wel kwam ik drie (!) raven tegen, zag én hoorde ik een boomvalk (volgens mij ben ik de eerste van mijn vogelwerkgroep die zijn geluid op waarneming.nl heeft gezet) en hoorde ik mijn eerste nachtzwaluwen van het jaar. Minstens twee stuks. Prima vogelavondje dus.



Toch nog de twijfel of het niet gewoon een zwarte kraai was. Zijn roep liet er echter geen misverstand over bestaan.




Als beginnend vogelaar kon ik hem nauwelijks onderscheiden van een zanglijster. Nu zag ik onmiddellijk dat het een grote lijster was. Lekker is dat!




Ik dacht dat ik een draaihals hoorde
... Maar het was toch echt deze boomvalk.

zaterdag 13 mei 2017

Moederdag






Grasmus, eerste model van de dag. Mooi kitscherig belicht. Dus jammer dat hijzelf net niet helemaal scherp is. (Ja, ik blijf hier gewoon mekkeren over onscherpe foto’s.)



Graspiepertje.



Een week geleden werd ik per auto naar ze toegereden. Vandaag ontdekte ik ze eindelijk weer eens een keer zelf. Patrijzen. Gewoon aan de kant van het fietspad. Een naderende fietser achter mij en een fluorescerende hardloper voor mij deed ze besluiten snel het akkerland in te lopen. En zelf zal ik er ook wel iets mee te maken hebben gehad...



Nee, deze koolmees heeft geen vliegongeluk gehad. Hij heeft z’n koppie helemaal in de kier van de boom gestoken om er een rupsje uit te pikken.



Ik heb op dit blog al verschillende grutto’s laten zien. Maar deze is schérp!



Militaire gele kwikstaart.



Op mijn favoriete (of één van mijn favoriete) vogelplek(ken) zat een groepje van maar liefst elf bontbekplevieren. In dit gebied van de Vogelwerkgroep Arnhem zijn ze gewoon zwartbeletterd op waarneming.nl. Bij ons zijn ze zeldzaam verklaard. Ze hoeven alleen maar de Linge over te steken om roodbeletterd te worden.



Bontbekplevieren verschillen van de algemener voorkomende kleine plevier door hun oranje snavelbasis en oranje poten. En door het ontbreken van een gele oogring. Linksboven een oeverloper.



Geen kluut met zes poten; er waren jonkies geboren!



Ontzettend schattige pluizige beestjes, die jonge kluten. En ideaal meeuwenvoer.



Sorry, dat was een wrede grap.



Eenzame kleine strandloper. Was ik maar aan zee met mijn vriendjes, zie je hem denken.



Een paar kilometer verderop in Meinerswijk. Grauwe gans aapt lepelaar na. Grote Canadese gans met jongen vaart langs.



Ik kon een paar goede foto’s van een kievit maken. Deze was het mooist. Met dank aan de gele bloemetjes.



Een collegavogelaar attendeerde me op deze groep van zo’n achttien lawaaimakende groene kikkers



Héél professioneel ging ik plat op m’n buik, onder het prikkeldraad door liggen voor een foto van deze kauwgomkauwende groene jongen.



Laatste foto van de dag. Waarom meeuwen determineren zo moeilijk is? Nou, dit is bijvoorbeeld de geelpootmeeuw.




woensdag 10 mei 2017

10-05-17



Morgen is ze jarig en komende zondag wordt het gevierd. Haar tiende verjaardag. Nichtje G. is fan van Suus en Sas uit weekblad Tina. Laat ik nou de tekenaar van die strip goed kennen! Een cadeau is dus snel bedacht; met twee gesigneerde albums doe ik haar vast een groot plezier. En daar had ik graag drie kwartier fietsen voor over. Dat de tekenaar vlákbij een favoriete vogelplek van mij woont heeft er niets mee te maken. Heus.

(En nee, ik denk niet dat ze dit blog leest.)



Op het fietspad richting mijn favoriete vogelplek kom je altijd wel een of twee roodborsttapuiten tegen.





Deze keer zat er ook een viertal vrolijk kwetterende puttertjes. Terwijl één puttertje al voldoende is om mijn dag goed te maken.

Tijd voor wat vergelijkingsfoto's. Leerzaam voor het kunnen inschatten van de grootte van een vogel.



Oeverloper en bontbekplevier.



Bos- en groenpootruiter. 






Groenpootruiter en grauwe gans.




In een akkerland tegenover de steltloperplassen foerageert een groep van minstens zesendertig gele kwikstaarten. Het kan haast niet anders dan dat er zich ook wat zeldzame Noordse kwikstaarten tussen bevinden. Ik ga tegen een boom zitten en probeer de beweeglijke gele vogeltjes van grote afstand te fotograferen. Minstens een half uur lang schiet ik tientallen plaatjes in de hoop dat er een bruikbare foto tussen zit. En in de hoop dat ik misschien wel een nóg zeldzamere kwikstaart tegenkom.








Noordse kwikstaarten zaten er in ieder geval tussen. En met deze foto ben ik ook best blij. Een uitsnede van een foto met grote onscherpe gedeeltes. Met mijn toestel, zonder statief en gezien de grote afstand, bijna onmogelijk om compleet scherp te krijgen. Maar ze staan er leuk op. En je ziet zelfs een glimlichtje in hun ogen.




Ik hoopte even op een Engelse kwikstaart. Maar het is een gele kwikstaart. Die nog niet helemaal rijp is. (Denk ik...)



Op de terugweg een beeld dat je als vogelaar regelmatig ziet. Een zwarte kraai die een buizerd opjaagt. (Op de foto scheert hij vlak over de buizerd heen.)


Mannetje tapuit in mooi avondlicht. Er zaten minstens zes tapuiten op dat akkerland. 



Sprinkhaanzanger. Horen doe je ze wel. Op de juiste plekken. Ze laten zich echter zelden zien. Dus vandaag had ik geluk. Maar ook weer pech. Mijn fotocamera heeft namelijk aan twee dingen een broertje dood. Foto's maken in de schemering en plaatjes schieten van vliegende vogels. Dan gaat-ie gelijk op onscherp en vliegt het fotogruis je om de oren.

Ik hoorde dat de voorjaarstrek op z'n eind loopt. Jammer. Moet ik de zwarte ruiter, steenloper en temmincks strandloper maar voor volgend jaar bewaren. Er zit niets anders op. Scheelt me wel weer een hoop tijd qua blogberichtjes schrijven...

zaterdag 6 mei 2017

Roodkeelpieper, Noordse kwikstaart en fluiter



Om mijn brakke lichaam een béétje te sparen, doe ik pas zo'n honderd meter voordat ik met mijn fiets bij het uitkijkpunt van de Kraaijenbergse Plassen arriveer mijn verrekijker en fototoestel om. Nog geen minuut later zie ik een vogel op een jong boompje zitten. Turend door mijn verrekijker vind ik hem behoorlijk op een roodkeelpieper lijken. Die zag ik toevallig eerder deze week op waarneming.nl voorbijkomen. Snel schiet ik een zestal foto's. Waarna het beestje opvliegt en verdwijnt. 

De tegenlichtsilhouetten verderop blijken powervogelaar P. en de mij onbekende vogelgraaf H. te zijn. (P. had ik allang eerder aan zijn auto moeten herkennen maar ik ben zo autoblind als de pest.) Ik vraag of ze wat leuks gezien hebben (één kleine strandloper en vijfentwintig Noordse kwikstaarten) en meld dan tussen neus en lippen door dat ik zojuist waarschijnlijk een roodkeelpieper heb gezien. P.'s wenkbrauwen schieten zo'n veertien centimeter boven zijn hoofd uit. Als ik hem een foto op het schermpje van mijn camera laat zien worden onmiddellijk de collegavogelaars per app op de hoogte gesteld van wat een spectaculaire ontdekking blijkt te zijn. 'Roodkeelpieper ter plekke beeldvullend gefotografeerd door Mars!'.

Iedereen in rep en roer om een pieper, terwijl ik stiekem een beetje teleurgesteld was omdat de zwarte ruiter, waar ik een uur voor gefietst had, wéér niet aanwezig was.

Zonder van het roodkeelpiepernieuws op de hoogte te zijn arriveren waarneming.nl-admins J. en P. Ze vallen met hun neus in de boter want bijna direct na hun aankomst vliegt de pieper vlak over ons heen. Eén van de piepers moet ik zeggen. Want deze heeft duidelijk een veel rodere keel dan degene die ik had gefotgrafeerd. 

J. en P. bieden mij spontaan aan om mee te rijden naar De Hamert. Daar was ik een week eerder nog geweest. Maar het is daar een heel mooi gebied en de twee zijn prachtmateriaal voor mijn studie van 'de vogelaar'. In dit geval drie (ik tel mezelf mee) rustige jongens die zonder ongemakkelijke gevoelens vijf minuten stilte durven te laten vallen. Wel lag het vogeltempo weer hoog. Want na een ontspannen wandeling door De Hamert werden er per auto weer razendsnel allerlei plassen en natuurgebiedjes aangedaan. Ik bleek in de voorbereiding voor de 'Big Day' van volgende week verzeild geraakt te zijn. Dat is gelijk de reden dat ik over sommige waarnemingen en gebieden mijn mond niet mag opendoen. De concurrentie kan meelezen! Maar geen nood; mijn blogs over de grote grijze snip, de schreeuwarend en de buffelkopeend in gebied X en Y houden jullie gewoon tegoed.

Om een plaatje te schetsen van de relaxedheid van J. en P.: 

J.: wat vliegt daar? P. zet de verrekijker voor zijn ogen. Antwoordt: 'een wielewaal'. En laat de kijker gelijk weer zakken. Terwijl deze keer bij míj de wenkbrauwen veertien centimeter boven mijn hoofd schieten! Voor mij blijft dat beestje voorlopig een magische vogel. En van zijn zang kan ik geen genoeg krijgen.

Wat was ook alweer de derde 'lifer' van de dag? O ja, de fluiter. Die liet zich wel horen maar helaas niet zien. Laat staan fotograferen.



Behalve de vogel ontdekken wist ik van alle vogelgrafen de roodkeelpieper ook nog het mooiste vast te leggen. Vind ik dan, hè. En ik ben bevooroordeeld. Helaas zijn de foto’s niet hélemaal scherp.



Geen eerder op deze plek gesignaleerde temmincks strandlopers maar een viertal oeverlopers. Ook leuk.



Kleine strandloper. (Ja, die steltlopertjes lijken allemaal op elkaar...)



De tweede lifer van de dag. Noordse kwikstaart. Al geloof ik eigenlijk niet dat je een ondersoort een lifer mag noemen. Zo'n vijfentwintig stuks vlogen er een fris groene boom in. Prachtig gezicht!



Een professionele vogelaar ziet gewoon aan de andere kant van de weg een paapje op een tak zitten, terwijl hij een auto bestuurt. Geen enkel probleem. (Oké, we reden wel langzaam, met open ramen, om de vogelgeluiden te kunnen oppikken.) Vanuit mijn positie op de achterbank kon ik nog net het koppie van hem of haar vastleggen.




Ik kon nergens op steunen dus helaas is de foto niet helemaal scherp. Maar hij is goed genoeg om te laten zien wat een mooi duifje de zomertortel is. Hiervoor heb ik deze soort alleen maar een keer als grijs stipje zien wegfladderen.



Professionele vogelaars die elkaar vragend aankijken... 
Het geluid uit de boom blijkt van een boomkruiper te komen. Enigszins opgewonden worden er zo goed en kwaad als het gaat foto's genomen. De zang wordt vastgelegd met de smartphone. En wie weet komen we er ooit nog achter of het misschien wel de zeldzame kortsnavelboomkruiper was. (Héél moeilijk te onderscheiden van de gewone boomkruiper.) Edit: helaas. Waarschijnlijk een gewone boomkruiper.




J. wist nog een patrijs te wonen. Dat is heel leuk, want die vogels zie je nog maar zelden. Net als met een hoop andere vogels gaat het heel slecht met ze. (Maar laten we het hier een beetje vrolijk houden.) We stoppen langs een drukke weg en zien gelijk op een paar meter afstand een paartje lopen. Leuk, die oranje kopjes! Het mannetje heeft een donkere vlek op z'n buik.

Om vijf uur 's ochtends opgestaan. Om zeven uur 's avonds weer bij mijn fiets afgezet. En toen mocht ik nog een uur naar huis fietsen. Een vogelaarsleven gaat niet over rozen!

vrijdag 5 mei 2017

04-05-17

Een mij tegemoet fietsende vogelgraaf meldt mij met een stralend gezicht dat hij zojuist een geelgors heeft gefotografeerd. Enthousiast legt hij me tot op de centimeter uit waar ik het vogeltje kan vinden. Het fluoriscerende gele hesje dat hij draagt geeft echter niet de indruk dat ik met een gevorderde vogelaar te maken heb. En als hij me op zijn cameraschermpje laat kijken blijkt hij een gele kwikstaart te hebben vastgelegd. Ik bedank hem vriendelijk, corrigeer hem voorzichtig en vertel maar niet dat ik bijkans struikelde over de gele kwikken toen ik zijn richting uit wandelde.



Gele kwikstaart.



Paapje man.




Paapje vrouw.




Tapuit man.





Echtpaar tapuit.

In het gebied van de Vogelwerkgroep Arnhem zag ik vandaag twee paapjes en één tapuit. In het gebied van de Vogelwerkgroep Nijmegen zag ik twee tapuiten en één paapje. Ik noem het gelijkspel.




Meestal fotografeer ik in de twee seconden-zelfontspannerstand. Ik heb niet zo'n vaste hand. Hierdoor maak ik tientallen foto's van vogels die nét hun kop in het water steken of hun rug naar me toe draaien. Maar het kan ook goed uitpakken. Zoals in het geval met deze lepelaar die toevallig net een visje naar binnen lepelt als de camera klikt.






Gaan we de complete metamorfose van winterkemphaan naar zomerkemphaan hier toch nog meemaken? Ik hoop het! (Of is-ie al helemaal getransformeerd?) Bovenste foto: vrouwtje kemphaan en broedende (?) kluut.




Vrouwtje roodborsttapuit met iets rupsachtigs.




Over iets rupsachtigs gesproken; ik ging bijna op deze rode jongen staan. Een fors geval, deze wilgenhoutrups. Te zijner tijd verandert-ie in een nachtvlinder.




Vorige week zag ik hem voor het eerst bij Arnhem in Park Lingezegen. Vandaag zag ik de bosruiter wat dichterbij huis. Net over de (Waal)brug bij Lent.