donderdag 28 januari 2021

Valkparkiet, beflijstergezwel en Waalbrugslechtvalken




Sint Jansberg. Ik heb nog overwogen haar te vragen of ze wist dat er een vogel op haar hoofd zat. Maar ik wilde het beestje niet verstoren. Valkparkiet.


Spechtensucces! Eerst liet een zwarte specht uitbundig twee van zijn roepen aan me horen. Terwijl ze hoog over het bos vloog.





Om vervolgens gewoon in de boom voor mijn neus te landen!





Waarna een middelste bonte specht het nog eens herhaalde. In een boom voor mijn neus landen dan. Roepen deed hij niet. De bosuil waarop ik eigenlijk stond te wachten ook niet.





27 januari, 103 vogels op m'n 2021-jaarlijst. Ik ben niet ontevreden maar het kan beter. Frustratiesoort is vooralsnog de ringmus. Die ik één keer onzeker heb kunnen spotten. Net als die andere vogel. Hoe heet-ie ook alweer? Kom ik straks wel op. De slobeend werkte gelukkig goed mee.


Al samenwerkende brengen ze met pootbewegingen voedsel naar boven. Met hun forse snavel zeven ze waterplanten en waterdiertjes uit het water.





Onderweg naar G. in A., om mijn iPhone -2 in te ruilen voor een iPhone 7, kwam ik twee mooi poserende buizerds tegen. Op de terugweg zaten er vijf! Op de foto poseert een van de buizerds naast een grauwe gans. In tegenstelling tot wat sommige boswachters dachten, hebben ze bij mijn weten geen paarpoging ondernomen.





Zo van dichtbij zijn het behoorlijk imposante vogels.





Waar je beter geen ruzie mee kunt krijgen.





Het is inmiddels duidelijk geworden waarom de Ooijpolderbeflijster niet naar het zuiden is gevlogen.





Ik neem tenminste aan dat het gezwel op zijn rechtervleugel daar de reden van is. Arm beestje. Die gaat het niet redden, vrees ik.





Mooi hoor, zo’n vrouwtje grote zaagbek. En dan ook nog zo vriendelijk zijn om je meestal in het water vertoevende oranje flippers aan de vogelgraaf te tonen.





Hoppekee, buiging erachteraan! Applaus! Encore!

Een fietser meende met zijn grote, luid blaffende hond, vlak achter me langs over het voetpad te moeten rijden. Ik verontwaardigd opzij stappen. En m’n vogel ervandoor.





Gelukkig liet een paartje ijsvogel zich niet wegjagen. Jaloers op de zaagbekperformance imiteerde het mannetje speciaal voor mij een pinguïn in een blauwe regenjas.





Even eerder werd-ie wel héél wellustig gadegeslagen door een blauwe reiger. Die uiteindelijk toch maar ging voor het visje linksonder hem.






Daar zijn we weer! 
Vaste gasten in dit blog. De Waalbrugslechtvalken. Mannetje (kleiner) en vrouwtje. Jammer dat ze werden weggejaagd door de loeiende sirenes van de brandweerauto. Die aan kwam rijden om me van de Waalboog te plukken.*





Edit. Vergeet ik bijna de kemphaan in de Oude Waal! Terwijl je daar hier nou niet bepaald over struikelt. Al helemaal niet in de winter. Speciaal nog naar huis geracet om het door te geven aan topjaarlijster V. Omdat de accu van mijn iPhone -2 de geest had gegeven. Precies tijdens het versturen van een alert-app. Helaas bleek de vogel alweer gevlogen te zijn. (Later die week nog wel teruggevonden. Dus V. en de andere jaarlijsters hebben nog een kans...)

*Grapje, ja.

zondag 17 januari 2021

Havik én kat belagen steenuil





Ik had natuurlijk al de dwerggans die zestien jaar lang in de omgeving van Milsbeek zat. Maar dat was een wel heel verdacht beestje. Ondanks het gebrek aan een ring toch wel waarschijnlijk een escapeDe twee per app vers gemelde dwergganzen in Overrasselt moésten dus getwitcht worden. 





Nou ja, die zaten er gewoon. Ik heb ze gezien. Een beetje foeragerend tussen tientallen toendrarietganzen, kolganzen, wat nijlganzen en één verdwaalde brandgans. Miniatuurkolgansjes. Kortere snavel, verder doorlopend wit op de bovenkop en een gele oogring. Mooie beestjes. Ongeringd maar waarschijnlijk afkomstig van een herintroductieproject in Zweden. Dus ook niet hélemaal zuiver op de graat. 





De grote opwinding kwam pas toen ik besloot om nog een blik op de ganzen te werpen via een andere kant van het weiland. Naast een auto, waarin collegavogelaar M. en zijn dochter bleken te zitten. Nadat M. een eindje verderop was gaan staan werd ik opgeschrikt door een ‘gillende’ vogel die voor mijn neus in de klauwen van een roofvogel belandde. Op hetzelfde moment besloten alle ganzen het luchtruim te kiezen. 





Geschrokken van de havik-aanval? Beide vogels ploften in het gras, waarna de havik het hazepad koos. Kwam dat door onze aanwezigheid of kwam het door de kat die opeens op het toneel verscheen?










De hevig protesterende prooi van de havik werd besprongen door de kat, weer met rust gelaten en kort daarop opnieuw aangevallen. 




Maar hij kon er vandoor vliegen voordat de pleziermoordenaar zijn tweede aanval kon voltooien. 

Met volledig uitgestrekte cameralens, in de vers invallende schemering, probeerde ik nog wat van het tafereel te filmen. Met als resultaat gruizige, hevig heen en weer zwiepende trilbeelden. Waar M. een dag later zeeziek van zei te worden. Dus ik heb er maar een screenshotcollage van gemaakt. De havikfoto's en de (scherpe) kattenfoto's zijn gemaakt door M. zelf. Ze zijn in volle prachtglorie te bekijken op zijn Twitterpagina.





Een klein moment na deze spectaculaire gebeurtenis hoor ik M. naast mij “Mars!” roepen. Hij bleek de prooivogel te hebben opgeraapt. Een buitengewoon prachtig, wónderschoon steenuiltjeNa zijn vlucht had het beestje geen hoogte kunnen maken, wilde het landen op een onzichtbaar vensterbankje en plofte hij in shock op de grond. Ik heb regelmatig steenuiltjes gezien maar op anderhalve meter afstand (corona) zie je pas echt hoe indrukwekkend mooi ze zijn. Die ogen! Op slag verliefd! 







Het uiltje werd uitgebreid op verwondingen geïnspecteerd door M. en zijn jonge dochter Z. 
“Is hij dood? Mag ik hem aaien?” 





Wonder boven wonder leek hij ongedeerd uit de strijd gekomen te zijn. We besloten de vogel bovenop een schuurtje te zetten, alwaar hij van de schrik zou kunnen bijkomen. Dat laatste vond hij niet nodig; op het moment dat M. zijn hand opende schoot hij er als een speer vandoor. Een aardige bijvangst van een dwergganstwitch! Vogelen blíjft verrassen.


Ik plaats toch maar het (geëdite) filmpje. Voor de mensen die zeeziek willen worden.






Intussen werk ik hard door aan mijn nieuwe jaarlijst. Je moet nu eenmaal een doel in het leven hebben. Hoe triviaal ook. Appelvink kon ik al bijschrijven.





Een vijftal kruisbekken zat nog steeds op hun oude plek. Er wilde er maar een op de bewijsfoto.








Om de paar minuten explodeerde er een groep van minstens vierentachtig foeragerende sijsjes uit hun boom.





En een mannetje kleine bonte specht liet zich mooi bekijken. (Let op het oogbeschermende knipvlies rechts.)

Vorig jaar gemist, nu heel kort in verrekijkerbeeld; vrouwtje blauwe kiekendief! Met 'geschubde' vleugels en een knallend witte stuit. Die onverwachte waarnemingen zijn het mooist!

Op het moment van schrijven (16 januari) zit ik op zesennegentig befietste vogels. Wat mij een mooie zesde plek in de top tien oplevert. Daar ga ik wel weer uitgegooid worden. Meerdere gemotoriseerde vogelaars willen dit jaar aan hun jaarlijst werken. En daar kan mijn oude fietsje niet tegenop. Gelukkig lig ik daar niet héél erg wakker van. Heus.

maandag 11 januari 2021

Wilde zwaan

 



Blog ik alweer bijna zes jaar over vogels? Geen wonder dat het gevoel dat ik mezelf hier nogal een beetje vaak zit te herhalen begint te overheersen. Eens kijken wat we daarmee doen. Misschien weer kortere blogs met minder bewijsplaatjes? De tijd zal het leren. 




Intussen een plaatje van mijn laatste lifers. Al meerdere keren gedipt. Nu mogen ze eindelijk op m’n levenslijst. Wilde zwanen! Meer geel op de snavel dan de kleine zwanen. Die je op de bovenste foto ziet staan. Het is een kilometer of zestig fietsen maar dan heb je ook wat.

donderdag 31 december 2020

Éindelijk een foto van een...




Even een appje gestuurd naar V., met de vraag of zijn invoer van twee roodhalsfuten en één kuifeend op waarneming.nl daadwerkelijk klopte. Of dat hij op een lollige manier liet weten dat de kuifduiker zich niet meer op KP7 bevond. Of dat hij misschien nog niet helemaal wakker was. Het laatste! Dus hup, op de fiets richting Kraaijenbergse plassen, om deze hier zeer zeldzame watervogel te gaan zien.





De kuifduiker werkte goed mee. Hij liet zich direct zien op de doorgegeven plek, dus ik kon onmiddellijk, samen met tegelijkertijd gearriveerde collegavogelaar G., wat plaatjes schieten.





Ik had verwacht dat hij in zijn winterkleed veel meer op zijn familielid de geoorde fuut zou lijken. Maar dat viel mee. Hij zag er toch wel anders uit. Mijn bij elkaar gesprokkelde vogelervaringen van de laatste jaren hebben er natuurlijk ook wel voor gezorgd dat ik vogels steeds beter ga zien. En dat is een blijde vaststelling.





Doordat hij in zijn brandgans-eentje was en geflankeerd werd door twee meerkoet-bodyguards, meende ik iets bijzonders aan hem te zien. Het is echter een heel gewone brandgans. Dat maakt hem niet minder mooi.





De lucht vulde zich met honderden toendrarietganzen. Dus dan speuren wij vogelaars gelijk naar een zeearend. Helaas, het was weer eens een helicopter. Geen luchtfoto’s; de camera-accu wilde niet meer.





Ik zou eigenlijk achter automobilist G. aan fietsen richting het uitkijkpunt op KP7. Een tiental vogeltjes die ik niet ónmiddellijk herkende, hield me tegen.





Heerlijk van de rozenbottels snoepende groenlingen! Van alle boos kijkende vogels misschien wel mijn favoriet.





Ik zat gehurkt op een parkeerplaatsje. Achter me hoorde ik wat zachte geluiden. Na een kleine zeventig foto’s genomen te hebben draaide ik me om en zag ik dat een man zijn fiets zo geluidloos mogelijk op zijn auto aan het bevestigen was. Om mijn vogeltjes niet te verjagen. Bijzonder sympathiek.





Uiteindelijk vlogen de groenlingen weg door een passerende, nieuwsgierige jongedame met twee honden. Gelukkig had ik mijn portie vogelkijkgeluk toen al binnen.





En kon de schemering langzaam maar zeker gaan beginnen met invallen.





Eerder die week zaten er ook al de twee hierboven genoemde zeldzame roodhalsfuten op de Plassen. (Lastig te vogelgraferen in de kou en regen. Met allemaal struiken voor je neus.)










Niet heel opwindend meer, maar zo mooi poserend in het zonnetje kon ik hem niet ongevogelgrafeerd laten. Kramsvogel.





‘Ik zal dit jaar toch niet de zwarte mees missen....?!’ Met die vrees heb ik driekwart 2020 rondgelopen. Coronavrees was er niets bij. Totdat ik er een paar weken geleden, binnen een paar dagen, twee tegenkwam. Toen was het nog minutenlang de nek verstijven; hoog in de boomkruinen op zoek naar de veroorzaker van het zm-roepje. Nu landde er zomaar een op twee meter afstand voor m’n voeten. Sympathiek beestje! Verschil met de koolmees: kleiner, blekere gele borst, geen zwarte stropdas en een witte rechthoek op zijn dikke achterhoofd. Dichtbij, maar te donker voor een goed plaatje. En zo is er altijd wel wat.

------------

Pats, boem, onderuit, bij het zoeken naar houtsnip. Gladde bladeren. Net niet gespietst door vervaarlijk uitstekende, schuin afgezaagde struiktakken. Ik had wel drie heupen kunnen breken! Maar ik had niets. Al helemaal geen houtsnip.





Rotgansherkansing!
Een ochtendmelding van profivogelaar M. op twintig minuutjes fietsen. De melding was alweer een tijdje geleden maar natuurlijk waagden we de middaggok. Elke smoes om de natuur in te vluchten pakken we met beide handen aan.
Het was nog even ongeduldig zoeken tussen de honderden kolganzen. Maar uiteindelijk kreeg ik een mooi mannetje, mistige rotgans voor de lens. 





M. maakte een mannetje van de gans omdat de vogel zich nogal territoriaal gedroeg. (Hij gedroeg zich heel rot, zeg maar.)



Opvallend kleine snavel heeft-ie.

------------

Terwijl ik sta te genieten van vier roepende staartmezen op de uiterste punten van een struik: “Hé man met de verrekijker, dit is veel mooier!”
Als een vogelaar érgens een hekel aan heeft, dan is het wel aan schreeuwende mensen. Ik besluit toch maar naar de persoon, die zo’n honderd meter verderop staat, te lopen. Geen verrekijker voor z’n ogen, wel een mondkapje onder zijn kin.
“Mooier dan vier staartmeesjes?”, mompel ik op mijn hoede.
“Véél mooier! Kijk!” Hij wijst tussen twee woningen door naar een grijs gestalte op een boomtak en vraagt: “Wat is dat?” 
Uit beleefdheid zet ik nog even m’n kijker voor mijn ogen. Om hem vervolgens te vertellen dat we tegen de rug van een blauwe reiger aan kijken.
“Mooi hè?! En die twee vogels boven hem?”
De twee zwarte kraaien boven de reiger vindt hij ook heel mooi. Vermoedelijk mede dankzij mijn vermoeide gezicht wandelt hij snel weer vrolijk verder en keer ik terug naar mijn oude plek. Waar ik nog net een ijsvogel over het water zie schieten.

------------

Eens zien wat ik de laatste twee 2020-weken nog bij elkaar weet te vogelen. Gunt Moeder Natuur mij nog een kruisbek? (Ik denk dat ik daar heel hard naar kan fluiten.) Ga ik nog drie uur fietsen voor een parelduiker? We zullen het zien...

------------

Normaal gesproken had ik dit blog nu online geplaatst. 
Maar omdat een béétje leesvoer dubbeldik gaat tijdens de kerstdagen, doe ik daar ook maar eens aan mee. Corona-lockdown-leesvertier.





Kruisbekgeluid leren. In de hoop dat die kreng… prachtvogels zich éindelijk eens een keer laten horen. En zien!

Dit had ik op Instagram geplaatst. En weer verwijderd omdat de tekening daar al eerder als onderdeel van een schetsvel stond. En uit lichte irritatie omdat mijn leukste tekeningen altijd veel minder likes krijgen dan mijn commerciële tekeningen. Die vaardig gemaakt zijn. Maar qua stijl zijn ze behoorlijk gewoontjes. En meestal half mislukt. Wat doorgaans alleen door mij wordt gezien. Want ik ben de enige die weet hoe ze er uit hádden moeten zien.







Eén dag later...!

Misschien wel hét vogelvreugdemomentje van het jaar. Ik had m’n fiets nog maar net aan een boom vastgeketend. Bij ontdekking van het silhouet zoomde ik gelijk al filmend in. (Mocht de kruisbek wegvliegen, dan heb je in ieder geval een bewijsscreenshot voor je blog). Hevig met mijn camera slingerend, omdat de opwinding me bijna te veel werd.





Het geluk hield niet op. Want vlakbij vond ik nog een vijftal vogels waar ik, met een stuk meer pijn en moeite, ook nog wat plaatjes van kon schieten. Van hun nimmer meer te vergeten ‘kiep, kiep’-roepje maakte ik een winderige geluidsopname met mijn bijna overleden iPhone.





De vrouwtjes zijn groen, de mannetjes rood.





Tijdens mijn kruisbekplaatjesjacht vlogen er verschillende zingende goudhaantjes om me heen. En lieten kuifmees, glanskop, boomklever, staartmees en ja, wederom een zwarte mees zich mooi zien. De truc om zoveel mogelijk bosvogels waar te nemen is simpelweg een half uur op één plek blijven hangen. En daarbij zo min mogelijk te bewegen. Geduld vereist!

Na al dit moois kwam ik, behalve veel verwonderd en nieuwsgierig kijkende wandelaars, ook nog een hond uitlatende, versgeheupte collega tegen. Zodat ik mijn kruisbekvreugde gelijk even kon ontladen. Topvogelmiddag!





Hij stond al op mijn 2020-jaarlijst, maar een beflijster halverwege december is bijzonder genoeg om de fiets te pakken en een blik op deze overwinteraar te werpen. Ook al régent het dat het giet. Helaas had de vogel meer moeite met de regen dan ik en had ik een flinke vogeldip te pakken. Op de terugweg had ik dan wel weer het geluk de Ooijpolderklapekster wel heel dichtbij te zien zitten. In de regen heb ik wat plaatjes geschoten waarvan ik dacht: ‘Dat zou wel eens wat kunnen worden’. 





Plaatjes waarbij ik dat denk vallen bij thuiskomst altijd tegen. Nou ja, zo vaak zie je nou ook weer niet een kletsnatte klapekster. Dus ik gooi ze maar weer op m'n blog. 





Ook vrij bijzonder, diezelfde dag; overwinterende lepelaars. In een opvallend droge Oude Waal. Als het toch nog plotseling hard gaat vriezen, dan zijn ze de pineut. Vrees ik.





Ver weg in het riet maar met onmiskenbaar geel hoedje: bruine kiekendief. Nog zo'n vogel die normaal gesproken naar het zuiden getrokken zou moeten zijn. (De meeste dan.)


Echt meewerken deed-ie niet. Maar ik was allang blij dat ik 'm eindelijk, alsnog in mijn vizier kreeg. Het mannetje winterbeflijster in de Ooijpolder. Schuwe vogel. Behulpzaam aangewezen door M., J. en E. 


Hij moet het doen met deze schrale collage. Eigen schuld. Had-ie maar dichterbij moeten zitten. We leuk dat ik hem ook even heb kunnen horen. Al bij al een ideaal Eerste-kerstdag-cadeau. En daarvoor heeft hij niet eens onder mijn kerstboom hoeven liggen. Ik heb ook helemaal geen kerstboom. Ik ben wel gek om een mooie, levende boom om te hakken, vol te hangen met kitscherige snuisterijen om hem vervolgens een langzame dood te laten sterven in Huize Fietsvogelaar! Wie bedenkt al die malle tradities toch?! Was dat Jezus? Arresteren, die man! (Sorry, ik dwaal af.)





Hola, toch hopelijk geen huis in aanbouw in brand, op Eerste kerstdag?




Gelukkig, het is iets vuurkorfachtigs. Kerstvreugdevuur, gok ik.

Ga ik hiermee eindigen? Of ga ik op de állerlaatste dagen van 2020 nog iets fotografeerwaardigs zien vliegen? De spanning is om te snijden!

-------------------------

31 december 2020: het enige wat ik heb zien vliegen is mijn top 10-positie uit de VWG-Nijmegen-e.o.-jaarlijst! Geëindigd als elfde. Nederlaag van jewelste. Wat een rampjaar! (190 vogels.)

Intussen wens ik al mijn lezers (ja, jullie twee daar!) een van schoonheid sidderende kruisbek-, houtsnip- en/of roerdompwaarneming toe in het nieuwe jaar! En gezondheid, warmte en liefde en zo.

Edit: om mezelf even te troosten; ál mijn vogels zijn per fiets waargenomen. Op een fietstoplijst soorten 2020 zou ik dik in de top 3 staan! (Denk ik...)