Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht zwarte stern. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht zwarte stern. Sorteren op datum Alle posts tonen

vrijdag 10 juni 2016

Grote karekiet en verdronken zwarte stern

Verrekijkend naar de grote karekiet hoor ik de zwarte sterns hevig tekeer gaan. Vlak voor het boompje waar de hier zeer zeldzame vogel luid in zit te zingen, en waar de sterns hun vlotnesten hebben. Op een kluitje zie ik ze vlak boven 'iets' in het water fladderen. Een snoek of een andere predator, vermoed ik. Maar het blijkt een zwarte stern te zijn die paniekerig met zijn vleugels spartelt. En die ik vervolgens voor mijn ogen zie verdrinken. Net te uitgeput om het vlotje, op een tiental centimeter afstand naast hem, te kunnen bereiken. Zwarte sterns pikken, laag vliegend, visjes uit het water. Blijkbaar kunnen ze niet zwemmen. Deze niet in elk geval.

Na dit toch wel treurige moment richt ik mijn kijker terug naar de grote karekiet, die nog steeds onverstoorbaar blijft doorzingen. Als ik even later weer een blik op het lijkje van de stern werp, zie ik het héél langzaam wegdrijven met iets donkers op zijn rug. Nu al een aaseter? Het blijkt een kuiken te zijn! 

Af en toe blijft het kadaver-vaartuigje aan een nest hangen. Waarbij het arme jong ook nog eens verjaagd wordt door de bewoners, die fladderend en pikkend boven hem vliegen. Ze dulden geen concurrentie in hun buurt. Dood en minderjarig of niet. Iets verderop zie ik zijn nog wat kleinere broertje of zusje dobberen. De kuikens kunnen dus in ieder geval wél zwemmen. Ook naar hem/haar wordt minstens één keer gemeen gepikt. (Dit zijn natuurlijk mijn persoonlijke interpretaties van hun gedrag. Ik ben bepaald geen bioloog.)



Terugkomend van een plaspauze hoor ik van een andere vogelaar, die na de onfortuinlijke gebeurtenis was gearriveerd, dat de jongen toch nog door de andere vogels zijn opgenomen. In verschillende nesten. Een eind verderop drijft het lijkje van de verdronken ouder. Omringd door luid roepende sterntjes, die wellicht hopen op een wonderlijke wederopstanding. 

Felle beestjes overigens, die zwarte sterns. In de tijd dat ik er was zag ik ze ook nog twee wilde eenden en een fuut aanvallen. Die waren blijkbaar te dicht in de buurt van hun nesten gekomen. De fuut moest zelfs een paar keer onder water wegduiken.




Dit is het enige filmpje dat ik maakte dat nog enigszins om aan te zien is, omdat ik het weggedreven sternlijkje hier van vrij dichtbij kon benaderen zonder de nesten te verstoren. (Ik ga nog telescooploos door het leven.) En omdat ik hier een stuk minder tril (ja, echt) door de inmiddels weggetrokken opwinding. Op andere foto’s en filmpjes zie je alleen maar minuscule, bewegende zwarte stipjes. (Zie bovenste foto.)

zaterdag 2 mei 2015

Zwarte roodstaart, bonte vliegenvanger, blauwborst

11 uur non-stop vogels kijken was niet voor niks: ik heb Hem gezien! De Frp... de kpv... de brrr%r... de b-b-b-blauwborst!

Om vijf uur vanochtend moeiteloos m'n bed uitgerold. Van Nico de Haan móet je nu eenmaal — minstens één keer per jaar — in de lente de vogels wakker horen worden in het bos. Het Reichswald is een gróót bos, dus ik fiets weer die kant op, en kom deze keer aan met slechts een half uurtje omrijvertraging. (Waarom ben ik toch zo stronteigenwijs, en fiets ik niet gewoon de route die ik kén?!) De vogels zijn inmiddels natuurlijk al wakker, en al wandelende dringt het tot me door dat ik het eigenlijk helemaal niet zo'n leuk bos vind. Beetje saai. Nou ja, het gedeelte-tje dat ik gezien heb dan. Gelukkig verandert mijn humeur al snel als ik aan het eind van een pad twee herten zie. En als ik nog later mijn eerste vrouwtje bonte vliegenvanger weet te determineren, blijk ik toch de juiste keuze gemaakt te hebben.

Na mijn bezoek aan het Reichswald wandel ik langs een fijn kronkelmeertje naar De Bruuk (helaas geen hagedis deze keer), om vervolgens via Wyler en Zyfflich de Ooijpolder binnen te fietsen. De hele dag prachtig zonnig weer, een graad of zeventien, achttien.

Reichswald / De Bruuk / Wyler / Zyfflich / Ooijpolder

- Ooievaar
Daar begon mijn vogeldag mee. Als ik de 'ordinaire' vogels even niet meetel. Later op de dag zag ik er twee klepperend, op hoge snelheid, rakelings achter elkaar aan vliegen, waarbij er eentje een pikbeweging naar de ander maakte. Vermoedelijk vechtend om het vrouwtje dat ik twee uur eerder op dezelfde plek had gezien. Of was het misschien een ooievaars-paringsdans?
- Roodborst 
- Buizerd
- Vink
- Winterkoning 
- Ree
- Hert

De eerste twee herten waren, dacht ik, echte herten. Vermoedelijk een vrouwtje met haar jong. De drie herten die ik daarna, apart van elkaar zag, waren reeën. Waarvan één een reebok met gewei. Mooi hoe herten/reeën altijd als versteend naar je blijven staan kijken, als ze je eenmaal ontdekt hebben. Afwachtend of je hen ook gezien hebt. Daarna natuurlijk snel in een drafje ervandoor. 
- Nijlgans
Eén exemplaar in het bos, die lawaai maakte voor tien.
- Zwartkop
Weer veel zwartkopjes gezien en gehoord, waarvan slechts één een dame met een bruin petje.
- Boomklever
- Bonte vliegenvanger
Ze zat bij, op, en in een vogelhuisje, alwaar ik haar goed heb kunnen bekijken. Ze was niet verlegen. Dun, lang snaveltje om insecten mee te kunnen vangen en grote ogen om ze goed te kunnen zien.























- Grote bonte specht
- Pimpelmees 
- Zanglijster 
- Blauwe reiger
- Kievit
- Grasmus

Wel een stuk of vijf gezien vandaag. Blijkbaar een algemener beestje dan ik in de gaten had. Net als de zwartkop. Die moet ik vorig jaar toch ook regelmatig waargenomen hebben. Maar toen zag ik nog niet zo goed.
- Rietgors
- Fazant
- Kneu
- Boerenzwaluw 
- Gierzwaluw 
- Tjiftjaf

Ik noteer alleen vogels die ik gehoord én gezien heb hoor. Anders kan ik de tjiftjaf standaard aan de lijstjes gaan toevoegen.
- Sperwer
Twee zag ik er vandaag. (Denk ik.) Allebei flink doorfladderend in de verte. Met af en toe een korte glijpauze. Lange staart.
- Wilde eend
Vrouwtje met acht jongen. Later nog eens hetzelfde tafereel, met andere hoofdrolspelers.
- Boompieper 
- Aalscholver 
- Oranjetipje 
- Kleine karekiet

Waargenomen in het riet als 'een muzieknoot achter een streepjescode'. Prachtig zingend. En net genoeg zichtbaar om hem een tijdje te bekijken.
Edit: o lekker, hij schijnt een tweelingbroer te hebben. De bosrietzanger. Voornamelijk door zang van elkaar te onderscheiden. Nou laat ik beide beestjes dan maar invoeren in m'n vogelgeluiden-app-quiz. (Ik voel een enorme vogelaarsterugval...!)
- Witte kwikstaart 
- Holenduif 
- Roodborsttapuit 
- Huismus
- Zwarte roodstaart

Op een paaltje zag ik een langwerpig zwart vogeltje zitten. Voordat ik hem goed en wel in verrekijkbeeld had, vloog hij weg, waarbij zijn door de zon verlichte rode staart goed opviel. Iets verderop, in een kortgevreten paardenweiland, kon ik nog heel even een blikje op hem werpen. Ondanks dat hij zich in een vreemd habitat bevond, kan ik er alleen maar een zwarte roodstaart van maken. Nieuwe vogel!
- Noordse kwikstaart
Over bijvangst gesproken! Hij wipte zomaar in beeld toen ik de zwarte roodstaart probeerde te bekijken.
- Nijlgans
- Waterhoen 
- Scholekster 
- Bergeend 
- Krakeend 
- Zwarte stern

Ze zijn weer terug op hun vlotjes in de Oude Waal. En ze waren veel mooier dan vorig jaar! Waaruit ik meen te mogen concluderen, dat ik na een klein jaar vogelen, een stúk beter heb leren kijken. Snavel, vleugel, staart, kleur, alles wordt zo zorgvuldig mogelijk door m'n hersens gedetecteerd. Ik verheug me nu al op volgend jaar; dan zie ik vast nóg beter!
- Oeverloper
Eén van de zwarte stern-broedplankjes werd, al dan niet tijdelijk, bezet door een oeverlopertje.
- Kleine plevier 
- Blauwborst

Nadat ik mijn thuistocht meerdere keren had uitgesteld (ik kan moeilijk stoppen als ik het naar m'n zin heb), besloot ik, na ruim tien uur gevogeld te hebben, nog één omweggetje te maken via de Persingensestraat. Daar zag ik, helemaal aan het eind, een zingende vogel op de top van een boompje. Nietsvermoedend richtte ik mijn kijker op het beestje, en het volgende moment voelde ik een grote grijns op mijn gezicht verschijnen. Naar dat vermaledijde blauwborstje was ik al sinds vorig jaar lente op zoek! Door al mijn blauwborstgesmacht van de afgelopen tijd, was ik een beetje bang voor een anticlimax, maar niks hoor, geen enkele foto, hoe mooi ook geschoten, haalt het bij het in levende lijve aanschouwen van dit verdraaid leuke vogeltje. Wat een intens blauw! En wat een uitstekende waarneming om deze zonnige dag mee af te sluiten! 
- Putter
Toen de blauwborst er na een drietal minuten vandoor ging, omdat-ie niet van auto's hield, vlogen er nog twee puttertjes voorbij om de achtergebleven leegte voor me te verzachten.

woensdag 9 mei 2018

Krooneend

Of het met de dodenherdenking te maken had weet ik niet. Nooit eerder kwam ik met zoveel aardige foto’s thuis. Het ene na het andere vogeltje bleek graag bereid om voor mij te poseren. (Of was zo partnerwellustig en opgewonden dat ze zich maar niet door dat figuur met die fotocamera lieten afleiden/opjagen...)




Voor de tweede keer zetelde ik me bij de plas water aan de Bemmelse dijk. Het blijft een drukke plek qua voorbijgangers. Maar zo af en toe kwam er toch een gevleugelde vriend langs voor een hapje modder of een slokje water. Zoals deze boerenzwaluw.





Deze puttertjes leken mij pas laat in de gaten te hebben. Razendsnel wierp ik ze mijn warmste glimlach toe. Ze wisten niet hoe snel ze zich uit de vleugels moesten maken.





Ik herinner me dat er als kind hele zwermen mussen bij ons over het trottoir zwierden. Tegenwoordig ben ik al blij met één huismus op een paaltje.





Een tijdje geleden reageerde een professioneel vogelaar met een keiharde ontkenning op mijn opmerking dat de zang van een roodborsttapuit wel wat weg had van de zang van een heggenmus. Een tijd later bevestigde een andere professionele vogelaar mijn waarneming volmondig.





Nog een reden voor vogels om zo ‘welwillend’ te poseren voor mijn camera, is dat ze hun nestplek niet willen verraden tijdens het aanvliegen met voedsel voor hun jongen. Niet te lang blijven staan dus. Graspieper 1.





Ze vliegen je in deze tijd om de oren. Grasmus.





Aan nagels knippen doen graspiepers niet.





De helft van een paartje tureluur houdt de man op het fietspad goed in de gaten.





Een van de weinige vogels die mij net te weinig tijd gaf om eens stevig op haar in te zoomen. Een bewijsplaatje wordt het dan. Vrouwtje zwarte roodstaart.





Deze kneu bleef onverdroten doorzingen terwijl ik steeds dichter naar hem toe schoof. “Putter?”, vroeg een voorbijfietsende man. Zachtjes mompelde ik ‘ja’ in de hoop dat hij door zou fietsen en de ‘putter’ zou blijven zitten. Wat ze gelukkig deden.





Graspieper 1: "Heb je het gehoord? Mars Gremmen heeft weer een nieuw berichtje op zijn natuurblog geschreven."
Graspieper 2: "Néé...!"





Ik meende hem al eerder te horen. Later, in de schemering ontdekte ik de grutto ook. Van links naar rechts: grauwe gans, grutto, kuifeend en een eh.. eh...






Bevrijdingsdag bracht mij een mannetje krooneend. Al eerder gedipt en nu eindelijk in beeld. Een avond eerder door keramiekkunstenares en vogelaar M. ontdekt. Nieuwe Gelderse vogel! (Al zul je zien dat het gewoon een ontsnapte siervijvereend is.)





Vlakbij de krooneend zat dit meerkikkertje.





De hartstochtelijk zingende nachtegalen in het struikgewas vlakbij kreeg ik noch op de foto, noch in beeld. Dit eenzame staartmeesje werkte iets beter mee.





En deze kievit wilde ook wel laten zien hoe prachtig hij van kleur is. Bij de juiste belichting.

Afgelopen zondag fietste ik mijn eerste Big Day. In vierentwintig uur zoveel mogelijk vogelsoorten zien te waarnemen. Samen met twee teamgenoten kwamen we op een score van drieënnegentig vogels. Wat ik persoonlijk helemaal niet zo onaardig vind. De vogels en onze fietsroute kun je naar wens hier bekijken. Het verslag bewaar ik voor De mourik, het 
verenigingstijdschrift van mijn vogelwerkgroep.




Een dag na de Big Day keerde ik nog eens terug naar het Weurtse grindgat. Nieuwsgierig of ik nu wél een gele kwikstaart, oeverzwaluw, zwarte stern of oeverloper kon waarnemen. Helaas. Een mannetje rietgors zong hartstochtelijk op een bloementak.




En er vlogen twee lepelaars over.




De bosrietzanger waar we ook naar zochten liet zich nu wel zien. Een van de laatste in Nederland arriverende zomervogels.




Verder met de dinsdagavondexcursie in de Bemmelse polder onder leiding van vogelgrafe J. 
Iets daarvoor fietste ik nog even naar de Oude Waal. Om te kijken of er al zwarte sterns op hun toekomstige broedplek gearriveerd waren. Bij aankomst zag ik er gelijk een zitten op een paal in het water. Met naast hem een visdiefje. Nadat ik ze benaderde vloog het sterntje op en werd zijn plek ingenomen door nog een visdief. Die duidelijk liet zien waarom hij zo genoemd wordt. Al klinkt 'dief' wel erg onaardig. Je zal zien dat die naam weer door de mens bedacht is. 




Na een tijdje voegde er zich een tweede zwarte stern bij het groepje. De komende tijd ga ik me eens wat meer in deze prachtig sierlijke vogeltjes verdiepen. Dus je zult ze hier nog regelmatig langs zien fladderen. Of je het nou leuk vindt of niet.




In de Bemmelse polder kwamen de gebruikelijke vogels langsvliegen. Roodborsttapuit, grasmus, graspieper, tureluur, kleine karekiet. 

Ik mag mezelf graag op de borst kloppen over mijn vogelontdektalent. Regelmatig weet ik als eerste een vogel of ander dier te spotten*. En dat moet dan iedereen weten. Niet dat ik zo'n selfkicker ben. Het is puur enthousiasme en wanhopige hunkering naar complimentjes. Die voorkomt uit het feit dat ik verder nergens goed in ben. Ja, je zou kunnen zeggen dat ik goed kan tekenen. Maar je kunt ook zeggen dat opvallend veel andere mensen heel slecht tekenen. Of zoiets.

De beversnuit in het water ontdekte ik dus tot tweemaal toe als eerste. Later kregen we drie bevers in beeld. Na afloop van de excursie, toen de groep afscheid had genomen, was ik de enige die een steenuiltje op tien meter afstand zag zitten. Toen waren echter alleen de excursieleidster, haar man en ik over. 




J. begon onmiddellijk op haar knieën het uiltje te aanbidden. Onderwijl wat foto's nemend. Zelf heb ik de vogel daar eerder al aardig kunnen fotograferen. In de schemering ondernam ik maar geen nieuwe poging.

"Dat was even spannend!". Dat kon je wel stellen, ja. Terwijl ik, tot grote hilariteit van J. en haar man, op dertig meter afstand stond te wachten, tot het elkaar kopstoten uitdelende zestal runderen zich van het fietspad verwijderde, fietste een vrouw gewoon tussen de opgefokte kudde door. Dapper, zou je kunnen zeggen. Ik vond het echter tamelijk oerstom. Als ik bronstig ben moet je ook niet vlak langs me heen fietsen. Levensgevaarlijk! (Geen zorgen; ik was voor het laatst bronstig in 1997.)

*Vies woord.
BewarenBewaren

woensdag 13 juni 2018

Week 23/24




's Morgens vroeg op pad voor een bezoek aan een grote oeverzwaluwkolonie. In de hoop wat leuke foto's te schieten. Dit ook al niet al te scherpe plaatje is de beste uit zo'n 150 bruine vlekken...




Zo'n distelvlinder heeft best een lange tong.






Meestal zitten ze met hun snavel in het water naar snelle snacks te zoeken. Nu waren ze lekker aan het vlooien. Of hoe heet dat bij vogels. Ideale fotomodellen. (Maar daardoor misschien ook wel weer een beetje saai.) Lepelaars.




Machtig mooie balletdansers zijn het, die visdiefjes.





Ik kon hun jongen nog net ongeringd op hun eilandje bekijken.




Want ik werd afgelost door een groepje vogelringers. Ik geloof dat ze ter plekke ook nog een baby'tje hebben gevonden en geringd. (Maar misschien hadden ze het zelf meegenomen.)




Het blauwe-reigernest, dat ik nu een paar keer bezocht heb, was op één reiger na alweer verlaten. Aan een tweede leg doen ze niet. Dus dit exemplaar is niet, zoals ik dacht, nieuwe eieren aan het bestuderen.




Ik kon ze verrassend makkelijk, van meerdere kanten benaderen. Maar als de zon recht boven ze staat te knetteren dan krijg je hun mooie rode keeltjes onmogelijk op de foto. Boerenzwaluwen.




De vermaledijde buxusmot. Vreet al onze buxusplanten kapot. Maar ja, we hebben hem zelf hier ingevoerd. Op dit moment is-ie een plaag. Maar na verloop van tijd zal deze exotische indringer natuurlijke vijanden krijgen. En krimpt zijn aantal weer. Er vanaf komen doen we niet meer. Nou ja, het is een mooi motje. 




Dit is natuurlijk de vierlijneendagsvlieg. Dat hoef ik jullie niet te vertellen...

(Iemand moet hoognodig zijn ramen wassen.)

















Op acht van de zesendertig zwarte-sternvlotjes heb ik jongen geteld. (Op 11 juni.) Zie de zwarte stipjes op het kaartje. De aantallen kunnen in werkelijkheid groter zijn. De jongen zijn heel goed gecamoufleerd en zitten soms onzichtbaar in het groen.




Bij de BDL-zwarte-stern nog steeds geen jongen. Pa en ma broeden afwisselend en rommelen van tijd tot tijd wat in het nest.




Het verbaasde me hoe lang de jongen soms alleen worden gelaten. Deze twee moesten zich zeker tien minuten lang gedeisd houden.





Koloniebroeders kunnen zich de vrijheid permitteren om hun jongen zo lang alleen te laten. Deze geniepige blauwe reiger kon nog aardig dichtbij komen. Maar werd uiteindelijk moeiteloos door de sterns verjaagd. 





Binnenkort ga ik me natuurlijk weer buitengewoon verbazen over hoe snel die kleine pluizebollen groot worden.





"In, spin, de bocht gaat in..."

Ze zijn nú al bezig met hun eerste vliegoefeningen!



Bovenstaande schermafbeeldingen komen uit dit onstabiele filmpje.
BewarenBewaren

vrijdag 4 januari 2019

Mooiste waarnemingen 2018

183 vogelsoorten nam ik afgelopen jaar waar in het werkgebied. Goed voor een gedeelde achtste plaats in de jaarlijst van de Vogelwerkgroep Nijmegen e.o. Met dien verstande dat sommige profi-vogelaars niet alle soorten invoeren. Dus een kievit, knobbelzwaan of huismus gerust links laten liggen. 

Onzin ook, die lijstjeslust van mij. Snel door naar de mooiste en/of bijzonderste natuurwaarnemingen die ik in 2018 had. Befietsbare waarnemingen, hè! Ik ga natuurlijk niet in een gemotoriseerd voertuig zitten vogelen. Kom nou.


Potverdikkie, wat stond het water hoog begin dit jaar. Bevers zaten óp hun burchten i.p.v. er in. Waardoor ze overdag prachtig te bekijken waren. (Als je geluk had dan verplaatsten ze zich vijf centimeter.)




Zwartbuikwaterspreeuw. Deze jongen heeft me veel plezier bezorgd. Helaas is hij deze winter niet terugverdwaald. Maar we houden goede hoop...




Putter. Nog meer hoogwaterpracht. Ook al had ik liever wat minder rug en wat meer kop gezien.




Witstuitbarmsijs. Derde van links. Drie keer voor naar Arnhem gefietst. Slechts één keer getroffen.




Topper. Zo'n tien á elf stuks zaten er begin februari in de Bisonbaai.




De Wijchense solopestvogel. Met gratis carnavalsachtergrondmuziek en dronkenmansgeclaxonneer.



Honderden spreeuwen overwinterden hier een paar straten verderop. Tot verdriet van de auto-eigenaren. (Poep.) En tot vreugde van mij. Hoe ze tegen de avondschemering hun slaapboom in vlogen was een spectaculair gezicht. Hoe ze er 's ochtendsvroeg uit vlogen was helemaal het filmen waard.




De sperwer was er ook blij mee.




Klapekster. De beul van de Ooijpolder laat zich ieder jaar weer zien. Ik hoop hem nog eens met prooi te mogen waarnemen. Dit jaar zag ik hem wel een keer heel fel achter een torenvalk aanjagen. Brutaal lefgozertje!




Dankzij de app-groep kon ik deze groep kraanvogels meepikken. En ze ook nog eens vaagjes boven een herkenbaar Nijmegen fotograferen. 




Grote Zee-eend. Twee keer gezien in 2018. Het mooiste in de Bisonbaai.




Goudplevier. Ik stond in Arnhems vogelwerkgebied toen ze overvlogen en ben snel over de grens gerend om ze als Nijmeegse vogels te kunnen invoeren op waarneming.nl!





Sneeuwgors. Voor deze tamme jongen kwam ik toen de goudplevieren overvlogen. Hij foerageerde steeds tussen de twee vogelwerkgebieden. Behalve als ik er was. Dan bleef de naarling standvastig in Arnhems gebied zitten. 



Ransuil. Met lopende camera op onderzoek naar een geheimzinnige vogel in het struikgewas. Kwam uiteindelijk recht op me af vliegen!



Waar zitten we eigenlijk qua tijd? O ja, de allerlaatste beelden van de zwartbuikwaterspreeuw in de Ooijpolder. Vastgelegd voor het nageslacht op 23 maart 2018.





Roodhalsgans. Tussen de brandganzen. In de Bemmelse polder. Prachtig kunnen bekijken.






Nóg leuker dan de twee roodhalsganzen was deze net iets eerder zelf ontdekte, hier zeldzame rouwkwikstaart.




Dwergmeeuw. Op verschillende plekken gezien. Oude Waal, Kraaijenbergse Plassen en deze jongen (of dame) in Park Lingezegen.




Engelse Kwikstaart. In hetzelfde park mijn eerste Engelse kwikkie. Ik meen er nog een in het eigen werkgebied gezien te hebben. Maar die ging er vandoor voordat ik een foto kon maken.




Reuzenstern. Ook weer in Park Lingezegen. Een plaatselijke tv-zender toonde tot twee keer toe interesse in de bibberbeelden. Vooralsnog niks meer van gehoord...




Buidelmees. Een typisch bewijsplaatje. Hij liet zich heel lastig zien.




Purperreiger. Een heel bijzondere verrassing na afloop van een dinsdagavondexcursie. Ver weg in de top van een boom. Ging er vandoor voordat hij getwicht kon worden.




Noordse Stern. Acht vogels in het Weurtse Grote Grindgat. Ooit hoop ik ze nog eens ter plekke van de visdief te kunnen onderscheiden.




Kleine Bonte Specht. Heel mooi kunnen zien tijdens een door powervogelaar P. geleide excursie in De Hamert. Heel soms hoor je ze. Maar om ze te zien moet je echt geluk hebben.




Noordse Kwikstaart. Ook dit jaar weer kunnen meepikken op zijn 'vaste' plek. Grote Grindgat Weurt. 




Raaf. Ik vermoed dat dit paartje niet van mijn aanwezigheid gediend was. De onzedelijke scheldwoorden vlogen me om de oren. Terwijl ze boven mijn hoofd cirkelden.




Krooneend. Deze foto van mijn eerste krooneend kostte me een rood, opgezwollen onderarm. De eend werd tegen fotografen verdedigd door een meerdere keren stekend insect. 




Grauwe Klauwier. Of deze foto in de fotorubriek van ons vogelwerkgroepblad mocht. Daar vond ik hem echt te slecht voor. Ondanks het bijzondere moment. Bovendien had ik al vier pagina's volgepend met mijn vogelbelevenissen. Wie wil er nou Mars-overkill?!




We zijn inmiddels aanbeland in half mei. Met twee bontbekplevieren in de Millingerwaard.























Hoogtepunt van het jaar was toch wel het live volgen van de Beleef-de-lente-zwarte-stern. Van ei tot uitvliegen heb ik het jong kunnen bestuderen. Geteisterd door regen, wind, blauwe reiger, kokmeeuw en Mars Gremmen heeft hij het toch maar mooi overleefd. 




3 juni: het Beleef-de-lente-vrouwtje heeft twee eieren gelegd op vlotje 10.




17 juni: op de webcam was het niet te zien, dus ik kon als eerste melden dat 10A en 10B waren geboren. (Ik ben dól op al dan niet onbenullige primeurtjes.)




25 juni: een ouder zit op gestorven kuuk 10A. 




(Omstreeks) 10 juli: 10B groeit gelukkig als kool.




(Omstreeks) 15 juli: tijd voor vliegoefeningen.




(Omstreeks) 19 juli: het jong is inmiddels groter dan zijn ouders!



(Omstreeks) 21 juli: hij heeft het vliegen inmiddels aardig onder de enkel.




27 juli: de (vermoedelijk) allerlaatste foto van 10B. Vlak voordat hij zich uit de vleugels maakte richting IJsselmeergebied.

Alle blogs waarin de zwarte sterns voorkomen teruglezen? (Dat doe IK niet eens!) Klik hierzo.
Bewegende bibberbeelden van de zwarte-stern-kolonie vind je op mijn YouTube-kanaal. In 2019 helaas geen BDL-camera op de sterns. Dus ik moet een andere BDL-familie gaan volgen. Gewoon achter m'n computer. Wordt vervolgd...
























Huiszwaluw. Mijn Sovon-gedeelde-vierde-prijs-foto. Die ik inmiddels 387 keer op de social media heb gedeeld. (Minstens.)




Temmincks Strandloper. Dit jaar kreeg ik hem eindelijk voor het eerst te zien. Eentje bij de Kraaijenbergse Plassen en twee net over de grens van mijn vogelwerkgebied. Van die laatste twee kon ik de beste kiekjes schieten.




Twee waarnemingen van de wespendief in 2018. Beide pas na bestudering van de foto met zekerheid weten te determineren. Daar hebben we nog wat werk aan de winkel. 




Koninginnenpage. Een topjaar voor deze onbeschaamd vlak voor mijn neus parende prachtvlinder. Nooit eerder zoveel gezien. Leve de aarde-opwarming...!




Grote weerschijnvlinder. Jaren tevergeefs naar gezocht. Eindelijk gevonden. Nu nog een mannetje. (En wat foto's waar de vlinder mooier op staat.)




Witoogeend. Meerdere keren gedipt. In juli liet hij zich eindelijk uitstekend bekijken in de Hatertse Vennen. Er was wel iets met deze eend. Ik kan me alleen niet precies herinneren wat.




Roerdomp. Een (Arnhemse) reiger zoals je hem liever niet ziet.




Leuke foto's kunnen schieten van het drietal zwarte ooievaars in de Ooijpolder. Dit is daarvan niet de beste. Maar om vergelijkingsmotieven wel de leukste.




Twee zwarte ruiters (in winterkleed) in de Oude Waal.





Een kleine zilverreiger landde niet ver van mij vandaan om uitgebreid te gaan vissen.




17 september. De in mijn werkgebied laatste op waarneming.nl gemelde en gefotografeerde blauwborst van het jaar. Landelijk staat-ie op de zeventiende plaats. (Niet allemaal groen bevinkt.) Tranen in mijn ogen van trots...!




Witvleugelstern. Lastig te fotograferen door de grote afstand en zijn wilde capriolen. Was best nog wel aardig te onderscheiden van het drietal zwarte sterns waar hij mee optrok. (Vraag me niet meer waaraan dan.)




Over lastig te fotograferen gesproken! Behalve dat het zeer zeldzame resedawitje geen moment stil zat, moest ik tijdens het sprinten ook hindernissen als greppels en braamstruiken zien te overbruggen.




Op een gegeven moment had ik én een boomvalk én een visarend in beeld. Spectaculair, maar ik had ze liever rustig een voor een gezien.




De, of een, Kraaijenbergse-Plassen-roodhalsfuut in actie.






Wát een leuke vogel was dat zeg. De Steppevorkstaartplevier bij Batenburg. Prachtig hoe hij in de lucht naar insecten hapte.

...

Niet eens een zwaar beroerd bewijsplaatje van de 2018-bruine boszanger. Wel een zwaar beroerde geluidsopname.




Mijn chronische zeearendentekort werd in 2018 dubbel en dwars goedgemaakt. Nu nog een volwassen exemplaar in beeld zien te krijgen.




De ruigpootbuizerd in de Ooijpolder. Het weer was nogal donker maar de vogel liet zich prima bekijken. Na een paar dagen was hij weer vertrokken.




Het hoogste aantal van de op de zonnebloemen in de Ooijpolder foeragerende decembergroenlingen, stelde ik middels een foto vast op 1164 exemplaren. Daar zaten ook wat vinken bij. En één keep. Minstens...




Kleine Zwaan. Deze solozwaan zat een heel eind weg. Op oudejaarsdag kon ik er een stuk dichterbij maar liefst zeventien bekijken.




Mooier dan een staartmees wordt een vogeltje niet snel. Maar dan is daar opeens de witkopstaartmees!




Mijn laatste zeldzame vogel van 2018: de middelste zaagbek. Een prima vogeljaar dus weer. Met verschillende lifers. En een jaar waarin ik op mijn eigen ietwat trage manier weer een hoop bijgeleerd heb. Benieuwd wat 2019 voor ons in petto heeft!