dinsdag 12 maart 2019

vrijdag 8 maart 2019

Beleef-de-lente-lepelaarsblog 3


Twee lezers waren tot tranen toe geroerd door mijn blog: 



zondag 3 maart 2019

Supersneeuwmaan




Eigenlijk ben ik niet zo van de sterren, planeten en hemellichamen. Ik voel me al nietig genoeg zonder naar het universum te verrekijken. Maar ja, die supersneeuwmaan stond er nu toch. Dus ik heb mijn lens maar door het slaapkamerraam gestoken voor een kiekje.

(Er zit gaas voor het raam om te voorkomen dat mijn kippen ontsnappen.)




Bij het vóór het eten nog snel een uurtje de Ooijpolder in fietsen, kun je toch nog zomaar vijf nonnetjes, vier pijlstaarten en dit vrouwtje sperwer tegenkomen.





Als je smakgeluidjes naar mij maakt, ga ik vol op de rem en spring ik onmiddellijk van mijn fiets. Of er één groepje van zo'n tien appelvinken in Heumensoord rondvliegt, of dat het er meerdere zijn weet ik niet. Maar ik kwam er net als een week eerder weer tien vogels tegen.






Menselijke emoties op dieren projecteren doe ik liever niet. Maar ik zweer je dat ik een eend nog nooit zo verdrietig heb zien kijken als dit vrouwtje wilde eend.
Weduwvrouwtje wilde eend, moet ik zeggen. Ze zat bewegingsloos op het water. Op een viertal meter van haar opengereten echtgenoot vandaan.




Iets eerder was mijn aandacht getrokken door luid buizerdgemiauw. Toen ik in de richting van het geluid keek zag ik er drie opvliegen. Waarbij de laatste nog een vergeefse poging deed zijn prooi mee te nemen.

Keihard, die natuur. Omdat ik daar emotioneel gezien niet zo goed mee kan omgaan, maak ik even een wrede grap. Ik liep naar het mannetje eend toe, stak hem in mijn achterzak, in de hoop dat ik er thuis nog een frikandel van kon draaien. 

Zo, dat lucht op. Terug naar de levende vogels!



Vrijdag 22 februari; de dag dat de eerste BDL-lepelaars zich voor de camera's lieten zien. Een op kleine-schaal-opwinding van heb ik jou daar! Ik moet gaan uitkijken. Beleef de lente werkt nog verslavender dan de reacties op de tweets van Donald Trump!

ZATERDAG




Tot mijn vrolijkheid had ik zijn zang al herkend. En tot mijn nog grotere vrolijkerigheid ging hij — op flinke afstand — ook nog even op de grond zitten. Van de meeste Gelderse vogels heb ik op z’n minst wel een bewijsplaatje geschoten. Maar dit is mijn eerste foto van een boomleeuwerik.





In het verleden sprak ik nog wel eens denigrerend over de middelste bonte specht. Ik vond het een grote bonte specht die nog niet helemaal rijp was. Gekleed in dubieus gestreepte, viezige roze onderbroek. Maar als je dat rode pruikje van hem vol in het zonlicht ziet, dan begint zijn schoonheid toch wel stevig toe te nemen.








Dáár kwam mijn walgelijke vogelaarsgeluk weer de hoek om kijken! Terwijl ik de mibo scherpstelde, kwam er achter hem een tweede exemplaar langs de stam omhoog klimmen. Vreugde alom! 


(Even later stevig zoeken naar de plek waar ik mijn fiets gedachtenloos had achtergelaten, voordat ik op het geluid van de specht af ging. Gelukkig vond ik hem na nog geen vijfentwintig minuten alweer terug.)




Sijsjes en puttertjes kunnen lawaai 
maken voor tien.” Ik had vogelexcursieleider P. en zijn vrouw verteld dat ik ‘s ochtends een enorm concert had gehoord. En toch maar een paar vogels had kunnen vinden in de boomtoppen. Dus ik was in de foutieve veronderstelling dat er nog tientallen exemplaren meer moesten zijn.


Hartstikke leuk, al die puttertjes, sijsjes, barmsijsjes... maar lieve help, wat hebben ze me een pijn bezorgd! Nou ja, ik ging zélf een half uur lang met verrekijker en fototoestel recht omhoog staan kijken. Moet je op mijn abrahamleeftijd niet meer doen. Au, rug! Au, nek! Dat mag ik die acrobatische jongens eigenlijk niet kwalijk nemen. (Op de foto's twee grote barmsijzen.)


Een van de waterpiepers uit een groepje van zo’n tien vogels. Ondanks het zonnige weer helaas nog niks van hun roze getinte zomerkleedborstjes te bekennen.






Even twijfelde ik of het geen blaadje was dat door de stroming in beweging werd gebracht. Kort daarna maakte ik er 'een bloedzuigerachtig iets' van.


TUSSENDOOR

Oe! Oe! Onverwacht ben ik — op moment van schrijven — toch nog een plekje gestegen in de Vogelwerkgroep-Nijmegen-e.o.-jaarlijst! Ik sta op de vierde plek! Wat een vreugde...!

Wacht even... een van die vogelaars op de gedeelde vijfde plek heeft vogels als gaai, ekster, pimpel- en koolmees niet op zijn lijst staan... 

Wat een geluk voor mij dat hij die nog niet gezien heeft...!

TOPPERTWITCH






Eén dag eerder was er een vrouwtje topper in de Bisonbaai gesignaleerd. Tientallen sterk op de topper gelijkende kuifeenden met de verrekijker afgegaan. Letten op de witte vlek rond de snavel. Deze witte vlek leek me te klein. Bovendien zwemt ze samen met een mannetje kuifeend. Verder zoeken.





Witte vlek. Maar hij loopt niet helemaal door. Rugkleur door het scherpe licht niet goed te beoordelen. In samenspraak met een waarneming.nl-moderater maken 'we' er een juveniel vrouwtje topper van. Zeldzame eend hier.




Vogel met kop in de veren. Wat zou het zijn? Ik heb het nog niet gedacht of hij steekt z’n kop op, roept één keer luid ‘grutto!’ en steekt zijn kop weer terug.

Een week eerder zat er nog maar één, op deze dag zaten er drie grutto's in Arnhems vogelwerkgebied.




Een eindje verderop, aan de goede (Nijmeegse) kant van De Linge zaten er maar liefst twintig. (Die niet allemaal tegelijkertijd op de foto wilden.) Op hun vaste verzamelplek. Nog even en we kunnen ze weer op een paar meter afstand op een paaltje zien zitten. Ze zijn helemaal niet zo schuw. Als je tien tot vijftien jaar oud kunt worden, met uitschieters naar negenentwintig (!) jaar, dan raak je op een gegeven moment wel gewend aan langsfietsende, trimmende en wandelende mensen. 




Ja, ja, ontegenzeggelijk briljant die schutkleuren, patrijsjes. Maar aan het arendsoog van de Fietsvogelaar valt niet te ontsnappen!




Hartstikke leuk om de lepelaars te volgen op de Beleef-de-lentecamera's. Maar er gaat natuurlijk niets boven vogels in het echt. Dit jaar ga ik maar eens een reigerkolonie in de gaten houden. Mooi vanaf de dijk te bekijken.





Er zaten zo'n zestien blauwe reigers in het moerasbosje. Waarvan er eentje extra opviel.



Ik begon zelfs te twijfelen of ik niet iets bijzonders voor m'n lens had. Hij was een stuk kleiner dan de andere reigers. Die strepen op borst en vleugel kwamen me ook niet bekend voor. Héél voorzichtig begon ik aan een kwak te denken... Na telefonisch overleg ter plekke met een collegavogelaar, en bestudering van de vogel op m'n computerscherm, landde ik weer met beide benen op de grond. En was ik opgelucht dat ik geen alert had doen uitgaan. Juveniel blauwe reiger. Met een snavel die er wat ziekig uitziet.






Voor het gemak ga ik me focussen op één nest. Het beste in zicht. En met een beetje geluk ook nog enigszins te bekijken als de bladeren zijn aangegroeid. 

Natuurlijk ga ik ook bezoekende dieren in de gaten houden. Buizerd, kramsvogel, grote bonte specht, torenvalk, diverse eenden en ganzen hebben zich tijdens het schieten van deze plaatjes al laten zien. En in de toekomst sluit ik een steenuil of bever niet uit. Het drukke verkeer en passerende ogen in mijn rug nemen we maar op de koop toe.




Op de Waalbrug kijk ik altijd even of de dode slechtvalk nog aan de boog bungelt. Op 26 februari deed hij dat nog. Veel leuker was de waarneming die ik na een stukje doorfietsen deed. Een levend paartje! De grootste van de twee is het vrouwtje. De brug wordt de komende anderhalf jaar gerenoveerd. De volgende keer dat ik de slechtvalken tref verwijs ik ze door naar de Sint Stevenstoren om te gaan broeden.

GOUDVINK





Probeerde die mevrouw met dat overdadig geverfde gezicht en opgepoft zwartkapsel me met haar bozige blik te vertellen dat ik hier niet mocht komen? Of zag ze me als concurrerend fotograaf? Een verboden-voor-honden-bordje stond er wel. Maar ik heb geen verboden-voor-vogelaars-bordje gezien. Wel zag ik weer heel veel prachtige zangvogeltjes. Met éindelijk ook de vogel waar ik de afgelopen maanden het meest naar smachtte. Twee stuks zelfs. Een paartje goudvink







Ik had geen meetlint bij me, dus vraag me niet of dit grote of kleine barmsijzen zijn. Vermoedelijk grote. Ik edit het antwoord er hier later nog wel in. De barmsijs op de onderste foto ziet er wat anders gekleurd uit. Maar dat zou ook met de lichtval te maken kunnen hebben.




Gewone sijzen doen gelukkig niet zo moeilijk. Mannetje sijs.





En een vrouwtje sijs.





Aan een putter val je je qua determinatie ook niet snel een buil. Jammer van zijn wat overbelichte snavel. Hij werpt ons een mooie, serieuze blik toe. Ik moet overigens bekennen dat mijn puttertjesopwinding aan het afnemen is. Zelfs aan zo'n mooi vogeltje ga je op een gegeven moment blijkbaar wennen.





Nog een vogel waar ik nog niet eerder een foto van had geschoten. Is ook nauwelijks te doen. Zo'n beweeglijk diertje midden in het takkenwerk. Deze jongen is voor beginnende vogelaars alweer lastiger. Vuurgoudhaan. Da's een goudhaan met een witte wenkbrauwstreep.





Nestbouwtijd! Altijd leuk om te zien, dat gesleep met takken en ander nestmateriaal. Zwarte kraai.






Dit paartje raaf heeft zo te zien ook de lente in de kop.
Mooi te zien op deze plaatjes: het platte voorhoofd, de zware keel, de lange snavel en de waaiervormige staart. (Rechte staart bij een zwarte kraai.)




Hij probeerde zich te verbergen en stak af en toe zijn kop achter de stam uit. Meteen gezien door ondergetekende natuurlijk! Aan de hand van zijn dikke poten durf ik er wel een havik van te maken.



Vogelaarcollega Mark had meer geluk. Na een lange, binnenshuis doorgebrachte, regenachtige zondag had ik nog een paar relatief droge uurtjes over om te vogelen voor het donker werd. Twee zeldzameganzenmeldingen; werd het de roodhalsgans in de Bemmelse polder of de rotgans in de Ooijpolder? Het werd die laatste. Nog nooit gezien en verschillende keren gedipt. En ook deze keer kon ik er weer een rotrotgansdip aan toevoegen. Ja, ik weet het; aan de kust struikel je bijkans over die vogel. Maar dat is me te ver fietsen. Volgende keer beter. Zullen we maar weer zeggen.

dinsdag 26 februari 2019

Beleef-de-lente-lepelaarsblog 2

De Beleef-de-lentelepelaars bezorgen me enorme schrijfdrift! Mijn tweede blog alweer. Lees ook de blogs van Johan Stuart (voorlichter Landschap Noord-Holland) en Camilla Dreef
(ecoloog, lepelaaronderzoeker Buitenliede, vogelaar). En bekijk de filmpjes van Jan BDL.


donderdag 21 februari 2019

Beleef-de-lente-lepelaarsblog 1


Enige twijfel van mijn kant of mijn eerste BDL-blog niet té lollig was. Maar de reacties zijn vooralsnog positief!

maandag 18 februari 2019

De februari-oogst

Het zijn geen grauwe ganzen of kolganzen. En brandganzen maken een meer keffend geluid. Achter me hoor ik iemand hoopvol veronderstellen dat het kraanvogels zijn. Dan verschijnen er van achter de boomtoppen veertig overvliegende spierwitte vogels. Zwanen! Dat kunnen alleen kleine of wilde zwanen zijn. Met behulp van mijn vogelgeluidenapp maken we er kleine van. Wel het laatste wat je verwacht te zien tijdens een vogelexcursie in het bos!




Wat we wél verwachtten te zien, of waar we in ieder geval flink op hoopten, was de (steeds minder) zeldzame middelste bonte specht. Helaas gebeurde dat niet. De groep bezocht na afloop van de boswandeling mibowaarnemingsloos het nabijgelegen pannenkoekenhuis voor een kop koffie. Op één eigenwijze, sociaal gestoorde vogelaar na. Die liep terug het bos in. Om daar nog geen vijf minuten later pardoes tegen de roepende specht aan te lopen.




Eén van de excursiedeelnemers die mijn blog volgt, liet ietwat verontwaardigd doorschemeren dat ik teveel zeur dat mijn foto’s onscherp zijn. Ik geef toe, het zijn vooral de bewijsplaatjes en de foto’s die ik ondanks de matige kwaliteit wil laten zien, die vaak onscherperig zijn. Maar ook een uitstekende Mars Gremmen-foto is meestal maar net goed genoeg voor een plekje op een foto-site als birdpix. ‘Gebrek aan scherpte’ kreeg ik daar o.a. verschillende keren te horen. Ik probeer mijn foto’s dus op professioneel niveau te beoordelen. En dan zijn ze op hun best leuk en aardig. (Mijn waarnemingen zijn dan soms wél weer fantastisch. En die deel ik graag. Geïllustreerd met plaatjes.)


Op naar de volgende onscherpe foto! Maar eerst nog even een matkop-ezelsbruggetje tussendoor dat ik tijdens de excursie opving:

Matkop = natkop (zit vaak/meestal in vochtige habitats). 

Matkop - matador - stier: de matkop heeft een stierennek. 
In tegenstelling tot de ijzersterk op hem gelijkende glanskop. (Die normaal gesproken dus niet in vochtige gebieden zit.) Het beste kun je natuurlijk gewoon even afwachten tot ze hun snavel opendoen.

JAARLIJST


Op het moment van schrijven dankzij de kleine zwanen, middelste bonte specht, grote lijsters en roepende zwarte specht in het bos, rechtstreeks doorgestoten naar een zesde plaats in de vogelwerkgroepjaarlijst! Jahoepie!




Van grote afstand leek het of er één sinaasappel in de boom in het weiland groeide. Wat dichterbij hing er ook eentje. Een van de excursieleden wist hem tot een gele trilzwam te determineren. (Zo komen de zwam- en paddestoelliefhebbers ook eens aan hun trekken in dit blog.)




Als Nijmegenaar mag ik dat Vitesse-patroon op zijn goudhanenkopje eigenlijk niet fantastisch mooi vinden. Maar dat doe ik wel. (Bovendien geef ik niks om voetbal.)

LEVENSVERHAAL

Vijftig. Een mooi rond getal dat totaal niet bij me past. Het twaalfjarige jongetje in mij sputtert fel tegen. Terugblik. Levensdoel: stripmaker worden en publiceren in Eppo. Al bereikt op m’n drieëntwintigste. Stóm! Jarenlang aangemodderd. Godzijdank een kleine vijf jaar geleden een nieuwe passie ontdekt. Vogels kijken! Kunnen we mee doorgaan tot we erbij neervallen. Einde van dit prachtverhaal.




Deze onscherpe (sorry) verjaardagssperwer zat op een plek waar ik een tijdje terug bijna zo goed als zeker een smelleken gezien meende te hebben... 

Nou ja, qua entertainment is het voor dit blog wel beter als ik hardnekkig door blijf vogelblunderen.





Hij moét haast wel de heerlijkste vogel om te vogelgraferen zijn. Hangt doodstil in de lucht. Dus je hoeft alleen maar het geluk te hebben dat je qua licht op de goede plek staat. Daarna inzoomen en klikken maar. Door de drukte in Nederland kan de torenvalk het zich niet meer permitteren om heel schuw te zijn. Dus hij jaagt ook nog gerust op slechts tien, vijftien meter afstand van je vandaan. Op deze foto's is het licht nog niet helemaal goed. Maar ik kom hem vast snel weer tegen voor een 'perfect' plaatje.




Heel gewoon, zo'n grote bonte specht. Maar gezien vanuit mijn keukenraam vind ik het toch wel weer een bijzondere waarneming.

TOPDAG

Allemachtig! Normaal gesproken heb ik al te kampen met buitenproportioneel veel vogelaarsgeluk, maar de tweede zaterdag van februari was het helemáál raak.

Vlak nadat ik twee eerder door vogelaarcollega P. ontdekte kleine barmsijzen, op twee, drie meter afstand, prachtig in het zonnetje kon bekijken, zag ik hoog in de lucht een lange sliert van zevenenzeventig kraanvogels overvliegen! In Heumensoord hoorde ik iemand smakgeluidjes naar me maken en ontdekte ik maar liefst negen appelvinken, hoog in een boom. Op precies dezelfde plek zie ik een grote bonte specht op nog geen meter afstand naast een kleine bonte specht gaan zitten. Puttertjes, sijsjes, kepen tonen zich royaal op ooghoogte en korte afstand. ‘s Avonds werd Abraham door de familie getrakteerd op een gezellig etentje. Topdag!





De heggenmus zit meestal op de top van een boompje te zingen. En laat zich daar veelal goed bekijken.








De kepen blijven maar gezellig in Nederland rondhangen. Nog nooit zoveel gezien als dit jaar. Benieuwd welke vogel ons land volgend jaar gaat binnenvallen. De onderste keep lijkt me een vrouwtje.




De merel laat je als vogelgraaf meestal aan je voorbij gaan wegens te gewoon. Maar als ze dan zó mooi in het licht zit...






Normaal gesproken hangen ze als zwarte vlekjes, ondersteboven, hoog in een boom elzenproppen te nuttigen. Dit is een mannetje sijs.




En dit een vrouwtje.





Terwijl ik van bovenstaande vogeltjes zat te genieten vlogen de twee barmsijsjes vlak voor mijn neus in een boomachtige struik. (Of een struikachtige boom.) 



Van al dat zaden eten krijg je een droge snavel. Dus er kwam er een zijn dorst lessen in een watertje dat langzaam aan het ontdooien was.






Na een tweetal verkenningsvluchtjes vlak voor de enge man met zijn fotocamera, durfde deze jongen wel wat slokjes te nemen. En vertrok de enge man snel om hem niet verder te storen.

Thuisgekomen begon de enge man te twijfelen aan zijn waarneming. Zijn het wel kleine barmsijzen...? De twijfel was terecht. Het zijn grote barmsijzen.





Als ik naar dit vage plaatje kijk voel ik de verbazing en opwinding weer opkomen. Wat een prachtige sliert kraanvogels! Waar heb ik al dit moois aan verdiend?!





Appelvinken. M'n fiets op de standaard, midden op het wandelpad. M'n camera récht omhoog. Links en rechts passerende wandelaars. Die ik straal negeer. Eén oogcontactje is genoeg om door nieuwsgierige kuierbejaarden aangesproken te worden. En dan sta je een kwartier lang te klessebessen over vogels die zij in Zuid-Polen hebben gezien, terwijl je in je ooghoek al je prachtvogeltjes in de verte ziet verdwijnen. Kunnen we niet hebben!

Ik zal het even uitleggen aan niet-vogelaars. Stel, je zit uiterst geconcentreerd de krant te lezen, en een wildvreemd persoon komt naar je toelopen om te vragen wát je aan het lezen bent. Zo voelt een vogelaar zich als hij aangesproken wordt terwijl hij door zijn verrekijker staat te turen. Niet verstoren dus, die vogelaars! (Oké... de minder sociaal gestoorden zullen het misschien niet zo erg vinden.)

Overigens ben ik verder dól op bejaarden. Ik ben er zelf ook zowat een.





Het feest was nog niet voorbij. Negen appelvinken, een grote bonte én een kleine bonte specht (foto) recht boven m'n hoofd. Verrukkélijk!

GRUTTO

De volgende dag. Vorig jaar zag ik mijn eerste grutto op 9 maart. Desondanks voelde ik de drang om naar gruttogebied te fietsen. In de hoop dat ze door het mooie weer wat vroeger zouden arriveren.





Het duurde tot aan het eind van de middag. Maar ik viel alweer met mijn neus in de boter. Precies één grutto in rivier De Linge. Waar ik op weg naar huis langs besloot te fietsen. Ik durf hier wel van puur mazzelpikisme te spreken!




Andere nieuwe 2019-vogels afgelopen zondag waren deze scholekster.




En (eindelijk!) dit steenuiltje. Tijdens het vogelgraferen draaide hij zijn kop naar me toe. Wat me verbaasde, omdat ze meestal al naar je kijken als je aan komt fietsen. Er bleek echter nog een kaper op de kust te zijn. Op een tiental meter voor hem stond een autootje. Met daarin een fotograaf met een enorme telelens. Die mij tamelijk woest aankeek. De fotograaf, niet de telelens. Dus ik ging er snel vandoor. En nam de te snel geknipte, onscherpe foto maar voor lief.

Na met deze nieuwe 2019-vogels thuisgekomen te zijn natuurlijk snel even de jaarlijst bekeken. Gedeelde vijfde plaats met honderdvier Gelderse vogels! De kluut was ook Gelders maar viel net buiten mijn werkgebied. Een hogere positie ga ik denk ik niet meer halen dit jaar. Dus met een beetje geluk zijn jullie nu van mijn onnozele lijstjesgezeur af.




Hola! Vergeet ik bijna de drie lepelaars in Waterrijk Oost. Als kersverse Beleef-de-lente-lepelaarblogger stort ik me nu natuurlijk op elke lepelaar die ik tegenkom! (De BDL-lepelaars zullen overigens waarschijnlijk nog op zich laten wachten tot begin maart.) 

SPREEUW

Vorig jaar verzorgde een grote groep spreeuwen, behalve veel poepoverlast, dagelijks een prachtige vliegshow in de schemering. Hier een paar straten verderop hadden ze hun slaapboom midden in een woonwijk. Allemaal schone auto's gisteravond; dus ze hebben voor dit jaar helaas een andere boom uitgekozen. Wel kwam ik ietsje verderop twee slaapbomen tegen met maar liefst vijfenveertig eksters. Mijn vorige eksterrecord stond op tweeëndertig vogels. Boven mijn hoofd zwierde een honderdtal kauwtjes. Ook leuk!