donderdag 10 januari 2019

Kleine rietgans

Drie zwaar professionele vogelaars kunnen de roodkeelduiker niet vinden op Kraaijenbergse Plas 7. De golven maakten het er niet makkelijker op. (Een surfer op een plas is slecht nieuws voor een vogelaar.) Wat dán te doen voor de eveneens aanwezige Fietsvogelaar op deze winderige nieuwjaarsdag? Alle plassen afzoeken naar roodkeelduiker, roodhalsfuut en geoorde fuut? Of nog een half uurtje verder fietsen naar het gebied waar een wilde zwaan gezien was? 

Deze keer maakte ik eens een foute keus. De wilde zwaan bleek allang weer verdwenen. En ik had een belachelijke omweg gemaakt om de juiste plek te vinden. Waardoor het alweer donker was toen ik naar huis moest fietsen. Geen kans om de andere vogels te zoeken die zich achteraf wel her en der over de plassen verspreid hadden.





Ik sla echter een heel leuke waarneming over. Al jaren probeerde ik hem al in beeld te krijgen. Maar het lukte steeds maar niet. (Mede doordat ik nog maar € 37,45 voor een telescoop bij elkaar heb gespaard.) Nu kon het haast niet anders dan dat ik hem in verrekijkbeeld had. Kleine rietgans. Lifer! Roze poten, gedeeltelijk roze snavel. In tegenstelling tot de sterk op hem lijkende toendrarietgans: oranje poten, 
gedeeltelijk oranje snavel. 






Even begon ik aan mezelf te twijfelen toen ik er nog vijf zag. Maar collegavogelaar J., die met zijn auto wat verderop was gaan staan, bevestigde mijn bijzondere waarneming. Bijzonder omdat je er in ons vogelwerkgebied normaal gesproken meestal maar een of — als je geluk hebt — twee ziet.

Mijn éérste bijzondere waarneming die dag was een bonte specht met smoezelig roze onderbroek en rood petje. Middelste bonte specht! Snel mijn camera uit mijn fietstas gehaald. En toen was-ie natuurlijk verdwenen. Wel zaten er nog drie elkaar achtervolgende grote bonte spechten. Waardoor ik toch weer aan mijn waarneming ging twijfelen en de vogel maar niet op waarneming.nl heb geplaatst.


Hetzelfde geldt voor de spectaculaire achtervolgingsactie van een sperwer en een groepje zangvogels. Het was óngetwijfeld een sperwer. Maar ja, niet hónderd procent zeker. Het ging ook zó snel. Gek word ik ervan!




Een week later fietste ik weer naar de Kraaijenbergse Plassen. Tijdens het vogelgraferen van een vijftal nonnetjes (ik had gehoopt en stiekem verwacht dat de foto's beter zouden zijn) kwam er iets de hoek om flitsen.




Vriend ijsvogel landde zomaar in een struik, min of meer vlak voor mijn neus! Blijft leuk.






De roodkeelduiker had zich die dag wél laten zien. Maar hield zich wederom verscholen voor mij. Ellendeling. Ter compensatie kreeg ik een vijftal geoorde fuutjes aangeboden.




Nog leuker werd het toen ik de hier zeldzame geoorde futen samen met de eveneens hier zeldzame roodhalsfuut op één plaatje kon schieten. Helaas was het al behoorlijk donker, dus een goede foto zat er niet meer in. Rechtsonder kun je hem vergelijken met een gewone fuut. (Witte hals, roze snavel - donkere hals, gele snavel.)



Een dag later kwam ik beginnend vogelaar M. en zoontje H. tegen bij de honderden ooijpoldergroenlingen. Blijkbaar zijn de zonnebloempitten nog steeds niet op. 

Spectaculaire waarneming: een torenvalk werd achterna gezeten door zwarte kraaien, liet zijn prooi los, die vervolgens al dan niet gehavend verder fladderde. 

We besloten met z'n drietjes verder te vogelen richting Wylerbergmeer. De gehoopte sijsjes en witkopstaartmezen kon ik ze aldaar helaas niet aanbieden. Wel een zevental watersnippen en een andere lifer: vuurgoudhaantje. Waren ze ook blij mee. 






Voor de geelgors hadden ze geen tijd meer. Maar die hadden ze al eens gezien. Desalniettemin een vogeltje om nooit genoeg van te krijgen. Als je het mij vraagt. (Op de bovenste grote-afstand-foto meen ik een paartje geelgors te herkennen. Dat belooft wat!)





Vlakbij huis is het eigenlijk ook prima vogelen. Na vorig jaar verschillende keren tevergeefse lange bosuilroepjesfietstochten te hebben ondernomen, hoorde ik een paartje op nog geen vier minuten van mijn woning vandaan. In een piepklein bos liep ik zomaar tegen een groep van dertig, vijfendertig kepen aan. En in het daarnaast gelegen kerkhof stuitte ik o.a. op vuurgoudhaan, staartmees, groenling en koperwiek. (Vogelexcursieleider P. stelde mij vorig jaar gerust met de mededeling dat kerkhofvogelen ethisch gezien heus wel verantwoord is. Zolang je maar niet langs een begrafenisstoet achter een appelvink aanrent.)




Van deze keep kon ik de beste solofoto maken. (Nog steeds onscherp...) Ik zie nu pas dat hij zijn staart mist.






Toch vind ik het lekkerder om te vogelen op plekken met veel ruimte en water om me heen. En zo kun je zomaar een groep van dertien pijlstaarten in de Oude Waal tegenkomen. Wat voor mij in ieder geval een recordaantal is. Mogelijk zaten er meer. Maar een hoop eenden gingen de lucht in omdat een man ónder aan de dijk langs de oever meende te moeten gaan fietsen...








Mooi om te zien hoe ze hoppend van tak naar tak elkaar het hof maakten. Af en toe drukke kopbeweginkjes. De damesstaart werd uitnodigend omhoog gehouden. Er werd gezoend (gesnaveld?) en er volgde een ultrakorte paring. (Of was het maar een oefeningetje?) 




Heel even zaten ze op een nest dat vast door een andere vogel is gebouwd. Het ziet er stevig en robuust uit. En houtduiven zijn niet van die nestbouwers. Met een beetje geluk heb ik hier gewoon een heel vroeg Beleef-de -lente-gevalletje live voor m’n keukenraam! (Wel even het raam schoonmaken, want allemachtig...) 




Verhip, vanuit m'n huiskamerraam zie ik nog een nest! Dat ziet er wel als houtduifmaaksel uit.

Wat een opwinding hier in huize Gremmen!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten