maandag 19 november 2018

Fietsvogelaar to the rescue!





Trektellen 7 november. Een groep van zo'n honderd kramsvogels vliegt over. Relaxte vlucht. Herkenbaar aan hun witte oksels ('ondervleugeldekveren'). Mits goed in beeld... (Weet u dat ook weer.)

Dezelfde dag zie ik maar liefst drie houtsnippen. Een paar seconden per vogel. Als een speer laag voor me uit vliegend. Klepperend opduikend vanuit het struweel waar ik lomp doorheen struin. Voordat je je verrekijker voor je hoofd hebt gebracht zijn ze alweer verdwenen. Ik hoop ze ooit eens goed te kunnen bekijken. Met de souvenirteek was ik weer minder blij.




De Gendtse zeearend liet zich bij mijn laatste bezoek niet meer aan mij zien. (Bleek aan de andere kant van de rivier te zitten.) Dus ik richtte mijn vizier maar op een enorme groep meeuwen aan de Waal.




Kokmeeuwen, klein van stuk, rode snavel, rode pootjes, koptelefoontjes, zijn zelfs in winterkleed makkelijk te herkennen.




En de stormmeeuw met zijn groene pootjes en gelige snavel haal ik er ook nog wel uit.




Maar deze jongen... zijn dat nou bleekgele pootjes? Geelpootmeeuw? Of klopt dat niet met zijn snavel? Is het toch gewoon een zilvermeeuw?




Eerste, tweede of derde kalenderjaarsmeeuwen zijn hélemaal niet te doen. Als je een gemakzuchtige vogelaar bent. Dus ik heb de determinatie van deze laatste twee maar aan de waarneming.nl-admin overgelaten. En die maakt van de eerste meeuw inderdaad een geelpootmeeuw. En van de tweede met z'n roze poten ook. Eérste kalenderjaar.

Overigens wel leuk hoor. Meeuwen kijken. Als het niet miezerig was gaan regenen dan was ik er wel een uurtje bij blijven zitten.




De waarneming.nl-admin reageerde ietwat achterdochtig op de waarneming van een vogelaar die een zeldzame kleine zilverreiger bij het HD-gemaal gezien zou hebben. Daar bleek hij ook niet te zitten. Toen ik er later op de dag ter verificatie even heen fietste. Wel weer de grote gele kwikstaart en de ijsvogel

In een plas een paar honderd meter verderop liet hij zich echter zien. Wat onrustig door de vele zwarte kraaien en kokmeeuwen die om hem heen vlogen. En de drukte op de dijk. Ik stond nog te ver weg om een goede foto te kunnen maken. Maar op dit plaatje kun je wel mooi zien hoe klein zo'n zilverreigertje is vergeleken met een kraai.  





Een paar keer vloog hij op om ergens anders in de plas te gaan zitten. Waarvan één keer vrij aardig voor mijn neus. Vlak voordat er een man met hond zijn richting uit kwam wandelen besloot hij er toch maar vandoor te gaan. Weer richting HD-gemaal. Een uur later zag ik dat hij weer in dezelfde plas was teruggekeerd.




Nog snel een stukje doorfietsen om te kijken of de klapekster zich liet zien. Dat deed hij. Op grote afstand. Maar met mooi licht en vergezeld door honderden — voornamelijk — kolganzen.





Dat wordt de komende tijd weer zoeken naar een rot-, roodhals of kleine rietgans. De eerste en de laatste heb ik nog steeds niet (met zekerheid) gezien. 







Grote gele kwikstaart. Regelmatig rónd het HD-gemaal gevogelgrafeerd. Maar nog nooit erbovenop.




Oké, ik heb in mijn leven 783 kippen, 89 varkens en 27 koeien gegeten. Maar ik heb wél een verwenteld schaap z'n leven gered. Denk ik. Ik herinnerde me wel dat ik ooit gelezen had dat je ze 'via de kont' overeind moest helpen. Maar niet dat je ze even moet laten zitten. En dat je er nog tien minuten bij moet blijven om te voorkomen dat ze een sloot in wankelen. Nou ja, sloten staan allemaal droog dus ik denk dat hij nog, al dan niet vrolijk, in de weide rondhuppelt. Het begon al donker te worden, anders had ik hem natuurlijk laten liggen in de hoop dat er wat vale gieren op hem af zouden komen. (Je bent vogelaar of je bent het niet.)




Met m'n camera filmend om m'n nek heb ik hem overeind geholpen. 
We lopen allebei te snotteren. Er kon geen bedankje af.





Zaterdag 17 november. Prachtig licht, prima pose, pronte besjes... als de koperwiek nou wat dichterbij had gezeten dan had dit een professioneel plaatje geweest kunnen zijn. Wat zijn naam betreft; dat koper zit onder zijn wiek. 




Collegavogelaar J. had een aantal van 1001 Gendtse-polderspreeuwen ingevoerd op waarneming.nl. Zelf denk ik eerder aan een aantal van 999.

























Drie van de vijf bezoeken heb ik hem nu getroffen. Maar nooit eerder samen met een slechtvalk. Als je de foto groter klikt kun je behalve een hoop pixels ook zien dat de zeearend hem goed in de gaten houdt.




Terwijl ik bij de zeearend 'op wacht stond' volgde ik de slechtvalk met m'n kijker en zag ik hem in de zwerm spreeuwen duiken. Waarna hij uit beeld verdween. Net als de zeearend. Je let even niet op en hij is er weer geniepig vantussen gegaan. Na wat zoekwerk zag ik hem ver weg, aan de overkant van de Waal. Op de foto vergezeld door een vermoedelijke buizerd. Kun je weer mooi zien hoe groot de arend is.




Op de dijk trof ik eerder genoemde J. 
Die de zeearend ook had gezien. En twijfelde aan mijn slechtvalkwaarneming. Maar ik word steeds beter! Na een tijdje vertrok hij weer en trad de zevenminutenregel in werking. Als één vogelaar vertrekt omdat een vogel zich niet (meer) laat zien, dan gaat het de overgebleven vogelaar zeven minuten later wel lukken. Enfin, al fietsende hoorde ik zeven minuten later de aanwezige kolganzen paniekerig opvliegen. Ik remde ogenblikkelijk, keek achterom, zag dat de zeearend de Waal alweer terug overgestoken was, stapte af, wierp mijn fiets in de berm en probeerde het verdraaide beest op mijn camera scherp te krijgen. 

Het zijaanzicht rechtsboven viel me eerlijk gezegd nogal tegen. En twee arendflappen later had ik tegenlicht. Wat een op zich nog wel aardige silhouetfoto opleverde. Beide foto's gecombineerd met een detail uit het plaatje hieronder levert in ieder geval een aparte kleurcombinatie op.




Hopelijk blijft hij nog een tijdje in het gebied en kan ik hem ook een keer op de grond aan de oever fotograferen. Met Gijs Gans in zijn klauwen.




De volgende dag had ik gepland om ‘eens iets te gaan doen’. Maar dan zou ik wel gestoord worden door sirenes, klappende en joelende mensen, een luidspreker en ellendige lawaaimuziek. Bovendien stond de zon weer heerlijk te schijnen... Dus ik liet de Zevenheuvelenloop, die voor mijn woning plaatsvond, achter me en fietste wéér naar de Gendtse polder. 

Vlak voordat ik er arriveerde kwam ik ganzenhalsbandaflezer M. tegen op de dijk. Die mij meldde dat het akelig vogelstil was in het gebied. En de zeearend had ze ook al niet gezien. Dat belette mij echter niet om door te fietsen. Je komt altijd wel wát tegen in de polder.







Ik reed het gebied een klein stukje in en plaatste mijn fiets tegen een paaltje bij de eerste de beste plas. Om een paar grauwe ganzen te bekijken en de boomtoppen af te grazen met mijn verrekijker. Precíes op het moment dat ik dacht ‘laat ik mijn fotocamera voor de zekerheid toch maar uit mijn fietstas halen en om mijn nek hangen’ schoot het groepje ganzen in blinde paniek de lucht in. En zag ik de zeearend recht op me afkomen, een bocht boven mijn hoofd maken en aan de zonkant achter de bomen verdwijnen. 





Behalve opwinding en verrukking voelde ik me ook wel schuldig naar de nét iets te vroeg vertrokken M. toe. (Maar dat maakte al snel weer plaats voor een overheerlijk victoriegevoel.) 

Ik heb mijn jarenlange, chronische zeearendentekort uitstekend kunnen rechtzetten afgelopen weekend!





Op de terugweg nog even een kort snel rondje Ooijpolder. Geen ijsvogel, grote gele kwikstaart of klapekster. (Mijn geluk was natuurlijk helemaal opgegaan aan de zeearend.) Bij een stuk land met verpieterde zonnebloemen zag ik helemaal aan het eind een groep vinken en groenlingen foerageren.





Die zich helemaal te pletter schrokken van een slechtvalk, die in een enorme boog, op Verstappen-snelheid, vlak over ze heen scheerde. Om vervolgens met lege klauwen aan de horizon te verdwijnen. Ik had blijkbaar toch nog een stuk reservegeluk over!


Edit: "Maar ik word steeds beter!" Waarneming.nl-admin J. attendeerde me erop dat het mogelijk een smelleken is geweest! (We studeren nog even verder op de overige (nog slechtere) foto's.)




Met deze nogal opvallende hybridegans sloot ik mijn vogelweekend af. Volgende keer hopelijk weer héél veel zeearend. Ik maak hem gewoon mijn nieuwe studievogel!

Edit: Een collegavogelgraaf maakte eens een prachtfoto van een zeearend boven Waterrijk Oost. En was bang dat mensen niet zouden geloven dat hij hem echt daar gevogelgrafeerd had. Omdat er niks van de omgeving op de foto te zien was. Ik vond dat onzin. Maar met mijn close-upfoto’s van een twee verschillende richtingen opvliegende zeearend, kreeg ik een beetje hetzelfde gevoel. Dus ik plaats hier voor de zekerheid (zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten) maar een schermafbeelding van mijn fotoprogramma. Kun je gelijk zien hoeveel moeite het me kostte om de vogel ingezoomd in beeld te houden. Het is niet makkelijk, vogelgraferen!



zondag 11 november 2018

Schetsboek

Af en toe wat tekeningetjes tussen de vogelfoto's door.
Voor iedereen die vermoedde dat ik een beeldschone jongen was; de werkelijkheid is keihard.





maandag 5 november 2018

Keep-invasie, zeearend en bruine boszanger




“Meneer, u heeft mij toch niet gefotografeerd, hè?”
Geen haar op mijn hoofd die er ook maar aan dácht om die langsfietsende mevrouw, met zeurderige stem, te fotograferen. Een dag eerder had een collegavogelaar naar schatting tweehonderd (!) kepen gezien in de straat waar ik vogeltjes aan het schieten was. 





Een straat barstensvol beukennootjes. Nu zat er een groep van zo’n vijftig vinken. Waarvan ongeveer één derde uit kepen bestond. 







De groep van een dag eerder was vermoedelijk grotendeels weer verder getrokken. De vogels vlogen continu op door het drukke verkeer. Een sperwer had blijkbaar ook op waarneming.nl gekeken en deed een vruchteloze poging keep op het menu te zetten. Preciés op het moment van de aanval trok mijn lens zich terug omdat de camera-accu leeg was. Nou ja, door zijn snelheid, het tegenlicht en takken in de weg had ik hem toch nooit op de foto gekregen.




Weer zo'n gewone vogel die ik nog nooit gefotografeerd bleek te hebben. Nu zou ik van zo'n gewoon geval ook een veel beter plaatje hebben moeten tonen. Maar vooralsnog doe ik het maar even met deze roodborstfoto.




Wonderlijk. Precies een jaar geleden had ik ze nog uitgebreid staan bekijken. En toch keek ik er weer van op hoe klein ransuilen zijn. Ongeveer de helft van de grootte die je je voorstelt als je ze nog nooit in het echt gezien hebt. 






Toevallig arriveerde medevogelaar J. precies op hetzelfde moment als ik. En samen konden we maar liefst negen exemplaren tellen. Verspreid over een vijftal bomen. Misschien hebben we er nog wel een of twee gemist. De bomen zaten nog goed in het herfstblad.




Terwijl ik tijdens mijn tweede steppevorkstaartplevierbezoek de vogel vooral als bruin-wit vlekje in de erg verte zag fladderen, werd ik even afgeleid door dichterbij komende, rennende voetstappen. Ik keek opzij en zag een jogger aan komen rennen. Ik draaide me weer om en werd op mijn schouders getikt. Bleek het mijn eigen broer te zijn! Onherkenbaar in sportkledij, met kletsnat zweethoofd en verwilderde haardos. Hij woont in de buurt. Een dorpje verderop. Maar toch wel behoorlijk toevallig dat we elkaar daar troffen. 





Wat later steekt de plevier al foeragerend de straat over en kan ik hem héél even wat beter waarnemen. 





De goffertnatuurtuin is een piepklein natuurparadijsje. Voor elke soort vogel is er wel wat te vinden. Dus toen er een zwartwitte vogelmoordenaar met lange staart binnen kwam lopen, keek ik hem recht in zijn ogen en ontblootte ik mijn tanden. En verdraaid als het niet waar is. Hij maakte als de wiederweerga rechtsomkeer! Vaker proberen!

Ook in de natuurtuin een groot groepje kepen. Zeker zo’n tien stuks. Een heuse keepinvasie! Door hun sublieme herfstschutkleuren zijn ze helaas heel lastig scherp te krijgen. En zo'n invallende schemering helpt ook niet bepaald.






Eerder kreeg ik er in de Biesbosch twee, als fladderende zwarte stipjes, aangewezen door powervogelaar P. 
En de opvallend grote roofvogel in de Millingerwaard, die vér weg in een boom zat waar hij al eerder waargenomen was, zou er mogelijk ook een geweest kunnen zijn. Toch bleef ik de zeearend als ‘schaamsoort’ beschouwen. Dus toen er al een paar dagen achter elkaar een in de Gendtse waard werd gemeld, besloot ik maar weer eens een waarneempoging te wagen.

Terwijl R. druk in gesprek was met een plaatselijke fotograaf over fotocameramerken, de nieuwste telelenzen en wat dat allemaal wel niet kost, vloog een groep ganzen paniekerig de lucht in. Laag boven de grond zag ik een grote, logge vogel achter wat struikgewas verdwijnen. Gevolgd door een buizerdkreet. En de buizerd zelf. Had ik het dan toch niet goed gezien? “De ganzen kunnen ook door wandelaars zijn opgeschrikt” merkte R. op. Even later zag ik er in de verte inderdaad twee lopen. Vals alarm.

Twintig minuten later werd ik bij de oever waar de zeearend een dag eerder was gezien aangesproken door een echtpaar. Of ik op zoek was naar de zeearend. Die zat namelijk, vlakbij de plek waar ik net vandaan kwam, heel mooi in beeld... Ze hadden gelijk. Ik had de vogel eerder daadwerkelijk gezien. En was zomaar van hem weggefietst. Moet ik op m'n ouwe dag m'n ogen toch nog gaan geloven.






De tijd daarna zat hij ver weg afwisselend in een drietal bomen. Rustig om zich heen kijkend, gleed hij om de zoveel tijd naar beneden om zomaar tien minuten te verdwijnen. Waarna hij weer in een andere boom bleek te zitten. Een heel sneaky vogel! Blij dat ik geen gans ben. Hopelijk blijft hij nog een tijdje in het gebied zodat ik hem nog eens kan opzoeken. In de hoop op een betere waarneming. (En dus scherpere foto.)

---

Elk excuus om de natuur in te glippen grijp ik met beide handen aan. Dus de fiets was snel gevonden toen B. appte dat de een dag eerder gevangen, geringde en vervolgens vrijgelaten bruine boszanger te horen en soms ook te zien was. In een afgesloten gebied. Waar de plaatselijke vogelaars van de eigenaar voor één keer mochten komen. Mits we netjes op het pad bleven. En netjes met twee woorden spraken.

Bij aankomst werd ik verwelkomd door een ijsvogeltje. En in de verte klonk met regelmaat de roep van een cetti’s zanger. Dat begon goed! Thuis had ik de roep van de boszanger nog snel even beluisterd. Blijkbaar té snel, want ik maakte mezelf weer eens belachelijk door licht opgewonden naar een struik te wijzen waar een roodborst zijn keel zat te schrapen.

Na een tijd wachten met het kleine groepje vogelaars, klonken er wat piepjes uit het dichte struikgewas. Die zich om de tien, vijftien minuten herhaalden. Bruine boszangerpiepjes, volgens de kenners! En die geloof ik graag. Een enkele gelukkige kon ook nog een miniatuurglimp van het vogeltje opvangen. 

In de schemering, toen bijna iedereen al vertrokken was, kon ik zelf ook wat silhouetbeweging in een struik waarnemen. En kort daarop zagen collegaprofivogelaar J. en ik de boszanger razendsnel voorbijvliegen langs een open stukje tussen twee struiken. Een waarneming van niks dus eigenlijk. Maar de levenslijstbuit is weer binnen! Derde vet rood beletterde vogel van de week! Ik doe dat goed.

Het leuke aan zo’n twitch is ook om te bekijken hoe de die hard-vogelaars zich gedragen. Tot het uiterste geconcentreerd, knielend voor het struikgewas, met opnameapperatuur in de hand en camera om de nek. Vooral topfotograaf en -vogelaar H. hield ik goed in de gaten. Maar zelfs hij wist niet meer dan een bruin vlekje achter wat takjes op de foto te krijgen.

Steppevorkstaartplevierontdekker J. had zijn twee jonge dochtertjes meegenomen. En die gedroegen zich voorbeeldig. Liggend op de in het gras gedeponeerde jas van hun vader. Af en toe rende er een groepje vogelaars nog net niet over ze heen. Maar dat maakte ze niks uit, want ze hadden vaders smartphone in handen gekregen. 

Met wat opgenomen roepjes, die nauwelijks te horen zijn door de honderden spreeuwen die in de buurt gingen overnachten, keerde ik als een toch wel tevreden jongeman richting huis. Peinzend of ik de volgende dag zou gaan trektellen, of steppevorkstaartpleviertwitchen, of de zeearend nog eens ging opzoeken. Of alledrie.



Trektellen en zeearend bezoeken werd het. 
De terugkomst van de zweefvliegtuigveldklapekster, een overvliegende geelgors, twee raven en drie kruisbekken bezorgden mij, en de andere twee trektellers, een geslaagde ochtend. Ondanks de verder matige trek.




's Middags was de zeearend zo vriendelijk om in dezelfde boom als de vorige keer voor mij klaar te zitten.




En een stukje te gaan vliegen. Waarbij tientallen ganzen in paniek het luchtruim kozen. Hij leek te verdwijnen aan de overkant van de rivier. Maar keerde na een minuut of tien weer terug in zijn boom.





Alwaar hij in de beginnende schemering door een zwarte kraai vergezeld werd. Dat levert een beroerde fotocollage op. Maar je kunt wel mooi zien hoe enorm groot zelfs een juveniele zeearend is.




De volgende dag. Deze grote lijster ging op een paaltje zitten toen ik even was gestopt met fietsen. Een sympathieke vogel, want ik mocht zomaar een vijftal foto’s van hem nemen voordat hij wegvloog.





Hoe vaker ik de steppevorkstaartplevier bezoek, hoe verder hij steeds weg zit. Bij het opvliegen was hij met de kijker goed te volgen. Maar hem in je camerabeeld krijgen leek teveel gevraagd. Léék, want bij thuiskomst bleek er op een paar blind geschoten foto’s een bruinwit flapperend vlekje te staan. Dat ik herkende als mijn zeldzame gevleugelde vriend.

Een dag eerder was op dezelfde plek nog een zeer zeldzame verschijning gesignaleerd. Roze spreeuw. Maar naar die vogel kon ik fluiten. Benieuwd of hij zich de komende tijd nog laat zien. En fotograferen.





In het akkerland waar de steppevorkstaartplevier zat, passeerde een complete familie patrijs. Een stuk of tien vogels. Het leverde geen fraaie foto op maar het was wel een grappig en vrolijk gezicht.





Intussen was er achter het groepje vogelaars waar ik deel van uitmaakte, een slechtvalk in een elektriciteitsmast geland. Kort vergezeld door eenzelfde vogel. Waardoor je op een gegeven moment een tiental vogelaars de ene kant op zag staren, terwijl ik 180 graden gedraaid stond te slechtvalkverrekijken.




Geen gehoopte bonte strandlopers verderop in de Liendense waard. Wel een zevental casarca’s. Die steeds minder zeldzaam lijken te worden.





De echte zeldzaamheden lieten zich niet of slecht bekijken, afgelopen zondag. De gewone vogels waren mij beter gezind. Met deze mooie huismus brei ik een eind aan dit blogbericht. (Ik ben zó benieuwd wat ik in mijn volgende blog allemaal ga schrijven en laten zien!)