zondag 1 december 2019

Grijze wouw en parelduiker



In eerste instantie wilde ik hem links laten liggen omdat ik dacht dat het een heel oude rode wouw was. Bovendien bevond hij zich net buiten het werkgebied én had ik diezelfde zondagmiddag wat anders te doen. De volgende dag bleek de grijze wouw echter nog steeds in natuurgebied Keent te zitten en besloot ik geen weerstand meer te bieden aan de zeurende drang dit toch wel heel mooie roofvogeltje te gaan zien.




Steunend op de bagagedrager van mijn fiets schoot ik de eerste bewijsplaatjes van het door het bewolkte weer opvallend donkere stipje in de boomtop. Even eerder ontdekt door vogelaarcollega T. Had ik niet geweten dat het een grijze wouw was dan had ik hem zomaar voor een klapekster of blauwe kiekendief aan kunnen zien. Met zijn grijswitte verenkleed. Het wouwkenmerk de ‘v’ in de staart ontbrak ook. 





Net als de ongeveer net zo grote torenvalk was het een zeer religieuze vogel. Ik had wat later het geluk hem boven het veld te zien bidden. 





En hem met een muisachtige prooi in een boom te zien gaan zitten.

Terwijl ik op mijn knieën zat te vogelgraferen vroeg een medefietsvogelaar me waar de vogel zat. En fietste er na mijn uitleg tot mijn stomme verbazing recht op af. Om een dertigtal meter vóór hem te stoppen voor een foto. Dit was de eerste keer dat ik hem voor een 'foutograaf' zag wegvliegen. 





Telkens als ik zelf meende op een gepaste afstand te staan, zag ik het groepje vogelaars/fotografen, waar ik me bij aangesloten had, in één rechte lijn op de wouw afstevenen. Natuurlijk ging die er steeds vandoor. Dit soort ergernisjes maken het twitchen voor mij steeds onaantrekkelijker. Hopelijk ben ik de volgende keer sterk genoeg om bij een app-alert gewoon naar de Ooijpolder te fietsen voor een foeragerende ringmus.



Ik liet de door mij in verband met het weer tot ‘natte wouw’ omgedoopte prachtvogel achter me en fietste kletsnat richting Kraaijenbergse plassen. In een tevergeefse poging de roodhalsduiker weer eens een keertje te zien.





Foeragerende ringmussen had ik een week eerder overigens al volop kunnen bewonderen in de Ooijpolder. Vijfentwintig stuks maar liefst.




En iets eerder een kokmeeuw. (Ik stond een beetje dichtbij...)





Het ziet er voor mij nog steeds uit als een Afrikaans tafereel. Zo'n groep grote zilverreigers in een boom. Zo midden op de dag had ik ze er nog nooit eerder in zien zitten. Normaal gesproken slapen ze er 's nachts. Je verwacht ieder moment dat Johnny Weismuller zijn strottenhoofd binnenstebuiten keert en de vogels opvliegen.




Geen schilderij van Claude Monet maar een foto van een over het water wegschietend ijsvogeltje. Zo zie je deze schuwe rakker meestal. Als blauw stipje (goed zoeken) over het water racend. Normaal gesproken voorafgegaan door een luide, scherpe hoge roep.




Twee roofvogels, verjaagd door een aantal boze eksters, vlogen snel een boom in. Geen buizerds. Geen sperwers. Geen kop. Geen kop?! Uilen! Kijkend naar kleur, grootte en hoeveelheid zijn het zeer waarschijnlijk ransuilen geweest.  




Nee, niet schrikken! Ik had een screenshot met de melding van een dwerguil nodig voor mijn De fietsvogelaar kerststrip. Voor de Eppo. Mijn broertje was zo aardig om de fake-melding naar mij te appen. Er zit dus geen, ik herhaal géén dwerguiltje in de Ooijpolder! Helaas.




De strip verschijnt in nummer 25, bevat vulgaire grappen en is zéér kwetsend voor vogelaars. Dat je het maar weet.












Hij was een kletsnatte voet waard, de door vogelaarcollega L. ontdekte parelduiker in de Bisonbaai. Begin dit jaar nog gedipt in Slijk-Ewijk. Deze keer prachtig kunnen bekijken. Lifer! 





Hij zal er onderhand wel aan denken om te gaan vertrekken; er zijn écht geen parels te vinden in die plas. Al helemaal niet als je een baantje rugzwemt.




Missie 'deze keer meer dan een grijszwart vlekje op 700 meter afstand zien van de zwarte zee-eend' mislukt. Het idee om rond Kraaijenbergse plas 5 te wandelen in de hoop hem van wat dichterbij te kunnen bekijken was slecht. Het kostte veel te veel tijd, de eend liet zich niet meer zien en toen ik, teruggekomen bij mijn fiets, verder wilde gaan vogelen, begon de schemering al genadeloos in te vallen. Een zingende Cetti’s zanger in de duisternis bood me slechts schrale troost. Nou ja, ik heb nu wel mijn zwarte-zee-eend-bewijsplaatje. Weer een vogel digitaal vastgelegd. Hoezee. Hoera.









Zou dat niet aan de hoge kant zijn? Een schatting van duizend, hier en daar spartelende, maar vermoedelijk veelal dode vissen in het H-D gemaal in de Ooijpolder? Achter de computer nog eens grofweg geteld. Vijfentwintighonderd stuks! Met volgens de waarneming.nl-beeldherkenning o.a. vissen als kolbijl, blankvoorn en roofblei. Dat geloof ik graag want ik weet helemaal niks van ongebakken vis. 





Tot mijn verbazing zag ik geen enkele reiger, meeuw of andere viseter bij deze vorstelijke feestmaaltijd. (Klinkt toch wat beter dan 'onwelriekend massagraf'.)




Honderd à honderddertig wulpen maken zich klaar voor een vochtige overnachting.





In een volgend blog: hoofdbrekens zorgende ransuilperikelen.