maandag 20 augustus 2018

Beleef-de-lente-zwarte-stern: slot




Twee dagen eerder had ik ze wel bij drie groenpootruiters zien zitten. Maar toen zag ik ze door de grote afstand achtereenvolgens nog voor grutto's en tureluurs aan.






Een dag later werden er twee zwarte ruiters gezien in de Oude Waal. En toen viel het kwartje. Nog een dag later kon ik ze van relatief dichtbij mooi bekijken. Vooral als de zon ze even vriendelijk bescheen. Geen zomerkleed meer. Anders hadden ze hun naam nog waargemaakt.




Eigenlijk zoom ik iets te ver in. Maar ja, liever wat licht onscherpe details dan géén details. We zitten hier om te leren! Niet om te pronken met prachtig haarscherp fotografeerwerk. (Deze smoes moet ik onthouden.) (Deze laatste foto valt qua scherpte ook wel mee.)




Wordt dit mijn laatste gierzwaluw van deze zomer? De tijd zal het leren. Om maar eens een cliché uit de kast te rukken.




Ik heb het geloof ik al eerder gezegd. Momenteel is de aan waterarmoede lijdende Oude Waal een steltloperparadijs. Van de nogal op elkaar lijkende oeverloper, witgat en bosruiter, vind ik die laatste wel het fraaist. Op de foto maar liefst twee stuks, samen met een kievit en twee kokmeeuwen.




Deze groenpootruiter (groenegrijze poten, licht omhoog wippende snavel) mag er ook wezen. Stukkie groter dan eerder genoemde steltlopers.




Van boven naar beneden: groenpootruiter, bosruiter, witgat. Al is die laatste op moment van schrijven nog niet goedgekeurd op waarneming.nl. Dus misschien zit ik toch weer een oeverloper voor een witgatje aan te zien.





Heel even zag ik een oeverlopertje (niet deze) dat achter het struweel verdween en met zijn poten diep in de modder liep voor een Temmincks strandloper aan. Maar zóveel geluk had ik deze middag nou ook weer niet.





Ze vliegen alledrie! Ook de in groei achtergebleven 32C heeft al flapperende vlotje 25 verlaten. Benieuwd hoelang de laatste vier zwarte sterns hier nog blijven rondhangen. Voordat ze zich bij de andere sterns in het IJsselmeergebied aansluiten.





Teruggekeerd op het drooggevallen vlotje kun je mooi hun juvenielenkleed bekijken.  





Twee dagen later. Een kemphaan bezoekt de Oude Waal en laat zich leuk zien.




Wat later, verder weg en minder scherp te bekijken, schiet ik hem samen met een bosruiter (links) en een groenpootruiter  (rechts) op één plaatje. En dan blijkt hij in vergelijking met die vogels toch weer kleiner te zijn dan ik dacht. Het is wel een juveniel, dus misschien groeit hij nog een beetje.













Nog meer leuk! Twee bosruitertjes bij de verlaten zwarte-stern-vlotjes. Die had ik daar nog niet eerder gezien. Later zag ik er ook de groenpootruiter. Maar die verdween helaas al toen ik op de dijk aan kwam fietsen.




Witte kwikstaarten zitten er altijd wel. Deze juveniel zat vlakbij op een roeibootje.




Eén van de zwarte-stern-jongen zat op een steen, rechts van de vlotjes. Gezelschap gehouden door eerder genoemde bosruiter en (uiterst links) een oeverloper. 





Een tijdje later knijp ik 'm even. Hij zal toch niet in de snavel van die blauwe reiger verdwijnen?! Die draaien hun hand ook niet om voor het verschalken van een meerkoet, mol of zelfs sappig jong konijn. Gelukkig had hij geen oog voor 32A, -B of -C.





Later kreeg hij gezelschap van een broertje en werden ze ter plekke door een ouder gevoerd.







Grootste gedeelte van de tijd zaten er twee jongen op de paaltjes in het niet opgedroogde gedeelte van de Oude Waal.





Zondagavond, 19 augustus. Normaal gesproken hoor ik de zwarte-stern-jongen al van verre roepen als ik kom aan fietsen. Nu hoor ik alleen een piepende jonge fuut. De sterns zijn weg. ’s Ochtends nog gemeld op waarneming.nl; nu nergens te bekennen. Aan de ene kant jammer, aan de andere kant vind ik het ook wel weer mooi geweest. Ik heb in ieder geval veel plezier aan de sierlijke luchtacrobaten beleefd. En weer een hoop geleerd. 

Qua natuurblog ga ik voorlopig verder op de oude voet. Totdat ik mezelf té vaak ga herhalen. Komende najaarstrekweek reken ik minstens op twaalf hoppen, drieëntwintig rode wouwen en een koolmees.

Bovenstaande foto maakte ik een dag eerder. En is mijn allerlaatste beleef-de-lentefoto van één van de zwarte-sterndrielingjongen. (Denk ik toch...) Ik liet het bij een tweetal grote-afstandfoto's want er zat een bootje enge vissers vlak in de buurt.

maandag 13 augustus 2018

Beleef-de-lente-zwarte-stern: week 32





Waterhoen.



Waterral.

Maar geen waterrietzanger in Waterrijk-Oost. Niet voor mijn oren en ogen in ieder geval. Ach ja, wel m'n tweede onscherpe waterralfoto in korte tijd kunnen maken. Niet makkelijk met zo'n schuwe, verborgen vogel. Bovendien konden we tijdens het wachtlopen bij de plek waar de waterrietzanger was waargenomen genieten van een libeloppeuzelende boomvalk. Blijft mooi om te zien hoe hij tijdens het vliegen de vleugels van het insect met zijn snavel afpelt. Terwijl hij het met zijn poten vasthoudt.





Op de heenweg twee als standbeeld poserende patrijzen. "Als ik me niet beweeg dan ziet-ie me niet!" Echt slimme vogels zijn het niet. Vermoedelijk zat er nog wel een stel jongen verborgen in de sloot. Vogelares S. had er op dezelfde plek tien, vijftien geteld.




En wéér zo'n 35-gradendag. 's Avonds toch maar even gaan rondfietsen bij de Oude Waal. Er waren 's ochtends weer zwarte ooievaars gemeld. Op een plek die verboden bleek te zijn voor publiek. Dus ik liet de 'zwooien' voor wat ze waren en ging nog eens kijken hoe de zwarte-sterndrieling het maakte. Ook de tweede rij vlotjes is nu grotendeels drooggevallen.


De jongen zaten deze keer met z'n drietjes op nestvlot 25. Gretig wachtend op de komende voederbeurt. Zelfs de langzamer groeiende 32C (links) bedelde fanatiek mee om een visje.




En hij had geluk.





32A en 32B heb ik al flinke rondes zien vliegen. Blijft een mooi gezicht. 32C zie ik een dezer dagen ook nog wel de lucht in gaan. Nooit gedacht dat ze het met de droogte van de laatste weken zo ver zouden schoppen. Pak van m'n hart!




Eindje verderop. 's Ochtends was-ie door een iets te enthousiaste vogelaar heel even voor een zeldzame franjepoot aangezien. 's Avonds zat de juveniele dwergmeeuw er nog steeds. En door zijn typische, drukke foerageergedrag kon ik de vergissing wel begrijpen. Na een tijdje verdween hij samen met honderdvier kokmeeuwen de lucht in, uit beeld.




Twee dagen later. De regen is 's middags met bakken uit de hemel gevallen. De zon is verdwenen. En de harde wind blaast de drieling bijkans van hun vlotje af. Een enorme overgang voor de kuikens! (En voor ondergetekende vogelaar.)




Pas bij de derde poging wist de oudervogel deze vis af te leveren. (Hoe heeft hij die kunnen vangen in dat rimpelwater?) Daarvoor lukte het hem niet stil boven het vlotje te hangen en demonstreerde hij tegen wil en dank dat hij ook achteruit kon vliegen.





Een familie wilde eend passeert de zich schrap gezet hebbende sterntjes.




Weer veel doortrekkende steltlopers in de Oude Waal. Groenpootruiter, watersnip, bosruiter en, op de foto, een witgatje en een oeverloper. In het veld lastig van elkaar te onderscheiden. Maar zo mooi naast elkaar zijn de verschillen aardig te zien.





Bij het opvliegen is het witte 'gatje' van het witgatje goed zichtbaar. Dankzij een territorium gedreven zwarte stern. 




De oeverloper heeft een bruin gatje en witte strepen op zijn vleugels. Wat jullie dankzij mij allemaal niet leren!






Twee dagen later. Toch weer een zwarte-sternbezoeker die ik nog niet eerder waargenomen had. Gele kwikstaart. Twee stuks. Waarvan één op de foto.




Fascinerend! Wederom laat een vlot-32-kuiken een visje uit zijn snavel glippen. Deze keer niet in het water maar vlak voor zijn poten. En het komt niet in zijn piepjonge koppie op om het visje op te pikken. Hij laat het gewoon liggen!




Had ik dat al eens eerder geschreven? Dat de ouder vanaf een flinke afstand met een kreet laat weten dat hij er met een prooi aankomt? En dat de jongen op dat moment hevig beginnen te piepen? Bij deze dan. Vis eten veroorzaakt bochels. Weer iets wat ik niet wist.




De drieling, of in ieder geval de grootste twee, is al zover dat ze stukjes vliegt en op paaltjes gaat rusten.





Een paar honderd meter links van mij jaagt een vogelaar een groepje lepelaars de lucht in. Door vanaf de dijk recht op ze af te lopen. (Zo stom ben ík zelfs niet!) Op dit screenshot zag ik pas hoe mooi de lucht die middag was. Er ontgaat je behoorlijk wat als je je alleen maar op vogels concentreert.










Terugscrollend zie ik dat ik nog geen watersnippen in dit bericht had gestopt. Ondanks dat ik de laatste tijd bijkans over die vogels strúikel, plaats ik toch maar weer wat plaatjes. Kleine vleugels hebben ze eigenlijk maar.





Voor de afwisseling wat langesnavelcollega's van een eindje verderop erbij. Grutto's. (Twee stuks, meest rechts.)






Gelukkig werd ik ook nog op iets zeldzaams gewezen. Een vogelaar had een kleine zilverreiger in een groepje lepelaars zien landen. Die stiekemerd had ik zelf nooit ontdekt. Alleen al door de grote afstand. 





Eén dagje later. Geen puf om een heel eind te fietsen. Dus gewoon weer terug naar de zwarte sterns. Wat is die Oude Waal dróóg!






Na al die tijd dat ik de vogels observeer toch weer nieuwe zwarte-stern-bezoekers. Konikpaarden




Bij gebrek aan vers en groen gras doen ze zich maar te goed aan het riet. Waarbij ze zo nu en dan per ongeluk een kleine karekiet doorslikken. (Nee hoor. Dat was een grapje.)




De gele kwikstaarten kwamen vandaag ook weer voorbij. Er zwermen namelijk allemaal lekkere, sappige mugjes bij de vlotjes. De drieling moet echter niets van de gele indringer hebben.




Eerlijk gezegd hoop ik dat de drieling zelf onderhand ook maar eens 'opzout'. Mijn hemel, wat een hoop werk is het om fotogeïllustreerd verslag uit te brengen van de ontwikkeling van die vogels! Nou ja, ik beleef er vooralsnog wel lol aan.