donderdag 31 maart 2022

Groenejaarlijst 2022 - maart



Op Twitter had iemand het idee om de #groenejaarlijst met een striptekening te promoten. Was er nu maar ergens een vogelende striptekenaar te vinden... 

Iedereen is vrij om een eigen invulling aan de lijst te geven. Zelf heb ik me de tienkilometergrensregel opgelegd. Om het een beetje plaatselijk te houden. De originele, Engelse benaming is dan ook Local Big Year.




Ik had hem deze winter nu al drie keer gezien. Waarvan één keer een 'zelfontdek' en één keer een ontsnapt exemplaar. Maar als de zeer zeldzame roodhalsgans dan op een zonnige zondag in de Oude Waal weer wordt gemeld, dan kan ik het niet laten om hem te gaan zoeken tussen de hónderden, misschien wel duizenden kolganzen



Die best wel onrustig waren. Wellicht omdat ze ons land binnenkort weer gaan verlaten. Het blijft indrukwekkend als ze met tientallen tegelijk vlak over je heen vliegen. Overstekend tussen Oude Waal en weiland.





Ben je nou helemaal gek geworden?! Snel die struik uit en je plas in. En dat noemt zich waterhoen

We waren gebleven bij vogel 102 op de Groenejaarlijst

102. 🚴🏼‍♂️ Toendrarietgans
103. 🚴🏼‍♂️ Tjiftjaf 
104. 🚴🏼‍♂️ Zwarte specht
105. 🚴🏼‍♂️ Boomleeuwerik



Negentwintig van de dertig keer zijn mijn compactcamerafoto’s onscherpe bewijsplaatjes waar ik nog iets van compositie in probeer te snijden. Het gaat mij er vooral om te laten zien wat voor leuks ik nou weer waargenomen heb. Ambities om een goede fotograaf te worden heb ik niet. Een briljante tekenaar zijn vind ik wel voldoende. Af en toe schiet er echter een aardig plaatje tussendoor dat grafisch ook nog enigszins bevredigt. Zoals deze foto van de helft van een steenuilpaartje. De andere helft zat een dakje verderop.




Hetzelfde uiltje een paar dagen eerder. In de gouden schemering. Het is de bedoeling van het diertje dat je zijn achterhoofd voor zijn gezicht aanziet. Een fikse afstand en aftakelende vijftigplusogen helpen daarbij.




Even een wat oudere foto van een bever tussendoor. Omdat hij zo braaf poseerde. En omdat ik vergeten was hem eerder te plaatsen.




Dat vind ik nou leuk. Dat mijn eerste 2022-vlinder de zeldzame grote vos is. Ook al is dit exemplaar maar viervijfde vlinder.


Een familielid van mij kreeg coronaziekenbezoek van een staartmees. Het vogeltje kwam verschillende keren terug om contact met hem te zoeken. (Of met zijn eigen weerspiegeling in het raam...)




"Mag ik iets vragen?" Erg aardig is het niet om iemand te negeren als je net de hier in het binnenland zeer zeldzame rotgans staat te vogelgraferen. 


De vogelaar naast mij die wél vriendelijk antwoordde zag alle ganzen echter de lucht in gaan voordat hij het rotje had kunnen ontdekken. Wacht dan even met je vraag stellen tot iemand niét meer zwaar geconcentreerd in zijn camera, verrekijker of telescoop kijkt, denk ik dan.



Enkele collegavogelaars hadden dezelfde ervaring. Verdraaid weinig kneutjes afgelopen winter. Op 13 maart zag ik pas mijn eerste groepje. Waarvan deze jongedame er een was.


12 - 13 maart: een uitstekend ganzenweekend. Schotse vogelaar M. bezorgde me achtereenvolgens de hierboven getoonde rotgans plus de eveneens hier zeldzame kleine rietgans. Met als extraatje een toendrarietgans binnen de tienkilometercirkel 
(rechts). Al had ik die eerder al een keer zien en horen overvliegen. Een bewijsplaatje schieten lukte toen niet. Links op de foto een kolgans.




Datzelfde weekend lieten de eerste overwinterende vlinders zich ook zien. De grote vos hadden we al. De citroenvlinder, dagpauwoog en gehakkelde aurelia (foto) volgden hem.

106. 🚴🏼‍♂️  Rotgans 
107. 🚴🏼‍♂️ Zwarte roodstaart 
108. 🚴🏼‍♂️ Veldleeuwerik 
109. 🚴🏼‍♂️ Kneu
110. 🚴🏼‍♂️ Kleine rietgans 
111. 🚴🏼‍♂️ Pontische meeuw 
112. 🚴🏼‍♂️ Kleine mantelmeeuw
113. 🚴🏼‍♂️ Tureluur
114. 🚴🏼‍♂️ Waterral





Nog meer gans. Even hoopte ik op een zelfontdekking van de rotgans. Maar al snel zag ik dat het een of andere hybride geval moest zijn. De scherpte van de tweede foto had precies andersom gemoeten. Maar hij vloog op toen de camera nog in de driesecondenzelfontspannerstand stond. Wel is mooi te zien dat hij oranje poten heeft. Het lijkt me een kruising tussen een kolgans en een rotgans. Of tussen een kolgans en een brandgans.




De eerste (twee) blauwborst(en) op 18 maart. Altijd een mooi moment. Ook al wilde hij nog niet mooi poseren en had hij weinig zangzin.












Lentebijvangst diezelfde dag: zingende roodborsttapuit, zingende veldleeuwerik, zonnende steenuiltjes, zonnende grote gele kwikstaart, nestbouwende witte kwikstaarten, dúizenden kolganzen en een helikopter die een zeearend had moeten zijn.

115. 🚴🏼‍♂️ Blauwborst
116. 🚴🏼‍♂️ Geelpootmeeuw
117. 🚴🏼‍♂️ Roerdomp
118. 🚴🏼‍♂️ Kleine plevier



De afstand was enorm groot maar ik zag iets wat ik eerder niet in de gaten had. Namelijk dat de oeverloper (rechtsonder) een stuk(je) kleiner is dan de witgat (bovenaan de foto). Dat maakt het weer een tikkeltje eenvoudiger om ze uit elkaar te houden. En zo raak je als vogelaar nooit uitgeleerd.



Eind maart. De pech: een kapotte fietsketting. Het geluk bij een ongeluk: twee zwarte spechten die begonnen te paren op het moment dat ik al filmende op ze inzoomde voor een bewijsscreenshot. Amper twee minuten nadat ik een mannetje kleine bonte specht had ontdekt! Met boven mijn hoofd twee roepende raven



Tien minuten voordat ik een prachtige man goudvink letterlijk op mijn pad vond. 



Een poging om het spechtenvijftal compleet te maken lukte net niet. Grote bonte spechten had ik natuurlijk allang gezien. De groene specht ontdekte ik volkomen onverwacht op een plek waar ik juist op de middelste bonte specht had gehoopt. Die liet zich die dag echter niet zien. Had mijn fietsketting het niet begeven dan had ik die mogelijk ook nog wel ergens waargenomen. De zwartespechtenparing was gelukkig al een glorieus hoogtepunt van de dag.



En dat terwijl ik elders, een uurtje of wat eerder, al een zwartespechtenhol had ontdekt. Prachtige waarnemingen om de spechtenmaand en dit blog mee af te sluiten. In de hoop op lekker veel jaloerse lezers!


donderdag 10 maart 2022

Groenejaarlijst 2022 - februari









Dat moeten we hebben. Even een blik over je schouder werpen terwijl je een buizerd met prooi vogelgrafeert, met naast hem een jaloerse raaf, en dan tegen een strak blauwe februarilucht een juveniele zeearend zien langsvliegen!

94. 🚴🏼‍♂️ Zeearend 




95. 🚴🏼‍♂️ Scholekster 
96. 🚴🏼‍♂️ Bosuil




Buiten de tienkilometercirkel:

Geoorde fuut 




Exoten en ontsnapte vogels tellen niet mee in de Groenejaarlijst. Maar die twee sneeuwganzen bij de Kraaijenbergse plassen moest ik toch echt even zien. De kans dat ik daar de befietsbare wilde versie van ga zien is uitermate klein. En zo tussen de kol- en de brandganzen in lijkt het toch nog een beetje echt. De vogels zijn afkomstig uit een Duits introductieproject.



Briljant. Tegen beter weten in de hele dag door het bos gesjouwd in de ijdele hoop op een kleine bonte specht. Arriveer ik in de schemering terug bij m’n fiets, zacht geritsel boven m’n hoofd… Vrouwtje kbs!

Na tien seconden spoorloos verdwenen. Gelukkig nog net deze prachtige foto's kunnen maken. Nummer 97 op de Groenejaarlijst. Zó’n leuk spechtje, niet groter dan een mus en het perfecte Fietsvogelaarverjaardagscadeau.



Die Noordse kauw, waar ik luid piepend voor remde, telt die mee als aparte soort? Was hij überhaupt wél Noords genoeg om hem zo te mogen noemen? Dilemma’s van een Groenejaarlijster…

Edit: profivogaar J. fluistert me in dat het waarschijnlijk een ’gewone’ kauw is. Niet alleen zijn halsbandje is wit; op zijn kop zitten ook witte veertjes. Dat noemen we ‘afwijkend’.

97.  🚴🏼‍♂️ Kleine bonte specht 
98.  🚴🏼‍♂️ Havik
99.  🚴🏼‍♂️ Roodborsttapuit 
100. 🚴🏼‍♂️ Oeverloper 

Nét buiten de tienkilometercirkel (we blijven genadeloos streng) grutto en kluut. Per soort precies één exemplaar.

101. 🚴🏼‍♂️ Grote mantelmeeuw

woensdag 12 januari 2022

Groenejaarlijst 2022 - januari

Naar voorbeeld van de Engelse Local Big Year kwam Texelse vogelaar Vincent Stork met het idee voor een Nederlandse versie: de GroenejaarlijstEen lijst met vogelsoorten die vanaf huis al wandelende of fietsende zijn waargenomen, binnen een cirkel met een straal van tien kilometer. Voor mij als fietsvogelaar is ‘groen’ vogelen niks nieuws onder de zon. Behalve dan dat ik me nu heel streng aan de tienkilometergrens ga houden. Dat gaat me onder andere vogelrijke gebieden als Waterrijk Oost en de Kraaijenbergse plassen kosten. Maar die tellen natuurlijk wel weer mee voor de gewone jaarlijst. Het idee om de huis-wandel-fiets-icoontjes te gebruiken komt van collegavogelaar Martijn Verdoes. Het wandel-icoontje gebruik ik alleen als ik lopend vanuit huis ga vogelen. Dus niet als ik ergens naartoe fietst en vervolgens ga wandelen.


Ik heb niet het idee dat het stormloopt qua groenejaarlijsters. Maar mocht het de komende jaren alsnog een succes worden, dan behoor ik tot de pioniers. En dan zeg ik: Jahoepie!


01. 🏡 Houtduif
02. 🏡 Merel 
03. 🏡 Kokmeeuw 
04. 🏡 Ekster 
05. 🏡 Koolmees 
06. 🏡 Pimpelmees 
07. 🏡 Kauw
08. 🏡 Vink
09. 🚴🏼‍♂️ Huismus 
10. 🚴🏼‍♂️ Heggenmus 
11. 🚴🏼‍♂️ Boomkruiper 
12. 🚴🏼‍♂️ Boomklever 
13. 🚴🏼‍♂️ Roodborst 
14. 🚴🏼‍♂️ Grote bonte specht 
15. 🚴🏼‍♂️ Gaai
16. 🚴🏼‍♂️ Zwarte kraai 
17. 🚴🏼‍♂️ Appelvink
18. 🚴🏼‍♂️ Groenling 
19. 🚴🏼‍♂️ Vuurgoudhaan



20. 🚴🏼‍♂️ Ransuil 
21. 🚴🏼‍♂️ Grote zilverreiger 
22. 🚴🏼‍♂️ Staartmees
23. 🚴🏼‍♂️ Groene specht 
25. 🚴🏼‍♂️ Putter 
26. 🚴🏼‍♂️ Waterhoen 
27. 🚴🏼‍♂️ Winterkoning
28. 🚴🏼‍♂️ Grote zaagbek 
29. 🚴🏼‍♂️ Kuifeend 
30. 🚴🏼‍♂️ Aalscholver
31. 🚴🏼‍♂️ Meerkoet
32. 🚴🏼‍♂️ Fuut 
33. 🚴🏼‍♂️ Ooievaar 
34. 🚴🏼‍♂️ Grauwe gans 
35. 🚴🏼‍♂️ Kolgans 
36. 🚴🏼‍♂️ Buizerd
37. 🚴🏼‍♂️ Brandgans 
38. 🚴🏼‍♂️ Krakeend 
39. 🚴🏼‍♂️ Blauwe reiger 
40. 🚴🏼‍♂️ Spreeuw 
41. 🚴🏼‍♂️ Wilde eend 
42. 🚴🏼‍♂️ Smient 
43. 🚴🏼‍♂️ Nonnetje 
44. 🚴🏼‍♂️ Wintertaling
45. 🚴🏼‍♂️ Slobeend 
46. 🚴🏼‍♂️ Tafeleend 
47. 🚴🏼‍♂️ Lepelaar 
48. 🚴🏼‍♂️ Turkse tortel
49. 🚴🏼‍♂️ Slechtvalk 
50. 🚴🏼‍♂️ Knobbelzwaan 
51. 🚴🏼‍♂️ Kramsvogel 
52. 🚴🏼‍♂️ Steenuil 
53. 🚴🏼‍♂️ Witgat
54. 🚴🏼‍♂️ Brileend 
55. 🚴🏼‍♂️ Bergeend
56. 🚴🏼‍♂️ Torenvalk
57. 🚴🏼‍♂️ Witte kwikstaart 
58. 🚴🏼‍♂️ IJsvogel
59. 🚴🏼‍♂️ Koperwiek 
60. 🚴🏼‍♂️ Kuifmees
61. 🚴🏼‍♂️ Sperwer 





62. 🚴🏼‍♂️ Roodhalsgans
63. 🚴🏼‍♂️ Sijs
64. 🚴🏼‍♂️ Goudhaan 



65. 🚴🏼‍♂️ Middelste bonte specht 
66. 🚴🏼‍♂️ Dodaars 
67. 🚴🏼‍♂️ Cetti’s zanger
68. 🚴🏼‍♂️ Graspieper 
69. 🚴🏼‍♂️ Kievit 
70. 🚴🏼‍♂️ Stormmeeuw 
71. 🚴🏼‍♂️ Grote lijster 
72. 🚴🏼‍♂️ Pijlstaart 

Half januari. Oe, wat een feest! In één verrekijkerbeeld drie kleine barmsijzen en twee mannetjes goudvink! Foeragerend op een akkerland met planten waar blijkbaar overheerlijk zaad aan groeit. Van die eerder gemelde barmsijzen hoopte ik dat ze er nog zouden zitten. De goudvinken en het zevental geelgorzen, dat ik even eerder ontdekte, kwamen als een grote verrassing. Het was voor het eerst dat ik een zekere kleine barmsijs zo mooi heb kunnen bekijken. En er ook nog wat bewijsplaatjes van heb kunnen schieten. Bij vertrek gaf ik mijzelf slechts kans op wat donkere silhouetten, ver weg, hoog in een boom. 

Op iets soortgelijks rekende ik voor het mannetje topper dat al enige tijd op de Mookerplas vertoeft. Áls-ie er nog zat vast een mistig grijs vlekje midden op de plas. Maar nee hoor, vlák bij de oever liet hij zich prachtig bekijken. Druk foeragerend tussen een hoop heren kuifeend.

Als groenejaarbijvangst mocht ik die heerlijke dag ook nog een wintertjiftjaf en een roepende zwarte specht noteren. Plus, helemaal aan het begin, twee glanskoppen en een zwarte mees op een vogelvoedersilo in de tuin van een boshuis.

73. 🚴🏼‍♂️ Zwarte mees
74. 🚴🏼‍♂️ Glanskop 
75. 🚴🏼‍♂️ Geelgors 




76. 🚴🏼‍♂️ Kleine barmsijs 
77. 🚴🏼‍♂️ Goudvink



78. 🚴🏼‍♂️ Zwarte specht 
79. 🚴🏼‍♂️ Tjiftjaf 
80. 🚴🏼‍♂️ Topper 



Ho, wacht! Ik zit weer eens niet goed op te letten. Die laatste drie vallen buiten de tienkilometercirkel. Dus die mogen niet meedoen aan de Groenejaarlijst. Terug naar nummer 78…

78. 🚴🏼‍♂️ Roek
79. 🚴🏼‍♂️ Rietgors 
80. 🚴🏼‍♂️ Patrijs
81. 🚴🏼‍♂️ Zanglijster 
82. 🚴🏼‍♂️ Keep 
83. 🚴🏼‍♂️ Zilvermeeuw 




84. 🚴🏼‍♂️ Wulp

Dit is, zonder dat ik het in de gaten had, mijn laatste foto van de schoorsteen van de oude elektriciteitscentrale in Nijmegen. Hij is begin maart tot ontploffing gebracht.

85. 🚴🏼‍♂️ Watersnip 
86. 🚴🏼‍♂️ Matkop
87. 🚴🏼‍♂️ Ringmus 




Ringmussen worden steeds zeldzamer en moeilijker te vinden. Dus als er een groep van zo’n honderdtwintig vogels wordt gemeld, dan race ik sneller dan mijn schaduw richting de desbetreffende plek. Opgewarmd door zo’n dertig putters, dertig groenlingen en precies één vrouwtje vink in een drietal bomen naast een verlept zonnebloemenveld, vond ik de mussen al snel. Met z’n honderdtwintigjes bij elkaar gepropt in een struik. Als appels in een appelboom. 





Een ringmuswaarneming wordt dan zomaar minstens zo indrukwekkend als de twee rustende, vliegende en iets op de oever oppeuzelende volwassen zeearenden die ik een weekje later zag. Net als een waterpieper vertoefden die vogels helaas nét buiten de tienkilometercirkel. Wat ik toch wel behoorlijk onsympathiek van ze vond.


88. 🚴🏼‍♂️ Kruisbek 
89. 🚴🏼‍♂️ Houtsnip 
90. 🚴🏼‍♂️ Waterpieper
91.  🚴🏼‍♂️ Kraanvogel 


Sodemieters! Ik had ze natuurlijk al eerder gezien. Maar mijn jarenlange fietsvogelaarwensdroom was om ze eindelijk eens te hóren. Veertien kraanvogels! Volkomen onverwacht kwamen ze in de Ooijpolder zomaar voor me langsgevlogen. Ik geloofde achtereenvolgens mijn oren en mijn ogen niet, zo eind januari. Wat een topverrassing! 

Nu hoef ik eigenlijk alleen nog maar een bokje aan de grond (niet geheel onmogelijk) en een strandleeuwerik in mijn vogelwerkgebied (onwaarschijnlijk pittige wens) en ik ben klaar met mijn wensjes. En kan me verder gaan verdiepen in de huis-tuin-en-keukenvogels. 

Januari-eindstand:

92. 🚴🏼‍♂️ Grote gele kwikstaart 
93. 🚴🏼‍♂️ Raaf 

(Nét) buiten de tienkilometercirkel:

Topper 
Tjiftjaf 
Zeearend 
Pontische meeuw 
Grote mantelmeeuw 
Zwarte specht 
Baardman 
Waterral 
Toendrarietgans



vrijdag 5 november 2021

Zwarte heidelibel



Wat een leuke, onverwachte verrassing. Ik was op pad gegaan in de ijdele hoop op een bokjeswaarneming. Een bokje kwam ik inderdaad niet tegen. Wel liep ik zomaar pardoes tegen een zwarte heidelibel aan. Die ook nog eens mooi op een plant ging zitten poseren. 




Niet alleen vloog de in mijn werkgebied zeldzame heidelibel opvallend laat (13 oktober), het was ook nog eens de allereerste die ik gezien heb. Een lifer! Goede keuze om juist die dag de dag te gaan plukken en naar juist dat miniatuurnatuurgebiedje te fietsen. Zelfs de twee onaangelijnde honden, die het geschreeuw van hun baasje straal negeerden en waarvan er een hijgend tegen me op begon te springen, konden mijn humeur nauwelijks bederven. Het baasje met de snel weer aangelijnde viervoeters ging er rap vandoor toen ik mijn iPhone tevoorschijn haalde. Om mijn heidelibel in te voeren. Maar wist zij veel.






De Hans Klok onder de torenvalken. Ze verdween zomaar uit verrekijkerbeeld en bleek een vast lunchplekje gevonden te hebben in een elektriciteitsmast. Zou ze daar ook gebroed hebben? 






Nog een liefhebber van metaalbouwwerken. Een Waalbrugslechtvalk. Alleen al om voorbijgangers zich verbaasd te laten afvragen waarom die malloot met die fotocamera zo raar tegen de leuning geleund staat, is al de moeite waard om een plaatje van deze stoere snelheidsduivel te schieten.






Helaas, niet zoals gehoopt een zeer zeldzame poelsnip (rechtsboven). Maar een uit de kluiten gewassen watersnip. Nou ja, achteraf gezien gelukkig maar. Als het echt een poelsnip was geweest dan hadden mijn collegavogelaars mij met brandende fakkels mijn huis uit gesleurd en opgehangen aan de hoogste boom in de Groesbeekseweg. Omdat ik hem uit onzekerheid toch maar niet had gemeld in de vogel-appgroep.





Er staan maïsvelden op de plek waar de Ooijpolderklapekster nu (14 oktober) ongeveer zou moeten zitten. Doodzonde als dit prachtige, lieflijke vogeltje zich niet meer laat zien!

Edit 7 november: geen maïsvelden meer. Maar ook geen klapekster. Ik weet niet of ik zonder mijn grijs-witte vriend de winter wel doorkom!







Aan de ene kant zijn het een aardige bewijsplaatjes. Aan de andere kant zijn het ook weer de zoveelste, niet al te spectaculaire, baardmannetjesfoto's. Ik moest ze maar eens gaan tekenen. Met een fietsbelletje in hun 'hand' voor hun ping-geluidje. Om lekker woke te zijn teken ik er dan ook een baardtransmannetje bij. Die met een dikke viltstift een bakkebaard op zijn kopje tekent. 




Het Hup-Holland-hup-vogeltje de keep komt nú ons land binnengevlogen en is zomaar gratis te bekijken.



Zoek in park, bos, tuin. Tussen de vinken. Of tussen de beukennootjes. Of in de modder. Laat je mond langzaam openvallen uit bewondering voor de schoonheid van dit Oranje-boven-beestje.




Oké, ik overdrijf. Maar het is echt een leuk vogeltje. (Bijvangst: vrouwtje vink en vrouwtje huismus.) 



Ik zag hem al een keer eerder in de Ooijpolder, deze ooievaar met manke/gebroken poot. De eerste keer zat hij met gespreide vleugels op de grond. Deze keer hinkelde hij door het versgemaaide gras. Op een gegeven moment zal hij toch wel de geest geven, vrees ik. 






Mijn hart maakte even een sprongetje omdat ik een barmsijs op m'n lange-afstandfoto ontdekt meende te hebben. Het is een keep met een besje voor z'n kop...




Geen idee wat ze in de lucht zagen. Het was in ieder geval potverdikkie geen zeearend!




Oké... die wulpen zagen een vloedgolfje van een schip op zich af komen. En die grote zilverreigers voerden wellicht een of andere paringsdans uit. Of hadden last van hun nek. Nooit eerder gezien.





Ik vraag me altijd af hoe stevig zo'n snavel van een wulp is. Ze zien er zó breekbaar uit.




Een grote week geleden werd er voor het eerst in vijfendertig jaar een renvogel — zo heet-ie echt — in Nederland gezien. De Bergense duinen zijn voor mij wat te ver om te fietsen. Dus ik heb maar gewoon een karikatuurtje-met-te-lange-maar-wel-grappige-nek van hem gemaakt. De tekening kan mooi samen met die van de klapekster hierboven in de Mars Gremmen vogelgids. Die, naar ik schat, mijn tempo kennende, over een jaar of zeventien zal verschijnen. Deo volente ook nog eens.





Heerlijk rustgevend is dat. Niet meer hoeven te twitchen omdat je een hier zeer zeldzame (zee)vogel al eerder hebt gezien. Meerdere keren zelfs. En ja, ook het mannetje eider. Dat zich op de een of andere manier veel minder vaak laat zien dan het vrouwtje. Maar ja, zondagmiddag, heerlijk zonnig weer, dan begint het toch te kriebelen. Vijftig minuten fietsen later: donkere wolken, énorme regenbui, schuilen onder een strandpaviljoentoiletafdakje.





Gelukkig braken er af en toe korte, droge periodes door. Zodat ik deze prachteend toch wel aardig heb kunnen bekijken. Hij dook veelvuldig naar kreeftjes, krabjes en andere overheerlijke onderwaterbeestjes. Het zou me niet verbazen als hij nog een tijdje op deze plas blijft rondhangen. 

Dit blog eindigen met een zeldzaamheid vind ik altijd wel prettig.