dinsdag 1 december 2020

Siberische tjiftjaf




Millingerwaard. Ze zaten wat ver weg, maar het licht was niet onaardig en het zijn natuurlijk prachtige lijsters. De koperwiek en de kramsvogel. Zo naast elkaar kon je mooi zien dat de koperwiek een stuk kleiner is.






Nog wat kramsvogels.





En nog een koperwiek. Met koper. Onder zijn wiek.





Jonge merels hebben nog geen gele snavel.





Terwijl ik gehurkt deze vogels aan het vogelgraferen was, kwam er opeens een konikpaard op me af gelopen. Niks geen anderhalve meter afstand houden! Laat staan fatsoenlijk een mondkapje dragen. Vermoedelijk wilde ze me laten weten dat ze behoefte aan wat privacy had.





Vijf minuten later werd ze namelijk, twintig meter naast me, gedekt door een hengst met vijf poten.





“Heeft die gozer nou echt schaamteloos foto’s staan nemen?!”





Jonge vogelaar J. had ‘m heel knap zelf ontdekt. Twee dagen later werd hij weer gemeld. Mét bewijsfoto’s en geluidsopname. En dan begint de verrekijker wel heel erg te jeuken in Huize Fietsvogelaar. Dus hop, snel op mijn rijtuig richting Groenlanden om de Siberische tjiftjaf aan de levenslijst toe te voegen. Oudere vogelaar J. stond al klaar om het vogeltje aan te wijzen. Nou ja, niet ogenblikkelijk, het duurde eventjes voordat het beestje zich liet horen en zien. Vooral met dat laten zien had hij moeite. Gelukkig kon ik diep in de struiken wat bewijsplaatjes schieten. Net voordat de hemel openbarstte om me weer terug naar huis te jagen.





De Siberische tjiftjaf is een dwaalgast die voorkomt in Centraal-Azië. Hij onderscheidt zich van de Europese tjiftjaf doordat hij minder gele en groene kleuren heeft.



En hij onderscheidt zich door zijn roepje. Dat ik in de eerste seconden van dit bewijsfilmpje aan het opnemen ben op m'n iPhone. Aan het eind van de video zie je de Sibtjif (min of meer) maar hoor je een gewone tjiftjaf.














De realiteit uit mijn 2019-kerststripje werd voor de tweede keer ingehaald. Hier nog het oude bericht. (Klik voor groter.)























En hier het nieuwe. Ik denk dat ik maar een kerstboomuilartikelsverzameling ga aanleggen. 


In de hoop op een wat betere waarneming van de Siberische tjiftjaf ben ik nog een paar keer teruggekeerd naar de plek waar-ie zat. Helaas liet hij zich niet meer aan mij, en later ook niet meer aan anderen zien. Wel zag ik achttien staartmeesjes, een vuurgoudhaan, twee matkoppen, een overvliegende slechtvalk, gewone goudhaantjes en vele koperwieken. Ik ben al zo blasé dat ik niet eens gepróbeerd heb om die vogels te vogelgraferen. Funest voor m’n blog maar het is heerlijk om die beestjes gewoon in je kijker te bezichtigen. Zonder rekening te hoeven houden met het licht, takken die in de weg zitten en je te ergeren aan het ADHD-gedrag van de meeste zangvogels.





Een vaag bewijsplaatje van een bever ver weg kon ik dan weer niet laten.





Voortaan moet ik ook gezinnetjes die een eind verderop staan met mijn verrekijker checken op vogelaarachtigen. M. had mij wél in de gaten en schoot dit plaatje. De ultieme Fietsvogelaarfoto. Als je het mij vraagt.

Het stomme is dat ik ter plekke nauwelijks zie hoe mooi het daar is. Omdat ik continu, met gespitste oren, in de struiken en bomen aan het turen ben. Eigenlijk zie ik sowieso alleen maar boomtoppen, paaltjes, torens en daken als ik buiten ben.

-------

Nog wat chagrijnig dat ik een dag eerder een appje had gemist waarin melding werd gemaakt van maar liefst negen rotganzen in de Ooijpolder, besloot ik maar naar de grote zee-eenden in de Loonse waard te fietsen. Vooral om mijn kwetsbare positie in de vogelwerkgroepjaarlijsttoptien te behouden. Van die zee-eenden word ik eerlijk gezegd niet meer heel erg opgewonden. Er verdwaalt er jaarlijks altijd wel eendje. Eentje. Het betekende wel een lange en saaie fietstocht. Maar dat is wel weer goed voor het brakke Mars Gremmen-lichaam.





Ter plekke zag ik gelijk al dat de eenden niet op hun vaste plek zwommen. Een dode knobbelzwaan en een eveneens tevergeefs zee-eend zoekende medevogelaar, een heel eind wandelen verderop, maakte het er allemaal niet vrolijker op.





Mijn eerste (vrouwtje) brilduiker van het najaar gaf mijn gemoed nog wat verlichting. De mist, die inmiddels als dikke soep over het water werd geblazen, dreigde dat echter weer teniet te doen.





Tegen mijn verwachting in zag ik drie donkere vlekjes door diezelfde mist bewegen. De witte plek op hun kop bezorgde me alsnog een vreugdemomentje. Drie mistige grote zee-eenden!





Had ik dat hele rot-end toch niet voor niks gefietst. 





Vanaf dat vreugdemomentje ging alles opeens weer beter. Een mistige groene specht bleef mooi in een boom poseren tot een vuurwerkknal hem wegjoeg.





Een ijsvogel maakte een succesvolle duik in het water en stond even later een mistig bewijsplaatje toe.





En op de terugweg kon ik nog twee boompjes met minstens acht ransuilen meepikken. Naar die prachtige vogels is het altijd even zoeken. Maar de openbare toiletresten onder de bomen zijn een goede indicatie voor hun daadwerkelijke aanwezigheid. Al bij al een mistig maar succesvol vogeldagje.

(Achteraf gezien bleken de zee-eenden gewoon op de ‘juiste plek’ te zwemmen. Ik had het kaartje verkeerd gelezen. Landkaarten en ik zijn geen vrienden. Gelukkig is door mijn gevogel mijn plaatselijke geografische kennis wel met sprongen vooruit gegaan.)

Eén maandje nog en dan komt het volgende rampjaar er alweer aan!

2 opmerkingen:

  1. Hallo Mars, weer een fraaie post die ik weer met plezier heb gelezen. Je catoon naar aanleiding van het uiltje wat meegelifte in de kerstboom is weer erg leuk. Hoeveel van dit soort voorvallen naast deze en de eerdere ontdekking zouden er plaats vinden. Gelukkig dat ze bij konden komen in een opvang. Gefeliciteerd met de waarneming van de Siberische tjiftjaf. De koperwieken en kramsvogels zie ik in onze omgeving ook veelvuldig. Prachtige vogels en zo fotogeniek tussen de meidoornbessen.
    Groeten,
    Roos

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dank voor je reacties, Roos. Weer veel vogelplezier gewenst in 2021. Groet, Mars.

    BeantwoordenVerwijderen