De zwartkopmeeuw-alert kwam precies op tijd. Ik was net aan het peinzen waar ik zou gaan vogelen. Mijn tweehonderdzesde levenslijstvogel in het werkgebied! Dat maakt mij waarschijnlijk de slechtste vogelaar met de meeste waarnemingen van mijn vogelwerkgroep. Toch knap!
De (twee) zwartkopmeeuwen vlogen net op toen ik arriveerde. Om vervolgens aan de oever bij een veertiental lepelaars en een groep kokmeeuwen te gaan slapen/rusten.
Dus toen ben ik maar even naar de zwarte sterns ietsje verderop gefietst. De meeste jongen zijn inmiddels uitgevlogen. De overblijvers zijn groter dan hun arme, afgepeigerde ouders! Het lijken wel koekoeksjongen.
Terug naar de slapende zwartkopjes. Die vlogen na een tijdje weer op. Waarna ze romantisch met hun tweeën een eindje gingen zwemmen. Daarna vonden ze het wel weer mooi geweest in de Oude Waal en gingen ze er definitief vandoor.
Aan mijn kant van de oever hakte een scholekster zo hard op een oester in dat het hele geval onder de modder verdween. De kokmeeuw wachtte tevergeefs zijn kans af een stukje vlees te bemachtigen.
Boerenzwaluwen heb ik nog niet goed kunnen fotograferen. Hier zaten ze eigenlijk ook te ver weg voor een echt goede foto. Maar het is een beginnetje.
Tijdens het fotograferen van een groenling (niet goed gelukt) hoorde ik opeens luid gezoem. Ik bleek op een drietal meter afstand van een enorme prop bijen in een struik te staan. Ik schrijf dit niet vanuit een ziekenhuisbed dus het was gelukkig geen agressieve soort.
Nou vooruit, als afsluiting van dit bericht gooi ik er nog maar een steenuiltje tegenaan.
zondag 2 juli 2017
vrijdag 30 juni 2017
Visdief
donderdag 29 juni 2017
Koe
Vergat ik in mijn vorige berichtje nog de spectaculairste foto van afgelopen week. Een zwemmende koe! Calloway, liever gezegd. In de Bisonbaai. Kort tevoren probeerde hij nog tevergeefs een vrouwtje te dekken. Dus ik denk dat hij even zijn gereedschap wilde laten afkoelen.
Week 27/28
Na de zoveelste roodborsttapuit- of steenuilfoto begint het vogelfotograferen me een beetje te vervelen. Gelukkig maar, dan kan ik weer wat meer genieten van 'in het moment zitten'. En me mentaal gaan voorbereiden op het tekenen van die beestjes. Of nou ja, straks komen de wintervogels er weer aan. Die heb ik nog niet (fatsoenlijk) vastgelegd. Dat zal het fotografeervuur ook wel weer wat aanwakkeren. Intussen heb ik de afgelopen week heus nog wel plaatjes geschoten. Liefhebbers kunnen hun hart weer even ophalen.
Oude Waal. Nog niet zolang geleden kreeg een ooievaar hier nog gewoon natte bovenbenen. Het is/was érg droog in de natuur.
Je ziet nu overal vogels hun jongen voeren. Een vogel met een insect in z'n snavel is een heel makkelijke prooi voor een vogelgraaf. Ze wachten net zo lang tot jij weg bent voordat ze naar hun jong vliegen. Om hun nestplek niet te verraden. Deze jonge witte kwikstaart is denk ik nog maar een dag uitgevlogen. Op een gevaarlijke plek waar regelmatig twee zwarte katten rondlopen.
Torenvalkvrouwtje.
De briljante schutkleuren van een jonge kievit. Die daardoor ook heel lastig scherp te stellen is.
Voor wie er niet genoeg van kan krijgen nog een witte kwikstaart.
Niet helemaal scherp en met een in de weg zittende grasspriet. Maar wel eindelijk een mannetjerietgorsfoto waarbij het kopje niet één grote zwarte vlek is.
Vooruit dan. Nog een foto van een roodborsttapuit. In mooi schemerlicht.
En van zo'n prachtig karmijnrood gekleurd kneuborstje is het ook moeilijk genoeg te krijgen.
Jonge zwarte sterns.
Jonge zwarte sterns.
En ietsje verderop een gezinnetje bergeend.
woensdag 21 juni 2017
Authenticiteit
Zou dat nou echt zijn, die vogelliefde van mij? Of zit ik gewoon de boel te flessen? Inclusief mijzelf. (Even nadenken.)— Mars Gremmen (@MarsGremmen) 21 juni 2017
Deze al dan niet onnozele vraag kwam bij mij op door de volgende opmerking van Hans Dorrestijn: 'Ik weet bijna zeker dat ik de boel niet fles. Dat ik écht heel blij word van bepaalde vogeltjes. Of het nou de grauwe gors is of het is een puttertje.' Dat 'bijna' biedt ook weer stof tot nadenken...
dinsdag 20 juni 2017
Steltkluut [3]
'Babysteltkluutjes... als mijn hart zoveel schoonheid maar aan kan...', schreef ik een tijdje geleden. Mijn hart hoeft helaas niet bang te zijn. De steltkluten zijn verdwenen. Dagenlang was er steeds maar één steltkluut te zien omdat de ander achter een kleihoopje aan het broeden was. Alleen tijdens de wisseling van de wacht waren ze héél kort samen te zien. Na een tijdje waren ze echter weer continu met z'n tweeën aan het fourageren. Om vervolgens de buitenproportioneel lange benen te nemen. Wat er is gebeurd zullen we nooit weten. Geen stijgende waterspiegel in ieder geval. Wellicht predatie door de aanwezige meeuwen. Jammer.
Bijgevoegd twee van grote afstand genomen afscheidsfoto's van 3 juni dit jaar.
17-06-17
Veertien uur fietsvogelen is te lang, Mars. Zoek een psychiater.— Mars Gremmen (@MarsGremmen) 17 juni 2017
En toch voel je je na veertien uur fietsvogelen beter dan na een paar uurtjes zitten achter je computer/tekentafel. (Ik tel het kontgebeuren even niet mee…)
In de vorige drie berichtjes had ik al wat vogelfoto-oogst van afgelopen weekend laten zien. Maar ik heb nog wat restjes om te delen.
Deze putter geeft een stevige hint naar zijn andere naam. Distelvink.
Zwarte stern. Hij (zij?) is z’n prachtkleed ('grotendeels zwart met asgrijze onderdelen') zo te zien alweer aan het kwijtraken.
Eerst dacht ik aan een hybride wilde eend x nijlgans. Maar ik weet niet of die het met elkaar doen en of dat biologisch gezien überhaupt mogelijk is. Dus ik maakte er maar een soepeend van. Het blijkt echter een krakeend te zijn. Zo had ik hem nooit eerder gezien.
Een vogel die je makkelijk over het hoofd ziet omdat-ie zeer algemeen voorkomt. Maar wát een prachtbeestje is zo’n vink eigenlijk als je hem goed bekijkt.
Hetzelfde geldt voor dit vrouwtje rietgors. (Of is het een juveniel?) Het lijkt wel of ze haar kopje in Nieuw-Zeeland heeft laten tatoeëren! Maar dan gelukkig niet in de standaard tatoeagekleur schimmelgroen.
Vliegende roofvogelsilhouetten altijd even fotograferen. Leerzaam om thuis nog eens goed te bestuderen. Of puur om erachter te komen wat je eigenlijk gezien hebt. In dit geval een bruine kiekendief.
In dít geval meende ik met een slechtvalk te maken te hebben. Omdat hij op twee scholeksters afdook. Maar het is een boomvalk. Die wellicht een libel tussen de scholeksters had gesignaleerd.
Een juveniele witte kwikstaart en een juveniele gele kwikstaart nemen gezellig samen een bad. (In werkelijkheid joeg de een de ander weg.)
Een troep grauwe ganzen, vlak voordat ze door een auto van de weg werden geclaxonneerd.
Knobbelzwaan. Zou zo’n knobbel eigenlijk nog ergens voor dienen?
Torenvalkjes. Potentiële prooien bespiedend. Maar nog net te jong om uit te vliegen. (Geloof ik.)
Deze foto van een juveniele roodborsttapuit is van een paar dagen later. Maar ik smokkel hem er nog even bij omdat-ie zo mooi belicht is.
En deze foto(collage) is van gisteren. Een mooie blauwborst ga ik jullie natuurlijk niet onthouden.
Natuurfotostrip [1]
Ik ga gewoon keihard de concurrentie aan met @fotostrips. (Als ik tenminste die witte kwikstaart weer terug kan vinden.) pic.twitter.com/9pnJIZfVQt— Mars Gremmen (@MarsGremmen) 18 juni 2017
Eigenlijk maakte ik een grapje. Maar elf likes op Twitter is een persoonlijk wereldrecord. Geloof ik. Misschien heb ik wel een gat in de markt ontdekt! Toch maar 'iets' mee gaan doen...?
zaterdag 17 juni 2017
Steenuil
Maar liefst vier steenuilen op vier verschillende plekken kwam ik afgelopen weekend tegen. In deze tijd van het jaar laten ze zich dan ook beter zien. Als je tenminste door hun geniale camouflage heen weet te kijken. (Fijn om het woord 'geniaal' eens een keer zonder misbruik te kunnen bezigen.) Ook laten ze zich momenteel meer horen. Dat zal wel met het broeden te maken hebben.
De steenuil, of liever gezegd het steenuiltje, heeft ongeveer de grootte van een merel met obesitas. Veel kleiner dus dan je wellicht zou denken. De meeste uilen in Nederland zijn kleiner dan je denkt, is mijn ervaring. Alleen de Oehoe is echt een flinke joekel. Die kun je nog wel een hand geven. Bij wijze van spreken.
Toen ik deze foto nam zag ik alleen zijn kopje en zijn gele oog. Op mijn computerscherm bleek ik zijn hele rugpartij echter ook te hebben vastgelegd. Je zou bijna een exorcist bellen voor die 180 graden gedraaide kop.
Van de vierde steenuil heb ik geen foto gemaakt i.v.m. de schemering. Deze derde steenuil is waarschijnlijk rooms-katholiek. Hij zat tenminste op een kerkgebouw. Door hun sublieme camouflage (als ze in een boom zitten tenminste) (fijn om het woord 'subliem' eens een keer zonder misbruik te kunnen bezigen) denkt de steenuil waarschijnlijk dat hij onzichtbaar is. Waardoor ze vrij eenvoudig te fotograferen zijn. Niet té dichtbij komen natuurlijk.
De steenuil, of liever gezegd het steenuiltje, heeft ongeveer de grootte van een merel met obesitas. Veel kleiner dus dan je wellicht zou denken. De meeste uilen in Nederland zijn kleiner dan je denkt, is mijn ervaring. Alleen de Oehoe is echt een flinke joekel. Die kun je nog wel een hand geven. Bij wijze van spreken.
Toen ik deze foto nam zag ik alleen zijn kopje en zijn gele oog. Op mijn computerscherm bleek ik zijn hele rugpartij echter ook te hebben vastgelegd. Je zou bijna een exorcist bellen voor die 180 graden gedraaide kop.
Van de vierde steenuil heb ik geen foto gemaakt i.v.m. de schemering. Deze derde steenuil is waarschijnlijk rooms-katholiek. Hij zat tenminste op een kerkgebouw. Door hun sublieme camouflage (als ze in een boom zitten tenminste) (fijn om het woord 'subliem' eens een keer zonder misbruik te kunnen bezigen) denkt de steenuil waarschijnlijk dat hij onzichtbaar is. Waardoor ze vrij eenvoudig te fotograferen zijn. Niet té dichtbij komen natuurlijk.
Edit: nog een extra steenuiltje op wéér een andere plek. Op dinsdag 20 juni. Het lijkt me een juveniel.
Abonneren op:
Posts (Atom)

















































